Onderwijs

De prijs ‘excellent’ ging naar de lagere schoolresultaten

Onderwijsblog Onbevoegde wiskundeleraren, grote klassen en de titel ,,excellent” voor soms lagere eindexamenscores. Vier jaar onderwijsbeleid volgens Karin den Heijer.

ANP BAS CZERWINSKI

Deze maand verscheen het rapport Education at a Glance 2017. Hierin werden de vergelijkende cijfers gepresenteerd op het gebied van onderwijs in verschillende landen. Minister Jet Bussemaker en staatssecretaris Sander Dekker concludeerden in hun beleidsreactie: ,,Op basis van de cijfers van Education at a Glance 2017 neemt Nederland internationaal gezien een sterke onderwijspositie in.”

Toen ik in Brussel op een Vlaamse school les gaf, waren mijn klassen niet groter dan 20 leerlingen. In Nederland zijn mijn klassen anderhalf keer zo groot. Mijn lestaak is een kwart groter. Het verbaast me dan ook niet dat de leraar-leerling verhouding in Nederland 17 is en in België 10. Wij hebben onze sterke onderwijspositie te danken aan keihard werkende leraren.

In het rapport Education at a Glance wordt onder andere de gemiddelde klassengrootte per land vermeld. Traditioneel staat er in de betreffende tabel bij het Nederlands voortgezet onderwijs geen getal. Ik heb er vier jaar geleden een belrondje aan gewaagd. Waarom levert Nederland geen gegevens voor de gemiddelde klassengrootte in het voortgezet onderwijs? Telefonisch legde een ambtenaar van OCW mij uit dat de klassengrootte niet te meten was. Immers: ,,Op de middelbare school zijn er geen klassen, want iedereen heeft een ander vakkenpakket.” In Nederland, het land waar de microscoop en de stormparaplu zijn uitgevonden, kan de klassengrootte op de middelbare school niet gemeten worden. In andere landen kan dat wel.

Dalend niveau

Er kwam nog een ander rapport uit deze maand: het jaarwerkplan 2018 van de Inspectie van het Onderwijs. De inspectie gaat onderzoeken wat de oorzaak is van het dalende niveau van reken- en wiskundeonderwijs. Wellicht komt zij er dan achter dat we in Nederland een rekentoets hebben die neerkomt op begrijpend lezen, waarbij de uitkomsten met een rekenmachine moeten worden uitgerekend.

Ook wil de inspectie helder krijgen wat de gevolgen zijn van het lerarentekort. Ik kan het alvast vertellen: als er geen leraar meer is, vallen er lessen uit. Hopelijk kijkt de inspectie nog even naar de herdefiniëring van het begrip ‘bevoegdheid’. Op papier is het aantal onbevoegden het afgelopen jaar gedaald, maar nader onderzoek leert dat inmiddels 20% van alle wiskundelessen gegeven wordt door leraren zonder het juiste diploma.

Op zaterdag 16 september zei staatssecretaris Sander Dekker in het radioprogramma Met het op oog op Morgen over de afgelopen vijf jaar: “Ik zie cultuur van uitdaging en ambitie aanslaan in het onderwijs en daar ben ik blij mee. Het aantal Excellente Scholen is verdubbeld.” Leuk en aardig natuurlijk, een ‘cultuur van uitdaging en ambitie’, maar deze cultuur wordt niet ondersteund met harde cijfers. Voor het predicaat ‘Excellente School’ zijn geen excellente slagingspercentages of gemiddelden vereist: het gaat om een ‘onderscheidende aanpak of innovatief onderwijs’. Het predicaat wordt toegekend sinds het aantreden van Sander Dekker. Het predicaat had wat mij betreft ‘De Sander Dekker-bokaal’ mogen heten. Dat klinkt toch nét even anders. Sander Dekker die op de radio zegt: ,,Sinds mijn aantreden zijn er meer Sander Dekker-bokalen uitgereikt.” Want het zit zo. We zitten met een rekentoets die geen rekenen toetst, met ‘benoembare’ leraren zonder bevoegdheid, met ontbrekende cijfers over klassengrootte in het rapport Education at a Glance en met excellente scholen zonder excellente cijfers. Nederlandse 15-jarigen presteren minder goed op internationale toetsen voor natuurwetenschappen en wiskunde en de loslopende leraren wiskunde en natuurkunde zijn op.
Daar sta je dan met je bokaal.

Voorbeelden van excellente scholen met lage resultaten