Interview

‘Een schoonheid die de mens verzoent met het leven’

Maarten Engeltjes en P.F. Thomése

Net als het Stabat Mater gaat Schaduwkind van Thomése over het verlies van een kind. PRJCT Amsterdam brengt de werken samen.

Countertenor Maarten Engeltjes Foto Andreas Terlaak

Godsdienst en klassieke muziek delen een kwijnend bestaan in de moderne samenleving. Zaterdagavond beloofde de nieuwe Theoloog des Vaderlands Claartje Kruijff „in oude woorden het nieuwe” te zullen zoeken. Woorden van gelijke strekking kwamen een etmaal eerder uit de mond van countertenor Maarten Engeltjes. Met zijn ensemble PRJCT Amsterdam wil hij de drie eeuwen tussen de barok en het nu overbruggen. „Die muziek verhaalt over emoties die we ook in deze tijd ervaren en ondergaan.”

Om dat voelbaar te maken, koppelt Engeltjes in zijn eerste eigen concertreeks het Stabat Mater (1736) van Pergolesi aan de roman Schaduwkind (2003) van P.F. Thomése. De Italiaan verklankte een 12de-eeuws Latijns gedicht, waarin lijden en sterven van Jezus Christus wordt bekeken door de betraande ogen van zijn moeder Maria. Honderden andere componisten lieten zich, tot op de dag van vandaag, inspireren tot het toonzetten van dit Stabat Mater, dat voor een liturgische tekst ongekend emotioneel en dramatisch is. Langzamerhand ontsteeg het gedicht daardoor zijn oorspronkelijke betekenis: het groeide uit tot een metafoor voor het verlies van een kind.

In Schaduwkind schetst Frans Thomése het wonder van de geboorte en de plotse dood van een kind: zijn dochter Isa. Beide verhalen vervlechten jubel en treurnis. „Het Stabat Mater van Pergolesi verwijst naar een wereld die ons ploeteraars te boven gaat”, zegt Thomése. „Zijn muziek kent een schoonheid die de mens verzoent met de onvolmaaktheid van het leven. Ook Schaduwkind bezit die kern.”

Als vader van een tweejarige zoon kon Engeltjes zich meteen vereenzelvigen met de kracht en kwetsbaarheid van het bestaan dat Schaduwkind beschrijft. „Meestal buig ik me voor het slapengaan nog even over zijn bed om naar zijn ademhaling te luisteren.” De countertenor ontdekte het boek per toeval, toen hij eens het Stabat Mater vertolkte. „Herman van Veen leidde dat optreden in. Hij sloot af met de zin: ‘Maar hoe heten vader en moeder van een gestorven kind?’ Zijn woorden troffen me. Ze ademden het abstracte Latijn bij Pergolesi leven in. De muziek voelde dichterbij – daar wilde ik iets mee. Ik sprak erover met Makira Mual, voorzitter van het bestuur van PRJCT, maar ook de vrouw van Frans. ‘Die zin gaat over onze dochter’, zei ze. En zo ontstond de gedachte om het Stabat Mater en Schaduwkind te verbinden, om Frans een gesprek aan te laten gaan met Pergolesi, een dialoog tussen heden en verleden.”

Soms gaat het letterlijk om spiegelingen. Bijvoorbeeld in de pietà, het beeld van Maria met in de schoot haar gestorven zoon, dat opduikt in Schaduwkind: „Je wast haar, je oliede haar huid, je trok haar schone kleertjes aan, tot het klaar was en er niets meer te doen viel voor je. En plotseling waren je armen zo leeg, je tilde het lijkje op en klemde het tegen je aan, zo wiegde je jezelf tot rust.” Het zijn de moeilijkste woorden die hij in zijn bestaan geschreven heeft, zegt Thomése. De dood van Isa is nu vijftien jaar geleden. „Of het een leegte achterlaat? Zo zou ik het niet willen uitdrukken. Nee. Die dag eindigde mijn leven. Daarna begon er een nieuwe jaartelling. Soms bekruipt me het gevoel dat ik nu een parallel bestaan leid.”

Pergolesi’s Stabat Mater en Vivaldi’s Nisi Dominus door Maarten Engeltjes en PRJCT Amsterdam met inleidende lezing door P.F. Thomése is te zien in Laren (27/9), Tilburg (29/9), Haarlem (30/9) en Amsterdam (1/10).