Opinie

De hoogste tijd om een nieuwe kustlijn te bouwen

Een grote zeespiegelstijging is onvermijdelijk. Om die te weerstaan is meer nodig dan de huidige groene agenda’s, betoogt .
Illustratie Studio NRC

Terwijl de wereld heeft afgesproken dat de opwarming van de aarde onder de twee graden Celsius moet blijven, en liefst zelfs onder de anderhalve graad, ziet de werkelijkheid er heel anders uit. Bij een opwarming van twee graden hoort een zogeheten CO2-budget van 2.900 miljard ton, gerekend vanaf het pre-industriële tijdperk (dus vóór de steenkool) en daarvan is al bijna driekwart (2.100 gigaton) verbruikt.

Ondanks een reeks van mogelijke maatregelen ontkomen we er niet aan om rekening te houden met een temperatuurstijging van veel meer dan drie graden – inclusief de bijbehorende stijging van de zeespiegel van twee tot drie meter binnen de komende eeuw, tot wel vijftien meter in 2300-2500.

Overheden lijken hun ogen te sluiten voor de gevolgen. Energieakkoorden gaan over zonnepanelen, windturbines en convenanten met marktpartijen om de CO2-uitstoot te reduceren. In nota’s over mobiliteit wordt gesproken over duurzaam openbaar vervoer, maar niet over wat dit betekent bij zoveel maal windkracht 10 per jaar, zoveel meter slagregen, zoveel keer een hittegolf.

In de nieuwe versie van het gemeenschappelijke landbouwbeleid van de Europese Unie wordt niet gerept over de noordwaarts oprukkende warme klimaatzones, en wat dat betekent voor gewassen, bodem, water, weer- en ecosystemen.

Dijken bouwen zal niet volstaan

Deze problemen worden meestal weggewimpeld. Met een beetje goede wil kunnen we ze best aan, wordt gezegd. Maar ze vragen juist om extra risicoanalyses. Voor Nederland gaat het vooral over de gevolgen van klimaatverandering voor de kust. Die zijn immens en vragen om een nieuwe manier van denken.

Dijken bouwen, daarin zijn we geweldig goed, maar het zal niet voldoende zijn. Integrale oplossingen van andere ordegroottes zijn vereist, maar ons gangbare denken en doen, van overheden, private partijen en investeerders, is er niet op ingesteld. Een project om de kust te versterken en de hele Noordzee ‘om te bouwen’, valt buiten ons gezichtsveld. Alleen na de stormvloed van 1953 kon en wilde het land die inspanning doen.

Nieuwe Deltawerken

Maar zo’n stormvloed is er nu ook, hij voltrekt zich alleen langzamer. Daarop is maar één antwoord mogelijk: nieuwe Deltawerken, een nieuwe kustlijn, integraal en veelomvattend, een manier van doen en denken die de decennia overstijgt, met ingrepen die eerder voor eeuwen gelden. Dit is het idee achter Emergo, een reeks eilanden voor de kust van Noord- en Zuid-Holland.

De natuurlijke kustvorming laat langs de Noordzeekust geen eilanden ontstaan zoals de Waddeneilanden, die lossloegen van de Friese en Groningse kust ná de grote vloeden in de Middeleeuwen. Die eilanden beschermen de dijken in het noorden, terwijl de ondiepe Wadden de golfslag dempen en de zandplaten als buffers blijven aangroeien.

De Emergo-eilanden kunnen een veelheid aan problemen oplossen. Allereerst zorgen ze voor kustverdediging. De tussenliggende lagune wordt door aanslibbing ondiep en beschermt daardoor de oude kust. De eilanden zijn ook golfbrekers. Door klimaatverandering zal de wind gemiddeld toenemen. De oude kust kan die veelheid aan windkracht 10 en méér niet aan. De eilanden kunnen ook de biodiversiteit vergroten. De Noordzee heeft zwaar geleden onder de boomkorvisserij, waardoor het substraat van de bodem is vernield. In de lagune zal een kraamkamerfunctie als die in de Wadden ontstaan.

Not-in-my-backyard-probleem

Daarnaast kunnen de eilanden zorgen voor overslag, waarmee de logistiek van de grote havens wordt verlicht. De Noordzee zal nog vele decennia een verkeersrotonde blijven voor energie, scheepvaart en visserij; vanaf de eilanden is de logistiek vele malen efficiënter. Als locatie voor windturbines kunnen ze bovendien het not in my backyard-probleem van windmolens op land deels wegnemen en zorgen voor een versnelling van de wind-op-zee-doelstellingen.

Maar het belangrijkste probleem op de lange termijn vormen de grote rivieren. Op een dag kunnen die niet meer hun water uitslaan op een te hoge zeespiegel. De retentiecapaciteit (‘ruimte voor de rivier’) houdt een keer op.

Vergroenen is niet genoeg

Dan resteert de lagune, waarvan tegen die tijd de zeegaten, eerst nog nodig om de lagune te doen verzanden, kunnen worden afgesloten. Er ontstaat een opslagcapaciteit die voldoende moet zijn om de pieken op te vangen en vervolgens in zee te pompen bij lage waterstanden. Een oplossing voor de eeuwigheid, wie weet.

Technisch is het haalbaar. De Tweede Maasvlakte werd ook verrassend snel opgespoten; baggerbedrijven gebruiken nu ook geotubes, enorme ‘worsten’, gevuld met zand. Aanpassing aan klimaatverandering behoort nog niet tot het vanzelfsprekende repertoire van de duurzamen. Velen achten adaptatie aan het onvermijdelijke strijdig met de actuele groene droom. Die gaat echter vooral over lifestyle. Dat is misschien essentiële feel-good. Maar het is niet genoeg om het klimaatdrama in volle omvang onder ogen te zien.