‘Ik heb mijn intuïtie altijd gevolgd’

Pieter Verhoeff (79) is de regisseur van twee films op het Nederlands Film Festival deze week. Eén over Herman Koch en één over het Tokio Tribunaal in eind jaren veertig. „Voor de Japanners waren de kleinste feiten nog heilig.”

Het is zelfs voor een ervaren regisseur als Pieter Verhoeff uitzonderlijk om twee films op een filmfestival in première te zien gaan. En toch zijn in Utrecht deze week zowel zijn portret van Herman Koch als zijn speelfilm Tokyo Trial te zien. „Toeval hoor”, haast Verhoeff (79) zich te verklaren. „Toen ik kwam praten over de film over het Tokio-tribunaal hoorden ze toevallig dat ik ook met Koch bezig was. Daar wilden ze wel een stukje van zien. Zo kwam van het een het ander.”

Verhoeff kent Koch al jaren; hij regisseerde eind jaren tachtig de eerste twee seizoenen van Jiskefet. De titel van het legendarische VPRO-programma werd zelfs ooit aan deze keukentafel geopperd. Er waren al tal van namen voorbijgekomen: ‘Oogentroost’, ‘Septemberdans’... allemaal niks, vonden de makers. Verhoeffs oude moeder uit Lemmer bracht onbedoeld uitkomst. „Ik was jarig, en mijn moeder was de tafel aan het opruimen en zei: Nou, deze rommel kon toch zeker ook wel in het ‘jiskefet’, he. Dat is Fries voor ‘vuilnisbak’. En Michiel Romeyn zei: Jiskefet? Wat een grappig woord. Toen hadden we de titel.”

Aanvankelijk had zijn documentaire als werktitel De woede van Herman Koch. „Maar woede is niet de sleutel waarmee je Hermans werk kunt duiden. Nou ja, die aanvragen bij het Media- of Filmfonds zijn natuurlijk deels ook verleidingspraatjes. Daarna ga je lekker je eigen gang.”

Kameleonitische figuur

Verhoeff volgt de schrijver vooral bij diens talloze optredens, voorleesavonden en signeersessies rondom Kochs boekenweekgeschenk Makkelijk leven. Dat levert veel aardige momenten op. Toch overheerst het beeld van een kameleontische figuur, die de kijker niet echt raakt, zeg ik. „Oh ja?”, reageert Verhoeff verbaasd. „Als je de film goed bekijkt, leer je Herman toch echt wel kennen. Al ligt het er niet dik bovenop. In zijn normale bestaan is Herman een heel gewone man. Je leert hem vooral kennen door zijn boeken te lezen en naar zijn types te kijken. Pas in zijn personages komen er dingen aan het licht die er niet om liegen. Herman is een speler. Hij is zich enorm bewust van hoe hij overkomt. Dat heeft me nogal verbaasd. Ik dacht: dit is nou echt een man die zich nergens iets van aantrekt. Maar hij trekt zich alleen nergens iets van aan als hij een personáge is. In Jiskefet speelde hij ooit een man die enorme jeuk aan zijn reet heeft. Uiteindelijk gaat hij in een café zelfs in zijn blote kont op zo’n ruwe bierglasborstel in de spoelbak zitten. Als acteur voelt hij geen enkele gêne . Maar als Herman Koch is hij zich zeer bewust van wat hij wel of niet laat zien.”

Kochs camerabewustheid vormde soms echt een obstakel, zegt Verhoeff. „Op de momenten dat we niet draaiden zei hij soms prachtige dingen. Hij vertelde me een keer dat hij net griep had gehad. Zijn zoon was naast hem op bed gaan liggen. Hij aaide zijn vader over z’n hoofd, en zei: wat heb je toch zachte haartjes. Uiteindelijk viel z’n zoon naast hem in bed in slaap. Zo diep, dat Hermans vrouw uiteindelijk maar op de bank ging liggen. Ik merkte aan Herman dat het verhaal hem echt ontroerde. Maar dat soort dingen vertelt hij niet makkelijk als er een camera bij is.”

De opnames van de film over Herman Koch vielen net tijdens de montageperiode van Verhoeffs andere film op het Utrechts Filmfestival: Tokyo Trial. In deze speelfilm volgt de kijker de elf rechters van het Tokio-Tribunaal tijdens de berechting eind jaren veertig van 28 Japanners, die van oorlogsmisdaden tijdens WO II werden beschuldigd. Centraal staat Bert Röling, de enige Nederlandse rechter in het tribunaal. „Een fascinerende figuur”, zegt Verhoeff. „En niet alleen omdat hij, als verwoed amateurviolist, ten tijde van het tribunaal een affaire kreeg met een Japanse pianiste. Wat zijn verhaal natuurlijk extra geladen maakte.” Verhoeff werkte in totaal bijna zeven jaar aan het project. In eerste instantie maakte hij een serie over het onderwerp voor Netflix. Maar de samenwerking met de Japanse producent – de Japanse publieke omroep – bleek al snel mateloos gecompliceerd. „Die relatie met die Japanse pianiste moest er sowieso uit. Dat vonden ze niet relevant voor het verhaal.” Voor de Japanners is het Tokio-tribunaal tot op de dag van vandaag een zeer gevoelig onderwerp, merkte Verhoeff. „Volgens sommigen uit de regering-Abe had dat hele Tokio-tribunaal nooit mogen plaatsvinden. Dus de Japanse publieke omroep – die toch al wordt weggezet als links-liberaal – moest uitermate zorgvuldig zijn met het weergeven van de feiten.”

