Column

Man in de opvang

Ik dacht dat ze ondertussen wel zo’n beetje uitgestorven zouden zijn, maar gisteren stuitten we dan toch op een van de laatste mannelijke crèchemedewerkers. Niet dat we daarnaar op zoek waren, in tegendeel. Hij hing zomaar in een lijstje tussen alle Mariekes en Lottes aan de fotowand van de enige kinderopvang van het dorp waar we gaan wonen.

Een blanke man van een jaar of 35, dat zijn de gevaarlijkste. Blij type zo te zien, gehurkt voor een glijbaan met op iedere knie van de legerbroek een lachende peuter. Ik schoof een paar pasjes naar de fotowand toe, alsof ik een vreemde diersoort bestudeerde. Had hij nou dreadlocks, of was het gewoon vet haar?

Ik wilde mijn idee over mannen die met kleine kinderen werken wel wegdrukken, maar met vooroordelen is het net als met brandend maagzuur: het komt toch omhoog. Ik wist dat met de overgrote meerderheid niets mis was, dat je ze op grond van een enkele rotte appel niet allemaal op voorhand misbruik in de schoenen mag schuiven, maar omdat het mijn eigen dochters aanging had ik daar toch liever alleen maar vrouwen zien hangen.

Nou niet de stemming verpesten en meteen beginnen met discrimineren, dacht ik. Was het eigenlijk wel discriminatie? Zelf was ik toch ook een blanke man met vet haar?

„Hee, een man”, constateerde ik zo neutraal mogelijk.

„Ja, een van onze beste flexkrachten”, antwoordde de vestigingsmanager, een type dat stevig in haar laarsjes stond.

Ze had ‘Marco’ er bewust tussen laten hangen omdat ‘het vreemd voelde’ om hem weg te halen en de discussie uit de weg te gaan. Resultaat van dat beleid was wel dat ze met bijna alle nieuwe ouders hetzelfde gesprek stond te voeren. Het was duidelijk dat ze hem vanwege ons niet ging ontslaan, zeker niet omdat hij zo goed met en voor kinderen was.

Er volgde een heel verhaal over rolmodellen, protocollen en het ‘vier-ogen-beleid’. Hij was nooit alleen, er was altijd een vrouw in de buurt die hem in de gaten hield.

Bij het wandelingetje door het gebouw werd ieder doorkijkje, ieder raam en iedere medewerkster die iets in de gaten stond te houden benoemd, net zo lang totdat ik van lieverlee ook maar hardop ging constateren hoe veilig en transparant het daar wel niet was.

Hee, weer een raam!

Waar was ‘Marco’ eigenlijk?

„Die is vandaag denk ik niet ingeroosterd”, zei de vestigingsmanager, „anders hadden we hem al wel gezien.”

heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.