Cultuur

Interview

Interview

Otmar Watson:„Nu is er een generatie die zich hier vestigt als goede burgers. Ze eisen hun plek op.”

Foto Roger Cremers

Op zoek naar zwarte rolmodellen

Otmar Watson Programmeur Black Achievement Month

Een generatie goedgebekte Afro-Nederlanders eist haar plek op in de samenleving, maar ziet weinig rolmodellen.

Wekelijks kloppen er jongeren aan bij Otmar Watson in het Bijlmer Parktheater. Ze willen hun eigen evenement organiseren of hun eigen onderneming starten. „Ze zijn goedgebekt en weten wat ze willen: een plek in de Nederlandse samenleving.” Maar hij ziet ook dat ze tegen iets oplopen: die jongeren weten niet hoe ze dat moeten aanpakken, en ze hebben geen zwarte rolmodellen.

Watson (1971) is programmeur van de Black Achievement Month, die vrijdag begint. Een maand lang worden de verworvenheden van de zwarte gemeenschap in Nederland gevierd met debatten, festivals, tentoonstellingen, dans en muziek. Maar de makers zoeken vooral ook nieuwe voorbeelden, in andere disciplines dan de entertainmentwereld: zwarte artsen, politici, ondernemers. Aan het einde van de maand worden de Black Achievement Awards op een gala uitgereikt.

In Amerika en Engeland, waar Watson zijn inspiratie opdeed, bestaat Black History Month al veel langer. In Nederland is dit de tweede editie. Dat history is vervangen door achievement heeft met de blik op het heden te maken en omdat het slavernijverleden in juni centraal staat rond Keti Koti. Watson: „Natuurlijk krijg ik af en toe de vraag waarom er dan niet ook een white achievement month is. Het korte antwoord is: omdat zwarte rolmodellen niet of nauwelijks worden getoond in de Nederlandse samenleving.”

Twee modetijdschriften stonden in augustus in het teken van diversiteit – in navolging van een internationale trend. Een uitzondering of de nieuwe werkelijkheid?

De maand krijgt geld van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Ook de gemeenten Den Haag en Amsterdam, waarin de meeste activiteiten plaatsvinden, geven subsidie. In Engeland bestaat de maand al dertig jaar en zijn alle instellingen die overheidsgeld krijgen verplicht mee te doen aan Black History Month, waaronder de scholen. Zo ver is het in Nederland nog niet, maar Watson ziet dat het programma in één jaar al is gegroeid naar disciplines als film, ballet en opera.

Uiteraard is het niet alleen bedoeld voor een zwart publiek, benadrukt pr-medewerker Demelzha Blinker, die is aangeschoven bij het gesprek in het Bijlmer Parktheater. Maar de makers zijn wel zwart, daar gaat het om. „Ons doel is dat we uiteindelijk geen gescheiden programma’s meer hoeven te maken met zo’n duidelijk statement.” De Black Achievement Month zou zichzelf op den duur moeten kunnen opheffen, beaamt Watson.

Maar zover is het nog niet. Watson: „Als ik de jongeren met wie ik werk vraag of zij een zwarte wetenschapper of ondernemer kennen, zeggen ze: ‘Nee.’ Als zíj ze al niet kennen, dan hun witte vriendjes op school al helemaal niet. Acteurs en rappers kan iedereen opnoemen, maar in andere sectoren zien we ze niet.”

Rattenvanger van Hamelen

Watson is de man achter Untold, een Amsterdamse organisatie voor empowerment van jongeren met voornamelijk een Afrikaanse, Surinaamse of Antilliaanse achtergrond. Hij noemt zichzelf een soort „rattenvanger van Hamelen”. „Ze komen binnen voor de podiumkunsten. Je weet hoe dat gaat, ze voelen zich aangetrokken tot muziek, dans en theater. Als ze eenmaal binnen zijn, gaan we ook met ze mee naar discussies en netwerkmeetings; we nemen ze mee de wereld over via uitwisselingsprogramma’s.”

Black Achievement Month werkt net zo. Er staat veel mooie muziek, dans en theater geprogrammeerd, maar het doel is te vieren wat bij de opening zonder omhaal de Black Renaissance wordt genoemd. Want ondanks het gebrek aan rolmodellen is er sprake van een verschuiving. Steeds vaker kun je zwarte columnisten lezen in verschillende media en schuiven mensen als Akwasi of Stephanie Afrifa aan bij De Wereld Draait Door.

Watson: „Deze generatie is hier geboren en getogen, zij zien hier hun toekomst. Dat is een andere houding dan die van hun ouders. Neem nou mijn ouders, die dachten heus niet: ik moet mezelf goed positioneren in de samenleving. Toen zij uit Suriname kwamen, dachten ze: ik moet hard werken. Onze ouders hadden het idee om ooit terug te gaan naar Suriname, Ghana of Curaçao. Maar nu is er een generatie die zich hier vestigt als goede burgers. Ze eisen hun plek op.”

Lees ook het zomeravondgesprek tussen tv-persoonlijkheid Sylvana Simons en econoom Heleen Mees