Recensie

Met geweld geschilderde gruwelsprookjes

Beeldende kunst

De Tilburgse galerie Park toont een secuur ingerichte tentoonstelling met de nalatenschap van Jaap de Vries. De kunstenaar leek in gevecht met zowel de kracht van de acrylverf als met de figuren die hij schilderde zelf.

Fluitspeler, Jaap de Vries Foto Park

Hij overleed aan een hersentumor, slechts 54 jaar oud. Zijn atelier bleef achter zoals het was: schilderijen rijen dik tegen de muur. Tekeningen in stapels op de grond, snippers papier overal, potten en tubes verf in slagorde ernaast. Een ijskast, een afgeragde bank, een oude stoel, veel muziek en foto’s aan de muur. En – opvallend: geen ezel.

Kunstenaar Jaap de Vries (1959-2014) werkte op zijn knieën op de vloer: daar goot, kerfde, sneed en vooral schilderde hij sinds zijn afstuderen aan de St. Joost Academie in Breda een extatisch, buitensporig gewelddadig universum bij elkaar in een kleurenspectrum dat uitwaaierde van Ensoriaans vrolijk tot grimmig, grauw en viezig. Net als bij zijn grote voorbeeld Francis Bacon was schoonheid niet zijn doel. De Vries dook in de onderwereld van het verstand, met alle wreedheid, botheid en wellust die daar de dienst uitmaken.

In Park in Tilburg is nu een secuur ingerichte tentoonstelling gewijd aan de nalatenschap van De Vries, die tijdens zijn leven regelmatig exposeerde, best veel verkocht, in 2009 de Wim Izaksprijs won, maar nooit echt doorbrak. Dat kwam niet omdat De Vries zelf geen belangstelling hechtte aan kunsthistorische prietpraat. De oorzaak ligt vooral in de ongebreideldheid van de kunstenaar. Dat is een voor-, maar ook een nadeel, blijkt in Park.

In zijn voordeel werkt de bijzondere inrichting van de tentoonstelling, met een duidelijke indeling tussen atelier en een meer museale ruimte met een selectie van zo’n tien werken grote werken op aluminium. In de atelierruimte broeit en kookt het. Daar liggen met name werken op papier waarvan de beste doen denken aan het werk van Marlene Dumas: geweldige schilderijen van mensfiguren en gezichten, waarin de kunstenaar in gevecht lijkt met zowel de kracht van de acrylverf als de figuren zelf.

In de museale ruimte hangt een selectie van werken op aluminium en op papier. Sommige werken zijn versneden, opgebouwd in tientallen lagen, alsof de kunstenaar het geweld dat hij afbeeldt ook op het materiaal richt. Met aquarel heeft hij op het aluminium doodshoofden, half opengesneden skeletten, naakte mensen en gruwelsprookjes geschilderd, die laten drogen en vervolgens geïmpregneerd. Het resultaat is vooral onbehaaglijk schril. De composities zijn veel en vol. De Vries verkende de nachtzijde van wat algemeen de Verlichting heet. Maar soms, zo blijkt, verdwaalde hij op die verkenningstochten.