Die overgevoeligheid bleef een constante factor tijdens het hele filmproces. Tot ontsteltenis van de regisseur. „Ik wilde – met alle respect voor de feiten – ook de verbeelding een kans geven. Je kunt onmogelijk alle feiten vertellen. Maar ze waren als de dood om historisch incorrect te zijn. Elk feitje moest worden gecheckt. Door die hang naar compleetheid van de Japanners werd die serie Teleac-achtig. Daarom is die serie zeker niet geworden wat ik had gewild. Maar ik hield mezelf altijd voor: straks maak ik die film nog, gedestilleerd uit materiaal van de serie.”

Voortdurend verantwoorden

Of die film uiteindelijk dan ook zijn revanche is geworden? Verhoeff aarzelt. „Laat ik zeggen dat ik het een uitdaging vond om iets moois te maken, terwijl ik me voortdurend voor alles moest verantwoorden. Voor de Japanners waren de kleinste feiten nog heilig. Nee, dat journaalfilmpje was nooit in die ene bioscoop vertoond. Hup, kon ik weer een mooie bioscoopscène weggooien. Het werd echt een gevecht tussen de feiten en de verbeelding. Terwijl je in de verbeelding juist heel dicht bij de feiten kunt komen. Je moet durven spelen met de werkelijkheid. Maar als ik het woord ‘spelen’ maar gebruikte, werden ze al doodsbenauwd.”

Laat hij eerlijk zijn, hij heeft regelmatig gedacht: waar ben ik aan begonnen? „Ik heb een paar keer tijdens het productieproces overwogen om er mee te stoppen. Maar dan zou het hele project ingestort zijn. Ik probeerde het dus maar te beschouwen als een bijzonder avontuur.”

En er waren ook genoeg mooie momenten, benadrukt de maker. „Als ik eenmaal op de set sta, betreed ik het land van de fantasie en de vrijheid. Werken met een talentvolle crew en goede acteurs is geweldig. Dan geniet ik echt aan alle kanten.” Bij de casting legde hij de lat hoog. De rechters van het tribunaal kwamen oorspronkelijk uit elf verschillende landen. Daarom wilde Verhoeff ook echt acteurs met diezelfde achtergrond. De Indiase rechter wordt dus gespeeld door een Indiër, en de Australische rechtbankvoorzitter Webb door een Australische acteur. „Ik vond het belangrijk dat ze met een authentiek accent spraken.” De rol van rechter Bert Röling wordt vertolkt door Marcel Hensema. Die moest van Verhoeff voor de rol wel eerst op vioolles. „Want je moet vioolles hebben gehad om te kunnen faken dat je viool speelt. Iedere musicus ziet anders meteen dat het nep is.”

Uiteindelijk is er een film uitgekomen die het beste van alle mogelijkheden in zich herbergt, denkt hij. „Ik geloof wel dat het, zonder liefdesverhaaltje of actiescènes, toch echt een film is geworden.’’ En hij ziet niet om in wrok. „Ik heb bij al mijn films momenten gehad waarop ik totaal in de put zat. Dan kon ik gewoon niet slapen. Zweet in mijn handen, doodsangsten. Maar ik weet ook van mezelf dat het mij onderin die put totaal niet bevalt. Voor ik het doorheb, ben ik alweer omhoog aan het klimmen. En als het af is, ben ik het vergeten. Ik heb een slecht geheugen voor ellende.” Al wil hij hierna wel een film maken over het maakproces van Tokyo Trial, op basis van de zeven dikke dagboeken die hij over het project volschreef. „Met het idee: dit moét ik vastleggen.’ ‘Niets dan de waarheid’, moet die film gaan heten. Dat is weer een nieuwe invalshoek: een film maken over je eigen film. Hij moet er zelf om lachen. „Maar mijn gevoel zegt dat ik het moet doen. En ik heb mijn intuïtie altijd gevolgd.”

Tokyo Trial is donderdagavond te zien op Nederlands Film Festival in Utrecht; de serie is te zien op Netflix. Echt Herman Koch is donderdagavond om 23.05 uur te zien op NPO2.