Zelfs Trump heeft geen greep meer op Republikeins conservatisme

Alabama Republikeinen in Alabama kozen tegen de zin van de partijtop in Washington een ultraconservatieve kandidaat voor een vrijgekomen Senaatszetel.

Republikeinse kandidaat Roy Moore ging te paard naar het stembureau Foto Brynn Anderson/AP

Een Republikeinse voorverkiezing in de Amerikaanse staat Alabama voor een Senaatszetel heeft de partij in een sfeer van crisis gebracht. De kandidaat die de steun had van Donald Trump én de partijtop, Luther Strange, verloor van de extremistische conservatief Roy Moore. Het is een aanwijzing dat zelfs Trump geen greep meer heeft op de harde kern van Republikeinse kiezers. Moore verpletterde Strange tot verbijstering van de partijtop, en haalde ruim 56 procent van de stemmen. De voorverkiezing werd gehouden om de Senaatszetel van Jeff Sessions te vullen, die minister van Justitie is geworden. De uiteindelijke verkiezing op 12 december, tegen de Democraat Doug Jones, is in conservatief Alabama een formaliteit.

Luther Strange, de kandidaat van Trump, beloofde te zullen samenwerken met de president en de partijleiders in het Congres. Strange kreeg meer dan tien miljoen dollar van groepen rondom de partijelite. Trump voerde in Alabama campagne voor Strange.

Steun van Steve Bannon

Roy Moore mobiliseerde juist de woede onder conservatieven tegen Mitch McConnell, de leider van de Republikeinen in de Senaat. Hij dreef een wig tussen Trump en zijn geestverwanten. Onder meer Steve Bannon, Sarah Palin en Nigel Farage kwamen voor het campagnevoeren. Roy Moore (70) werd in 2003 ontslagen als Opperrechter van het Hooggerechtshof in Alabama, omdat hij weigerde een monument voor de tien geboden weg te halen uit het gerechtsgebouw. Hij werd later herkozen, maar werd in 2013 opnieuw geschorst, omdat hij weigerde het homohuwelijk toe te staan in Alabama.

De diepgelovige Moore zei eens dat „homoseksueel gedrag” strafbaar moet worden. Hij is een aanhanger van de ‘birther’-theorie, die populair werd dankzij Trump, en die staande houdt dat Barack Obama niet in de Verenigde Staten is geboren. Tijdens een campagnebijeenkomst trok hij zijn revolver, om te bewijzen dat hij voor het recht op vrij wapenbezit is. Moore vindt daarnaast dat Gods wil boven de wet gaat. Hij suggereerde dat de aanslagen van 11 september 2001 een straf van God waren, om de „sodomie en abortus” in Amerika.

Moore voerde vooral campagne tegen Mitch McConnell, de geplaagde Republikeinse leider die vergeefs probeerde een meerderheid in de Senaat voor een nieuw zorgstelsel te vinden – de ophanden zijnde stemming hierover werd gisteren definitief afgelast.

In het Huis van Afgevaardigden is al enkele jaren een Freedom Caucus actief, een kleine groep ultraconservatieven die zich compromisloos opstelt. Met de komst van Moore lijkt zich ook zo’n groep in de Senaat af te tekenen, onder meer met de senatoren Ted Cruz en Mike Lee. Dit ondergraaft de eenheid die McConnell steeds wanhopiger probeert te vinden. Om van Trumps presidentschap een succes te maken, kan de partij zich geen tweespalt veroorloven. De meerderheid in de Senaat is maar 52 van de honderd zetels.

Het populistisch nationalisme van Trump heeft de opkomst van een radicaal als Moore aangewakkerd. De president heeft een stabiele partij nodig om te kunnen regeren, maar heeft krachten losgemaakt die hij niet langer onder controle heeft. Dat keert zich nu tegen hem. En zo eet de Trump-revolutie haar eigen kinderen op.

Trump wiste vlak na de overwinning van Moore tweets waarin hij zijn steun voor de verliezer, ‘Big Luther’, uitsprak.