Economen schrijven zichzelf relatief vaak over

In zo’n 15 procent van publicaties van Nederlandse economen komt zelfplagiaat voor. Dat is veel meer dan bij andere wetenschappen gebeurt.

Industrie. Foto Alt-n-Anela / Flickr

Een op de zeven publicaties van Nederlandse economen bevat problematische hoeveelheden gerecyclede tekst (‘zelfplagiaat’). Dat blijkt uit onderzoek dat de Nijmeegse wetenschapssociologen Serge Hornbach en Willem Halffman deze week publiceerden in het tijdschriftResearch Policy.

Om meer inzicht te krijgen in het hergebruik van eerder gepubliceerde teksten zonder bronvermelding, haalden de onderzoekers 922 publicaties uit de periode 2010-2016 door plagiaatscanner Turnitin. Ze keken niet alleen naar publicaties van economen, maar ook van psychologen, biochemici en historici. Die drie vakgebieden bleken veel minder gebruik te maken van deze omstreden publicatiepraktijk, respectievelijk 5%, 3% en 0,5%. Over de hele linie bevatte 6% van deze publicaties vormen van tekstrecycling die de Nederlandse gedragscode wetenschapsbeoefening afkeurt.

Tekstrecycling

Aanleiding voor het Nijmeegse onderzoek was de discussie over zelfplagiaat die ontstond naar aanleiding van het oeuvre van econoom Peter Nijkamp van de Vrije Universiteit, een van de meeste publicerende economen ter wereld. Een onderzoekscommissie stelde in 2015 vast dat 60 van 261 onderzochte artikelen deels overlapten met eerder werk van Nijkamp. Dit wekte volgens deze commissie de indruk dat de econoom ‘copy-past’ als strategie gebruikte om aan veel publicaties te komen. Nijkamp stelde echter dat tekstrecycling zonder bronvermelding heel gebruikelijk is in zijn vakgebied, en kreeg ook bijval van een groep internationale collega’s. Voor universiteitenvereniging VSNU was de zaak-Nijkamp aanleiding om in de gedragscode wetenschapsbeoefening een bepaling op te nemen over tekstrecycling.

Uit het Nijmeegse onderzoek blijkt dat problematische vormen van tekstrecycling minder vaak voorkomen naarmate een artikel meer auteurs heeft. De onderzoekers schrijven dat toe aan grotere onderlinge controle op correcte bronvermelding. Ook stelden zij vast dat veel publicerende, oudere wetenschappers meer recyclen zonder bronvermelding dan (meestal jonge) collega’s die weinig publiceren. De Nijmegenaars opperen dat oudere wetenschappers cynischer opvattingen hebben over het systeem van wetenschappelijk publiceren en erop vertrouwen dat de kans gering is dat een tijdschrift de overlap met oud werk ontdekt. Daar komt nog bij dat veel tijdschriftredacties geen heldere regels hebben voor de omgang met gerecyclede tekst.

Bronvermelding

De onderzoekers vinden dat tekstrecycling zonder bronvermelding niet alleen lezers op het verkeerde been zet, maar ook het beloningssysteem in de wetenschap onder druk zet. “Tekstrecycling is vooral gevaarlijk als onderzoekssubsidies worden verdeeld tussen universitaire afdelingen op basis van productiviteitsindicatoren, zoals in sommige onderdelen van de Nederlandse wetenschap gebeurt”, schrijven ze. Op die manier kunnen wetenschappers of vakgebieden die door tekstrecycling productiever lijken, meer onderzoeksgelden binnenslepen dan (groepen) wetenschappers die alleen origineel werk publiceren. “Onze resultaten bevestigen dat het beoordelen van kwaliteit op basis van productiviteit problematisch is en kan leiden tot ongewenste vormen van manipulatie”, aldus de onderzoekers.