Hoeveel jaar blijft een mierenhoop bestaan?

Wekelijks zoekt de redactie wetenschap het antwoord op een veelgestelde vraag. Vandaag: hoe oud kan een mierenhoop worden?

Foto iStock

De rode bosmieren zijn nog verrassend actief op deze zonnige zondag, de derde dag van de herfst. Lange rijen gaan af en aan, bij een mierenhoop (koepelnest, zeggen biologen) dat aan de rand van een vennetje ligt, bij Nijmegen. Een stuk stam van een omgevallen boom maakt deel uit van het nest, dat half verborgen ligt onder een braamstruik. Het tafereel roept vragen op. Hoe lang zou het nest er al zijn? Hoe lang bestaat een mierennest überhaupt?

Met die vraag kun je meerdere kanten op, zegt mierendeskundige Peter Boer uit Bergen, aan de telefoon. Hij onderhoudt de website nlmieren.nl. Bij een nest, zegt Boer, denk je al gauw aan de kolonie die het gebouwd heeft. Zo’n kolonie bestaat uit een koningin en werksters. De koningin leeft doorgaans veel langer dan de werksters. Boer: „Dus, kun je denken: zo oud als de koningin wordt, zo lang bestaat het nest.”

In de literatuur vind je beschrijvingen van koninginnen die 10, 20 jaar oud worden. Er is een wegmier bekend die bijna 29 jaar (!) is geworden – een stuk ouder dus dan kat en hond worden. Maar dan gaat het meestal om koninginnen die in het laboratorium zijn gehouden. „In het veld is een koningin lastiger te volgen”, zegt Boer.

Boer geeft een voorbeeld. De meest algemeen voorkomende soort in Nederland, de wegmier, heeft een geduchte concurrent in de zaadmier. Allebei bouwen ze nesten onder de grond, met uitgebreide gangenstelsels. Boer: „Regelmatig voeren ze felle ondergrondse gevechten.” De ene kolonie kan de andere vernietigen en het veroverde nest innemen. De eerste bewoner verdwijnt, maar het nest blijft.

Er zijn ook soorten waarbij de werksters hun koningin om de zoveel tijd vervangen. Bij de Argentijnse mier Linepithema humile, die in 1976 voor het eerst in Nederland is waargenomen, gebeurt dat meestal elke tien maanden. „Eigenlijk zijn de werksters overal de baas”, zegt Boer. „De koningin is puur een legmachine.” Ook in dit voorbeeld gaat de stelregel ‘de leeftijd van de koningin is de leeftijd van het nest’ niet op.

Boer roept meer verwarring op. „Wat noem je precies een nest?” Slankmiertjes wonen vaak in eikels die op de grond zijn gevallen, of in takjes. Eén kolonie bezet meerdere eikels en takjes. Waar begint en eindigt zo’n nest?

Er zijn ook soorten die nesten afsplitsen. Nieuwe, jonge koninginnen worden dan door een groep werksters meegenomen om vlak bij het ‘moedernest’ een nieuw nest te stichten. Die dochternesten kunnen zelfstandig worden. Maar toch vormt de groeiende megastructuur één kolonie. „Omdat er onderling verkeer mogelijk blijft, en er geen agressie optreedt”, zegt Boer. Die agressie is er wel tegen alles wat niet tot de kolonie hoort. Waar begint en eindigt dan het nest?

Uiteindelijk komt Boer toch nog met een soort van antwoord. Als je het nest definieert als een vaststaand plekje dat continu wordt bewoond door mieren, welke soort dan ook, dan kan het weken, maanden, zelfs jaren bestaan. De variatie is groot. Het hangt af van de soort, van de omstandigheden. „Er zijn publicaties over nesten in het veld die tien jaar op dezelfde plek zijn gevestigd.” Het betreft steeds hopen van de rode bosmier. Zelf monitort Boer in de duinen bij Bergen al erg lang een gebied van één vierkante kilometer. „Er is een nest dat sinds 1985 op dezelfde plek ligt, en ook bewoond is.”