Referendumwet sneuvelt na twaalf jaar debat

De initiatiefnemers van een bindend correctief referendum stemmen nu tegen hun eigen voorstel. Daarmee strandt de wet definitief.

PVV-leider Geert Wilders brengt bij basisschool De Walvis een stem uit tijdens het referendum over het associatieverdrag van de EU met Oekraïne. Foto ANP

D66-Kamerlid Rob Jetten heeft de eerste woorden van zijn speech nog niet uitgesproken, of SP’er Renske Leijten staat al voor de interruptiemicrofoon. Eerder op de middag deed ze hetzelfde bij GroenLinks, later zal ze hetzelfde doen bij de PvdA. Het waren die drie partijen die in 2005 samen een wetsvoorstel indienden om een bindend correctief referendum, waarbij kiezers een politiek besluit kunnen terugdraaien, mogelijk te maken. En het zijn dezelfde drie partijen die zich nu tegen hun ‘eigen’ wet hebben gekeerd, na uitspraken van hun partijcongressen. Dus waarom, wil Leijten weten, zit Jetten niet in Vak K?

Aan het voorstel voor de referendumwet ging jaren van getouwtrek vooraf. NRC reconstrueerde vorig jaar hoe het plan tot stand kwam

Want daar, in het vak van het kabinet, zitten de verdedigers van het wetsvoorstel. SP’er Ronald van Raak nam de verdediging van de wet over nadat de oorspronkelijke indieners hun steun introkken. Achter hem zitten oud-Kamerleden Boris van der Ham (D66) en Niesco Dubbelboer (PvdA). Zij dienden in 2005 namens hun partijen het wetsvoorstel in en zien dat voorstel nu, ruim twaalf jaar later, stranden.

Handtekening ingetrokken

Woensdag debatteerde de Tweede Kamer voor de tweede keer plenair – dat is nodig voor een wijziging van de Grondwet – over het wetsvoorstel dat een correctief referendum mogelijk had moeten maken. Maar nu de oorspronkelijke indieners hun handtekening hebben ingetrokken, is er geen Kamermeerderheid meer. In 2013 en 2014, toen de Eerste en Tweede Kamer er in de zogenoemde ‘eerste lezing’ over spraken, was er nog een ruime meerderheid. Nu zijn alleen het Forum voor Democratie (FvD), de SP en de PVV nog vóór.

Met zichtbaar ongemak spraken de Kamerleden van D66, GroenLinks en de PvdA woensdag over de wet die ze nog niet zo lang geleden nog fier verdedigden. De partijcongressen van GroenLinks en de PvdA schrapten het bindend referendum uit de verkiezingsprogramma’s. Het enthousiasme voor referenda nam in die partijen af na het referendum over het associatieverdrag met Oekraïne in april vorig jaar. Dat referendum „ging te weinig over de inhoud”, aldus de indieners van het voorstel om het plan uit het PvdA-programma te schrappen. D66 is nog steeds voorstander van een bindend correctief referendum, benadrukte Kamerlid Jetten meerdere malen, maar niet als die over internationale verdragen gaan.

Europese Grondwet

Maar daarover gingen de twee referenda die Nederland in de afgelopen jaren organiseerde juist wél. In 2005 stemde ruim 60 procent van de Nederlandse kiezers tegen de Europese Grondwet, en in april 2016 verwierp een meerderheid het associatieverdrag van de Europese Unie met Oekraïne. De drie oorspronkelijke indieners waren voorstanders van die verdragen, maar zeiden woensdag in de Kamer dat hun nieuwe standpunt niet door de uitslagen van de referenda komt. Volgens GroenLinks-Kamerlid Ozutok willen kiezers „meer dan alleen ‘ja’ of ‘nee’”. Ze pleitte voor meer experimenten met ‘deliberatieve democratie’, waarin burgers vooral met elkaar in gesprek gaan. D66’er Jetten sloot zich daar bij aan.

De roep om directe democratie klinkt al decennia. Maar helpen referenda eigenlijk wel? Er zijn meer mogelijkheden, van buurtbudgetten tot burgerjury’s en volksinitiatieven

De resterende voorstanders van de wet namen daar geen genoegen mee. Ze verweten de drie partijen ‘demofobie’; angst voor de burger. PVV’er Martin Bosma las een oude speech van D66-leider Alexander Pechtold uit 2009 voor over het referendum. Thierry Baudet (FvD) zei dat de tegenstanders „de kiezer niet serieus nemen”. En SP’er Leijten verweet D66 het wetsvoorstel „een mes in de ribben te steken”.

In Vak K knikte Boris van der Ham zachtjes met zijn hoofd. Maar ook hij weet: na twaalf jaar strijden strandt nu voor de derde maal in de parlementaire geschiedenis een voorstel voor een bindend referendum.