Siemens en Alstom creëren met fusie een Europese treingigant

Treinenbouwers

Samen willen het Duitse en het Franse bedrijf sterker staan tegenover concurrentie uit China.

Een schaalmodel van een hogesnelheidstrein (tgv) van Alstom Foto Gonzalo Fuentes / Reuters

Het Duitse industrieconcern Siemens en het Franse Alstom voegen hun treinactiviteiten samen. De bouwers van de Duitse hogesnelheidstrein ICE en de Franse TGV en Thalys willen samen sterker staan tegenover groeiende concurrentie uit China.

Na een week van geruchten maakten de twee bedrijven dinsdagavond hun ‘fusie tussen gelijken’ bekend. Het nieuwe bedrijf heet Siemens Alstom en krijgt een hoofdkantoor in Parijs. Het wordt geleid door de huidige bestuursvoorzitter van Alstom, Henri Poupart-Lafarge. Siemens krijgt 50 procent van de aandelen. Het Duitse bedrijf is ook sterker vertegenwoordigd in de raad van commissarissen, met zes van de elf leden en de voorzitter. De fusie moet nog worden goedgekeurd door de mededingingsautoriteiten en de aandeelhouders van Alstom, die op een fors dividend kunnen rekenen.

Met de fusie ontstaat de grootste treinenbouwer van Europa en de nummer twee wereldwijd. Het bedrijf is actief in 60 landen en heeft 62.300 werknemers. De gezamenlijke omzet van de mobiliteitsdivisie van Siemens en Alstom is 15,3 miljard euro. Marktleider CRRC uit China heeft een omzet van bijna 30 miljard euro en zoekt expansie in Europa en de VS.

Zoals de Europese vliegtuigbouwer Airbus tegenwicht moest bieden aan het Amerikaanse Boeing, moet Siemens Alstom de strijd aangaan met CRRC. De Chinese concurrent bouwt veel goedkoper dan de Europese bedrijven. Siemens Alstom verwacht binnen vier jaar door synergie 470 miljoen euro per jaar te besparen.

Breuk met traditie

Het is opvallend dat Frankrijk, dat een traditie heeft in het beschermen van gezichtsbepalende bedrijven, de deal steunt. Daarmee laat president Macron zien dat hij ook in het bedrijfsleven belang hecht aan een sterke Duits-Franse samenwerking.

De Franse staat zal een belang van 20 procent in Alstom, geleend van bouwconcern Bouygues, van de hand doen. Een voorwaarde voor de Franse goedkeuring is dat Siemens de komende vier jaar niet meer dan 50,5 procent van de aandelen zal verwerven.

Volgens Le Monde gaat het om het „einde van het Franse industriële kapitalisme”, het zogenoemde ‘colbertisme’ vernoemd naar een minister van Lodewijk XIV. Alstom is voortgekomen uit het machtige, door de staat gesteunde Compagnie Générale d’Électricité (CGE), dat in Frankrijk de markt voor stroom, transport en communicatie domineerde. Ook de latere telefoonreus Alcatel, nu overgenomen door Nokia, kwam daar uit voort. In 2014 werd de energietak van Alstom verkocht aan het Amerikaanse General Electric.

In Franse media klinkt scepsis over het vermeende verlies van een Frans industrieel ‘kroonjuweel’. „Moeten we de Franse parel plotseling onder Duitse controle laten? vraagt de hoofdredacteur van de liberale zakenkrant Les Échos zich af. „Met de meerderheid van het kapitaal zal Siemens het voor het zeggen krijgen. Als Fransen en Duitsers een Airbus van de rails willen bouwen, dan is de enige manier dat de staat naast Siemens aandeelhouder wordt van deze nieuwe samenwerking.”

Siemens was ook in gesprek met de Canadese vliegtuig- en treinbouwer Bombardier als fusiepartner. De keuze voor Alstom is dan ook een tegenslag voor het Canadese bedrijf.