Column

Junckers ideeën negeren is kortzichtig

Welaan, Juncker heeft gesproken. En wat zegt Nederland? Nederland zwijgt. We maken Junckers rede liefst zo onbelangrijk mogelijk. In het Nederlandse debat over Europa zijn drie posities te herkennen. De eerste heeft maximale sympathie voor de Britten. We willen ze het liefst terug in de EU en anders willen we er zelf ook uit. Ieder woord van Juncker is er dan een te veel. Deze visie is hopeloos. Een pleidooi voor Bremain staat daar gelijk aan landverraad; terugkeer is op korte termijn uitgesloten.

De Britse economie zit sinds het einde van de ‘Pax Brittannica’ in 1914 in een dalende lijn: het Empire en de Britse industrie zijn verdwenen, in 1976 moest zelfs steun bij het IMF worden aangevraagd. Sinds 1914 heeft het slechts één periode de wind mee gehad: de veertig jaar waarin het lid was van de EU en Londen nog verder kon groeien als financieel centrum. Desondanks komt het verlangen naar ‘Nexit’ in Nederland veel voor, ook bij de ‘financiële elite’.

De tweede positie is populair onder politici: laten we over Europa zoveel mogelijk zwijgen. We gaan er niet over, Merkel en Macron beslissen uiteindelijk toch. Zolang Merkel het goed vindt, zal dat ook wel zo zijn. Aanhangers van deze positie nemen Denemarken graag als voorbeeld: geen lid van de euro, maar de Deense kroon wel nagelvast geklonken aan de euro. Een rentestap van de ECB wordt nog dezelfde minuut door de Denen gevolgd. De Denen mogen dus niet meepraten, maar doen wel mee.

Het is de paradox van het ‘Europese democratisch deficiet’: als je nu maar zorgt dat je niks te zeggen hebt, kun je alle lastige vragen ontwijken en is er dus geen probleem.

Opnieuw geldt: ieder woord van Juncker is voor ‘de zwijgers’ er een te veel; het dwingt ze een visie op Europa te geven. Deze positie is vooral populair bij CDA en VVD, maar ook bij D66. De electorale niche van de Democraten is hun steun voor Europa. Een weloverwogen reactie van Pechtold op de rede van Juncker ligt dus voor de hand. Daar hebben we echter niets van vernomen. Moet het Europa-standpunt van D66 binnenkort in de schatkamer van democratische kroonjuwelen worden bijgezet?

Resteert een derde positie, van mensen die zich realiseren dat Europa veel heeft bereikt, maar dat er steeds nieuwe vragen op ons af komen. Die vragen verdienen vaak een nationaal of regionaal antwoord, maar soms ook een uit Europa: klimaat, onze defensie post-Trump, de vluchtelingencrisis, de bankenunie, ‘Google tax’, om maar een paar onderwerpen te noemen.

Als we niet willen worden vermalen tussen ‘M&M’, dan is Juncker onze vanzelfsprekende bondgenoot. Zijn belang is niet dat van deze of gene (grote) lidstaat. Een compromis tussen alle lidstaten, dat is zíjn belang. Dat we hem als dronkelap diskwalificeerden heeft ons buitenspel gezet. Serieus ingaan op zijn argumenten heeft meer zin.

Zijn voorstel het presidentschap (nu Donald Tusk) en voorzitterschap van de Europese Commissie (nu Juncker) te combineren? Dat lijkt me een slecht plan. Alle-EU landen op termijn lid van de euro? Moeilijk, maar het is een uitstekend idee dat bovendien onverkort in het belang van Nederland is. Zweden en Denemarken (nu geen eurolanden) zijn natuurlijke bondgenoten voor Nederland. Omdat ze nu geen lid van de eurozone zijn, staan ze vaak buitenspel.

Een goed functionerende muntunie vereist een vorm van gemeenschappelijk budgettair beleid. Dat kan alleen met adequate democratische controle en dus een rol voor het Europees Parlement. Maar dan moeten alle lidstaten wel deel zijn van die muntunie. Kortom: Nederland schaadt zijn eigen belang door verstoppertje te spelen.

Coen Teulings is econoom en hoogleraar in Cambridge en Amsterdam.