Om Wim Sonneveld blijf je lachen

Honderdste geboortedag

Vergeten is hij zeker niet, Wim Sonneveld, de in 1974 overleden cabaretier. Niet al zijn werk heeft de tijd doorstaan, maar deze tien conferences en liedjes zeker wel.

Foto Kippa

Frater Venantius is hopeloos verouderd. De zingende geestelijke met gitaar, fletse mopjes en zijig-Limburgse tongval, waarmee Wim Sonneveld in de jaren zestig volop furore maakte, slaat nergens meer op. Toen deze Venantius in 1963 zijn entree maakte, was hij, met zijn kwezelige meezinger Zeg maar ja tegen het leven, een hilarische parodie op de zoete liedjes zingende zielenherders die destijds de hitparades bestormden. In 1965 stoomde Sonnevelds typetje zelfs door naar de tiende plaats in de Top-40. Maar nu is hij die context totaal kwijt. Niemand ziet er de grap nog van in.

Zo gaat het met cabaret wel vaker; als de grappen geen mikpunt in de werkelijkheid meer hebben, belanden ze in het luchtledige.

De honderdste geboortedag van Wim Sonneveld (1917-1974) wordt volgende week herdacht op twee gala-avonden in theater Carré in Amsterdam. Eerder dit jaar werd al een Amsterdamse brug naar de cabaretier vernoemd en in oktober opent het Stadsarchief een expositie met foto’s en attributen. Ook het boordje van de frater zal daar te zien zijn.

De vraag is echter wat er nog over is van zijn artistieke erfenis. Venantius niet, en evenmin de orgeldraaier Willem Parel, die in de jaren vijftig wekelijks op de zaterdagavond door Sonneveld werd gespeeld in het razend populaire radioprogramma Showboat. Parel werd zelfs het middelpunt van een film, maar ook zijn optreden – inclusief een namaakdialect dat voor Amsterdams moest doorgaan – wekt nu nog nauwelijks enige lachlust op.

Maar daarmee is Wim Sonneveld allerminst afgeschreven. Dat zal mede te maken hebben met ’s mans uitzonderlijke veelzijdigheid. In zijn shows was hij conferencier, typetjesmaker en zanger van lyrisch én komiek repertoire. Zo’n voorstelling was een opeenvolging van losse nummers, gescheiden door het applaus uit de zaal, zonder de rode draad die bij de huidige cabaretiers hoogtij viert. En van die losse nummers is nog heel wat overeind blijven staan. Verrassend veel zelfs.

  1. Lieveling

    Sonneveld durfde het aanvankelijk niet te zingen uit angst het vrouwelijk deel van het publiek af te stoten. Als homoseksueel die in de kast bleef, meende hij daarvoor extra kwetsbaar te zijn. Maar het bleken juist de vrouwen te zijn die om de tekst (van Friso Wiegersma) het hardst moesten lachen. Uitgesproken nichterig was het nummer intussen wel, mede door Sonnevelds malicieuze voordracht, maar dat maakte het des te lachwekkender: „Want jouw streep liep altijd door mijn seksuele rekening – lieveling…”

  2. Het dorp

    De grootste Sonneveld-klassieker aller tijden ging over de moderniseringen in Deurne, het geboortedorp van zijn vriend en tekstschrijver Friso Wiegersma. Maar heel Nederland bleek zich in deze lyrisch verwoorde nostalgie te herkennen. Ook speelde het anno 1974 opkomende milieubewustzijn mee in de algehele waardering. Wiegersma schreef het op de muziek van ‘La montagne’, de Franse heimwee-hit van Jean Ferrat. Sonneveld zette er zijn weemoedigste zangstem bij op.

  3. Kroketten

    Wat tijdens een lezing met lichtbeelden op het doek wordt geprojecteerd, heeft repercussies voor de omzet aan snacks tijdens de pauze. Het vertonen van bloederige wonden fnuikt de krokettenverkoop. Dat schreef Simon Carmiggelt uit eigen ervaring in een verhaal waarvan Sonneveld een hoogtepunt in zijn oeuvre maakte. Met slepend stemgeluid speelde hij de man die het buffet runde en achterdochtig aan de spreker kwam vragen wat er op het scherm zou verschijnen. Veel passages werden gevleugelde woorden: „Daar gáán me kroketten!”

  4. Aan de Amsterdamse grachten

    Lieflijk lied van schrijver-componist Pieter Goemans, in 1956 voor het eerst op de plaat gezet door voetballer-zanger-acteur Hans Boskamp. Maar de opname die Sonneveld zes jaar later maakte, werd de populairste. En geen wonder: charmanter dan hij zong niemand het. Ook niet op het Prinsengrachtconcert waar het lied de vaste afsluiter is.

  5. De stalmeester

    Typetje op topniveau: de Oranje-adjudant die de tradities van het koningshuis („de franje van Oranje”) stond toe te juichen, op een weergaloze tekst van Michel van der Plas. Met een komisch contrast tussen zijn geaffecteerde voordracht en zijn woordkeus over het aannemen van de geschenken die de koningin tijdens het défilé op Soestdijk kreeg aangeboden, om die daarna „achter de rododendrons (te) sodemieteren”.

  6. Nikkelen Nelis

    Beter bekend als Zij kon het lonken niet laten, waarin zanger Sonneveld en schrijver Wiegersma zich onbelemmerd van hun lellebellerige kant lieten zien, op een perfecte deun van Harry Bannnink. Mallotig melodrama vol zotte zinnetjes: „Drie veren droeg zij slechts en soms geeneens geen drie…”

  7. Tearoom Tango

    Prachtige sfeertekening over chic Den Haag, van Michel van der Plas (tekst) en Harry Bannink (muziek). Sonneveld speelde/zong met de nuffige precisie die zo’n nummer doet uitblinken: „Je hebt me belazerd, je hebt me bedonderd…”

  8. Water bij de wijn

    Binnenhuisdramaatje van Annie M.G. Schmidt over een man die zich zijn leven lang heeft laten koeioneren door zijn burgerlijke echtgenote, terwijl hij zo graag naar de Golf van Mexico had willen reizen. Sonneveld zong het met uit het leven gegrepen berusting.

  9. De gulle lach

    Ietwat alcoholisch type uit het oeuvre van Simon Carmiggelt, door Sonneveld getypeerd als een Amsterdammer die vindt dat er tegenwoordig op straat niets meer te lachen valt: „Waar is de gulle lach op heden gebleven, meneer Sonneberg, dat vraag ik u af.”

  10. Dat wij verschillen van elkaar

    Liefdeslied op tekst van Huub Janssen, de eerste (en zeven jaar oudere) vriend van Sonneveld. Gaaf geformuleerde tragiek, waarin de zanger dertig jaar ouder is dan degene die hij lief heeft en daarom niet denkt dat het ooit wat kan worden. Het verdriet in Sonnevelds stem doet vermoeden dat hij wist waarover hij zong.