Interview

‘Je moet de noten van Verdi laten koken’

Opera

Regisseur Floris Visser en dirigent Ilyich Rivas keren bij De Nederlandse Reisopera terug naar de bronnen van Verdi’s ‘La Traviata’. „De theatrale opvattingen van de componist zijn in de loop der jaren vermoord.”

Urska Arlic Gololicic en Jesus Garcia in La Traviata Foto Marco Borggreve

Zijn voorouders aan vaderskant waren dirigenten, zijn moeder komt uit een geslacht van stierenvechters. De 24-jarige Venezolaan Ilyich Rivas groeide op met de verlokkingen en de gevaren die schuilgaan in het willen temmen van krachten groter dan de mens zelf. De komende anderhalve maand dirigeert hij bij De Nederlandse Reisopera de verraderlijke partituur van Verdi’s La Traviata(1853). In wezen verschillen matador en dirigent niet veel, zegt Rivas. „In het boek Death in the afternoon van Ernest Hemingway krijgt de legende El Gallo de vraag hoeveel gewichten hij heft om zich met de stier te kunnen meten. De oude man lacht erom. Wat kan hij met zijn spieren uitrichten tegen een stier van zeshonderd kilo? De kracht zit in het dier. De matador daarentegen heeft de vaardigheden om dat geweld in zijn eigen voordeel te gebruiken. Dat geldt ook in muziek. De dirigent roept een energie op waarmee hij nooit zal kunnen wedijveren, maar die hij wel kan sturen. Het geheim ligt in de techniek.”

Literaire heldin

De dans van matador en stier spiegelt zich in zekere zin in La Traviata, waarin de uitgeteerde heldin Violetta walst met de dood. Ze weet welk lot haar wacht, het kondigt zich al aan in de eerste ijle strijkersklanken van de prelude. „Deze muziek is rijk en bleek tegelijk”, zegt Rivas. „De violisten spelen met kristallen vibrato. Door het strelen van de snaren verklanken zij Violetta’s ziekteproces. Tuberculose stond in Italië bekend als de subtiele kwaal, die je traag opvreet, met tussenpozen waarin zij verdwenen lijkt. Je hoort dat Verdi wist wat tbc betekende, in die prelude maar ook aan het slot, wanneer Violetta zich plots weer beter voelt. Want vlak voor het sterven openden de longen zich nog eenmaal, en gaven de zieke de illusie dat het leven terugkeerde.”

Foto Marco Borggreve

Met regisseur Floris Visser wil Rivas terug naar de muzikale en theatrale bron van La Traviata. Het betekent dat in de enscenering het bestaan van de echte Traviata, de Française Marie Duplessis, de rode draad door de voorstelling vormt. „Zij kwam op haar dertiende vanuit Normandië naar Parijs, een stad die zwolg in hedonisme”, beschrijft Visser. „Deze dochter van een brute dronkaard, een meisje met een boers accent, zonder enige beschaving, klom in de amper tien jaar tot haar dood op tot de meest gewilde courtisane van Parijs, die zichzelf onderwees, zodat ze in gesprekken niet onderdeed voor de grote kunstenaars en intellectuelen. Tijdgenoten roemden de hemelse schoonheid van Duplessis met zwart haar en lippen roder dan kersen, als ‘een kleine figuur van kostbaar porselein’. Ik wilde haar wordingsgeschiedenis tonen, want daardoor begrijp je pas waarom Traviata het geluk en de liefde opoffert voor een jong meisje dat ze niet kent. Meestal moet je daar maar naar gissen.”

Vlak voor haar dood sprak de net 23-jarige Duplessis tegen haar dienstbode de verwachting uit dat ze snel weer tot leven zou komen. Dit voorgevoel bedroog haar niet. Voormalig minnaar Alexandre Dumas fils maakte haar tot heldin van zijn La Dame aux Camélias, de roman die componist Giuseppe Verdi en zijn librettist Francesco Piave tot La Traviata inspireerde. In zijn regie volgt Visser de weg terug van literaire verbeelding naar historische werkelijkheid. Een spel dat onder meer gestalte krijgt via een ingenieuze doorkijkspiegel.

Andere hartslag

Dirigent Rivas doet in muzikaal opzicht iets soortgelijks. Hij nam anderhalf jaar de tijd om zich te bevrijden van de talrijke tradities die zich in de loop der jaren aan de opera hechtten. „Ik moest er een immuunsysteem voor ontwikkelen.” In de oorspronkelijke Verdi-partituur ontdekte Rivas een La Traviata die weinig leek op de door hem bewonderde opnamen.

Foto Marco Borggreve

„Met een heel andere hartslag”, zegt hij. „Verdi schreef in deze opera vooral in de gepuncteerde ritmes die we kennen uit de Barok, de maat die de Franse hofcomponist Jean-Baptiste Lully met zijn staf op de vloer tikte. Dus geen vloeiende lijnen. Hiermee verleende Verdi zijn muzikale vertelling een obsessieve sfeer, de noten koken als het ware. Door die ritmes vermeed hij de valkuil van de sentimentaliteit. Maar langzamerhand filterden dirigenten dat rusteloze karakter uit La Traviata. Waarom? Het antwoord luidt: Mirella Freni, Plácido Domingo en Luciano Pavarotti. De cultus van de diva en de ster-tenor. Hun lange zanglijnen wonnen van het oorspronkelijke drama. Muzikaal gezien maakte dat La Traviata tot een toppunt van vocale kunst, maar ten koste van Verdi’s opvattingen over theater. Die werden vermoord. Wij zijn van plan ze opnieuw tot leven te wekken.”

Verdi’s La Traviata van De Nederlandse Reisopera gaat zaterdag 29 september in première in Enschede. Tournee t/m 18 november. Inl: reisopera.nl