Cultuur

Interview

Interview

Klaas de Vries.

Foto Koen van Weel/ANP

‘Samenleving komt onvoldoende in actie tegen seksueel misbruik in de sport’

Klaas de Vries

Voorzitter van onderzoekscommissie naar misbruik in de sport is geschokt door de ‘aangrijpende’ verhalen van de slachtoffers.

Vrouwen die als kind verstrikt raakten in het web van een foute coach – die verhalen hebben Klaas de Vries het meest geraakt. Jonge, talentvolle sporters die misschien wel veel verder hadden kunnen komen als hun coach hen niet had misbruikt. De coach die zo belangrijk voor hen was dat ze het seksueel misbruik verzwegen. Als geheimpje tussen pupil en trainer.

„Dat soort gesprekken blijft lang in je hoofd zitten”, zegt De Vries, die de voorbije maanden meerdere van zulke gesprekken voerde als voorzitter van de Commissie Seksuele Intimidatie en Misbruik in de sport. „Je kunt er niet te veel op één dag voeren. Ze zijn erg aangrijpend.”

Toen hij in mei voor het eerst naar buiten trad bij de presentatie van de onderzoeksopzet, had hij nog afstandelijk geklonken. Misbruikte jeugdspelers bij PSV, een gestrafte materiaalman in Haarlem, het persoonlijke drama van oud-wielrenster Petra de Bruin: hij had het allemaal meegekregen, maar wilde geen verhitte uitspraken doen. Niet zonder kennis van zaken. „Ik wilde te werk gaan zonder vooroordelen.”

Eerder dit jaar bracht NRC de verhalen van vier oud-sporters die tijdens hun carrière seksueel misbruikt zijn. We vroegen experts naar hun reacties.

Maar een halfjaar later, nu hij en de andere commissieleden Egbert Myjer en Clémence Ross-van Dorp tientallen experts en slachtoffers hebben gesproken, maakt De Vries in fermere taal een tussenbalans op.

„De samenleving doet onvoldoende tegen seksueel misbruik in de sport”, zegt de oud-minister. „We doen te weinig, vooral op het vlak van bewustwording. Nog steeds zijn er te veel mensen die hun kop in het zand steken. Ik vind dat we meer moeten bevorderen dat kinderen van jongs af aan weerbaar worden gemaakt. Tegelijk moeten signalen serieuzer worden genomen. Als je kind thuiskomt en zegt dat hij het sporten niet meer leuk vindt, moet je niet zeggen: je hebt net nieuwe schoenen, dus je gaat maar. Er hoeft niks aan de hand te zijn, maar je moet er bedacht op zijn. Zonder dat je continu aan seksuele intimidatie of misbruik denkt, moet je er bewust van zijn dat het kan gebeuren.”

Bliksemschicht

Afgelopen dinsdag nodigde De Vries voor de tweede keer alle sportbonden uit voor een discussiebijeenkomst. Vinden de bonden dat zij slachtoffers juridische hulp moeten bieden? Moet de aanpak van misbruik worden aangescherpt? Moeten clubs bij een vermoeden van een strafbaar feit de politie inschakelen? De Vries: „Ik kan als een bliksemschicht vanuit de hemel allerlei initiatieven lanceren, maar ik wil dat clubs meedenken. Willen we samen iets veranderen, dan moet er draagvlak zijn.”

De betrokkenheid van bonden heeft hem positief verbaasd. „Zelfs kleine bonden van sporten waarvan ik nog nooit had gehoord, schrijven me brieven en delen informatie. Dinsdag waren er bijna tachtig mensen aanwezig. Zij nemen dit serieus en zien de problemen.”

Hij zelf ook. Nu al wil hij sportclubs attenderen op de rol van vertrouwenspersonen, mensen die een luisterend oor kunnen bieden wanneer leden een verdachte situatie signaleren. Zo’n zestig procent van alle sportclubs heeft een vertrouwenspersoon, wat volgens De Vries moet oplopen tot honderd procent. Toverwoord: zichtbaarheid. „Ze moeten benaderbaar zijn. Het moet niet een of ander telefoonnummer zijn ergens verstopt op de website.”

Naast aanbevelingen wil de commissie eind dit jaar een actueel beeld geven van de aard en omvang van seksuele intimidatie en misbruik in de sport. Leidraad is een onderzoek uit 2014 van de Belgische criminologe Tine Vertommen, die haar toenmalige enquête onder 1.999 Nederlandse sporters gaat actualiseren. Is dat onderzoek drie jaar later wel representatief? Enkele deskundigen betwijfelen dat. Toen was misbruik een veel groter taboe dan nu. Door de stroom getuigenissen in de media is de drempel voor slachtoffers om zich uit te spreken inmiddels verlaagd.

Naïeve gedachte

„Het is buitengewoon ingewikkeld. We hebben het hier eindeloos over gehad, maar wij denken dat het onderzoek van Vertommen het best benadert wat er in de sportwereld aan de hand is”, zegt De Vries. „De onderste steen boven? Dat is een naïeve gedachte, een illusie die we niet moeten hebben. Er hebben zich meerdere mensen bij ons gemeld, maar doordat we afhankelijk zijn van mensen die zich vaak schamen voor wat hen is overkomen zullen we het exacte aantal nooit weten. Je weet nooit wie zich niet meldt.”

„Eén ding kunnen we in elk geval wel constateren: dit is een probleem dat altijd blijft spelen. Slachtoffers moeten we helpen en daders moeten we het gevoel geven dat ze er niet mee wegkomen. Preventie – dat is waar het allemaal om draait. Nu ik hier enkele maanden mee bezig ben, denk ik: kom op samenleving, wees hier alert op. Sta open voor de signalen en handel ernaar.”

Correctie 29-09-2017: In een eerdere versie van dit artikel stond dat Victor Jammers directeur is. Dat klopt niet. Hij is lid van de raad van bestuur.