Sint-Eustatius voelt zich vergeten

Naweeën orkanen

Het Nederlands-Caraïbische eiland Sint-Eustatius is sinds de orkanen nagenoeg geïsoleerd. Het vliegtuig dat kwam, weigerde passagiers.

Koning Willem-Alexander en minister Plasterk bezoeken Sint-Eustatius. Foto Vincent Jannink/ANP

Het voorlaatste vliegtuig dat Sint-Eustatius aandeed, kwam op 17 september. De orkanen Irma en Maria hadden toen al huisgehouden in deze bijzondere gemeente van Nederland. Statia – zoals de ruim 3.000 locals hun eiland liefkozend noemen – was weliswaar niet zo verwoest als Sint-Maarten, net wat noordelijker, maar ook hier lagen bomen en elektriciteitspalen op de weg en verloren 50 huizen hun daken.

Voor de ramp landden er op Sint-Eustatius – half zo groot als Schiermonnikoog – dagelijks gemiddeld vijf vliegtuigjes van Winair met plek voor zestien passagiers. Nu het vliegveld op Sint-Maarten, de uitvalsbasis van Winair, gesloten is voor commerciële vluchten wordt 'Statia' echter nauwelijks meer bereikt.

Dus toen er afgelopen zaterdag een Fokker 50 verscheen, met ruimte voor vijftig passagiers, stonden er zo’n tweehonderd mensen klaar. De meesten om voor het eerst zo’n groot vliegtuig op hun eiland te zien landen, maar ook zeker zes mensen die hoopten eindelijk van het eiland weg te kunnen, zegt Edris Bennett, van het rampencomité van Sint-Eustatius.

Dat viel tegen. Het vliegtuig vertrok met slechts één van de vijftig plaatsen bezet, tot ontsteltenis van de mensen die mee wilden. De chartervlucht van ZVK, zorgverzekeraar van Bonaire, Sint-Eustatius en Saba, bleek exclusief bedoeld om (uitbehandelde) patiënten te vervoeren.

Anderen die van het eiland weg willen, moeten zelf een boot of vliegtuig charteren naar buureiland Saint Kitts om vanaf daar verder te vliegen. Maar dit is voor sommigen te duur, zegt Bennett. Zij houdt een lijst bij van mensen die van of naar het eiland willen.

Zo wacht op Curaçao de familie van een overleden Statiaan op een vlucht naar het eiland en zit een meisje wier school in Miami weer is begonnen juist vast op Sint-Eustatius, net als een vrouw die naar de begrafenis van haar zus in Suriname wil en een Nederlandse student die voor een stage op het eiland is.

„Mijn frustratie is dat er helemaal geen aandacht is voor Statia,” zegt Bennett, terwijl, in tegenstelling tot Sint-Maarten, Nederland direct verantwoordelijk is voor het eiland. „Wij willen niet alle aandacht, Sint-Maarten is meer verwoest,” zegt Bennett, „Het enige wat wij vragen, is dat er af en toe iets naar Sint-Eustatius komt, zodat de mensen die weg moeten weg kunnen.”

Een woordvoerder van het ministerie van Binnenlandse Zaken bevestigt dat er geen evacuatievluchten worden georganiseerd van en naar Sint-Eustatius. „Mensen die weg willen, kunnen hun eigen weg zoeken. We doen niet aan het vullen van lege stoelen en gratis vervoer van het eiland.”

Correctie (27 september 2017): In een eerdere versie van dit artikel was sprake van het laatste vliegtuig dat Sint-Eustatius aandeed, maar het gaat om het voorlaatste vliegtuig. Ook is toegevoegd dat Statia nu nauwelijks meer wordt bereikt.