‘Mortiergranaat die militairen in Mali doodde was afgekeurd’

Ongeluk

De mortiergranaat die vorig jaar bij een oefening in Mali het leven kostte van twee Nederlandse militairen, was ongeschikt bevonden maar werd toch gebruikt, zegt voorzitter van de militaire vakbond VBM Jean Debie.

Nederlandse commando's van het KCT (Korps Commando Troepen) in actie tijdens een patrouille naar de plaats Ansongo. Foto Evert-Jan Daniels

De mortiergranaat die vorig jaar bij een oefening in Mali het leven kostte van twee Nederlandse militairen, had nooit gebruikt mogen worden. Deze granaat en duizenden andere waren door een medewerker van Defensie zelf ongeschikt bevonden, maar werden toch gebruikt. Dat zegt Jean Debie, voorzitter van de militaire vakbond VBM.

Donderdag verschijnt een rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) over het incident, waarbij een derde militair zwaar gewond raakte. Debie zegt de conclusies al te kennen, al is het uit tweede hand. „Het gaat om een partij mortiergranaten die in 2006 of 2007 is aangekocht bij een fabriek in Bulgarije. Toen deze aankwamen bij het munitiebedrijf van Defensie, was er een munitietechnicus die meteen concludeerde dat het rommel was.”

„Het was meteen duidelijk dat de buizen en de granaten niet goed waren en toch zijn er duizenden in het systeem terecht gekomen en jarenlang door militairen gebruikt”, vervolgt Debie, die zegt de inhoud van het rapport ‘van een ‘betrouwbare bron’ te hebben vernomen.

Het ministerie van Defensie wil niet reageren voor het OVV-rapport donderdag om 10.00 verschijnt. „Wij mogen pas reageren als de onderzoeksraad zelf haar rapport heeft gepubliceerd”, zegt een woordvoerder. Ook de OVV wil nu niet reageren, smst een woordvoerder woensdagavond.

Vreselijk ongeluk

Debie is ontsteld over de bevinding van de OVV. „Als de beveiligingssystemen van Defensie gewerkt hadden, had dit vreselijke ongeluk niet hoeven gebeuren.” De dood van korporaal Kevin Roggeveld (24) en sergeant Henry Hoving (29) had dan voorkomen kunnen worden, voegt hij toe.

Debie wil nu vooral van het ministerie weten hoe het kon gebeuren dat de mortieren ondanks het oordeel van een eigen medewerker bijna tien jaar werden gebruikt voordat het mis ging. “Waren er geen latere controles die hetzelfde aantoonden?”, vraagt hij zich af.

Ook andere vragen moeten door Defensie beantwoord worden. Onduidelijk is of en wanneer het gebruik van de Bulgaarse mortieren gestaakt is. Wanneer het departement zelf wist van het afkeurende oordeel. En waarom het ministerie niet zelf bekend heeft gemaakt welke fouten er gemaakt zijn, maar wachtte op het OVV-rapport.

Defensie kampt door bezuinigingen al jaren met materieelproblemen en een tekort aan munitie. Bij militaire oefeningen zou ‘pang-pang’ geroepen moeten worden om geen kogels te verspillen. Het ministerie heeft echter altijd volgehouden dat militairen op uitzendingen zoals in Mali optimaal getraind waren en ook daar over voldoende goede wapens en munitie beschikten.