Zelfs met een verbod stop je een criminele motorclub niet

Onderzoek motorclubs

Volgens het OM in Limburg is motorclub Bandidos een criminele organisatie die verboden moet worden. Maar zo simpel is dat niet.

Leden van de Nederlandse motorclub Satudarah bij een clubhuis in het Duitse Duisburg, in 2012, om een er nieuwe afdeling op te richten. Foto Daniel Naupold/EPA

De timing had niet beter gekund voor justitie. Terwijl dinsdag een megaproces begint met als inzet een verbod op de motorclub Bandidos, verschijnt deze donderdag een studie naar het criminele karakter van zulke motorclubs. Gemiddeld 85 procent van de leden heeft een strafblad en een fors aantal leidinggevenden zit in de georganiseerde misdaad. Wat betekenen deze uitkomsten voor de kans op een verbod op deze clubs?

„Het feit dat veel clubleden een strafblad hebben, betekent nog niet dat de club zelf een criminele organisatie is”, zegt hoogleraar criminologie Arjan Blokland van de Universiteit Leiden, die het onderzoek deed. Hij verzamelde justitiële data van ruim 1.600 mensen die bij de politie bekendstaan als lid van een outlaw motorcycle gang (OMG), bijvoorbeeld omdat zij bij een verkeerscontrole zijn gecontroleerd. OMG’s zijn voor de buitenwereld gesloten motorclubs met leden die zich buiten de wet plaatsen (‘outlaws’).

Definitiekwestie

De vraag of zulke clubs gezien moeten worden als criminele bendes, is een definitiekwestie, zegt Blokland. In zijn onderzoek citeert hij de Amerikaanse biker-expert Thomas Barker die stelt dat het aantal criminele leden en leiders binnen een club bepaalt of zo’n club een gang, een bende is. „Volgens zijn definitie kun je stellen dat verschillende Nederlandse OMG’s kenmerken vertonen van een criminele organisatie”, zegt Blokland. Maar de juridische definitie van een criminele organisatie is een andere. Daarvoor moet het OM aantonen dat het clubverband een rol speelt in de strafbare feiten die de leden plegen. Of hiervan sprake is, kan Blokland op basis van zijn onderzoek niet zeggen.

Wel laat de studie zien hoe crimineel de bikerswereld is. Blokland: „Het gemiddelde strafblad van een OMG-lid is behoorlijk lang. Er zijn weinig mensen in Nederland die tien veroordelingen achter hun naam hebben staan, maar in de subcultuur van de OMG’s is dat heel normaal.” Daar zitten ook lichtere vergrijpen bij, zoals verkeersdelicten. Maar toch is zeker de helft van de outlawbikers met een strafblad veroordeeld wegens een geweldsdelict.

De grootste outlawclubs – No Surrender, Satudarah, Hells Angels – hebben relatief de meeste leden met een veroordeling op hun naam, blijkt uit het onderzoek. „Die motorclubs trekken jongens aan die dat imago cool vinden”, zegt Blokland. „Ze hopen dat het criminele imago van de club ook op hen afstraalt, of denken dat ze crimineel gezien hun voordeel kunnen doen met zo’n lidmaatschap.”

Ze hopen dat het criminele imago van de club ook op hen afstraalt, of denken dat ze crimineel gezien hun voordeel kunnen doen met zo’n lidmaatschap

Koketteren met Holleeder

Ook lijkt er een verband te zijn tussen de snelle groei van een club en het aantal criminele leden. Toen No Surrender in 2013 werd opgericht, zei toenmalig leider Klaas Otto dat hij niet al te streng zou zijn in het toelatingsbeleid. Ook betrok hij de bekende crimineel Willem Holleeder bij de club om meer naamsbekendheid te krijgen. „Dat koketteren met bekende criminelen trekt een bepaald soort mensen aan”, zegt Blokland. In het onderzoek komt No Surrender naar voren als club waarvan leden gemiddeld het vaakst zijn veroordeeld.

Lees over Klaas Otto: Een god met een motorclub

Voor het eerst zijn ook leden van zogeheten supportclubs onderzocht. Dit zijn kleinere clubs die sympathiseren met een grotere outlawclub. Het aantal veroordelingen onder leden van supportclubs ligt iets lager. Volgens Blokland komt dat vooral doordat de leden van deze clubs jonger zijn. „Supportclubs trekken vooral mannen aan van onder de dertig.” Zij vormen het voorportaal voor een lidmaatschap van een OMG, zegt Blokland. „Je krijgt als supportclub bescherming van de OMG, maar in ruil daarvoor wordt van je verwacht dat je klusjes voor hen opknapt.”

Civiel proces tegen Bandidos

Momenteel lopen diverse strafrechtelijke onderzoeken naar supportclubs. De leiding van Satudarah Oldskool, een Twentse supportclub van Satudarah, wordt verdacht van drugshandel in het supportershome van FC Twente. De Bandidos zouden supportclub Chicanos gebruiken als criminele kweekvijver: als de jongeren zich daar hebben ‘bewezen’, komen zij in aanmerking voor lidmaatschap van de Bandidos.

Dinsdag begint het civiele proces tegen de Bandidos, waarin het OM van Limburg een verbod op de club zal vragen. De zaak wordt gezien als een voorbeeldcasus: wanneer de rechter de Bandidos verbiedt, zal justitie ook civiele zaken beginnen tegen andere motorbendes. Het OM wil ook Satudarah civielrechtelijk verbieden, bleek afgelopen dinsdag nadat de volledige top van de club was gearresteerd.

Jan Brouwer, hoogleraar rechtswetenschap aan de Rijksuniversiteit Groningen, zet vraagtekens bij de effectiviteit van zo’n verbod. „Wat betekent het als de Bandidos worden verboden? Mogen die jongens dan niet meer hun Bandidos-clubjasje dragen? Daar is makkelijk onderuit te komen. Dan noemen ze zich niet meer de Bandidos maar de Ramdidos, en gaan ze vrolijk verder.”

Volgens Brouwer blijkt uit eerdere zaken dat een verbod op een vereniging weinig zin heeft. De Belgische politieke partij Vlaams Blok werd in 2004 opgeheven na een veroordeling wegens racisme, maar keerde direct terug als Vlaams Belang. En de supportersgroep Boulogne Boys van de Franse voetbalclub Paris Saint-Germain werd in 2008 ontbonden, maar dook jaren later nog steeds op tijdens rellen. Wat Brouwer maar wil zeggen: met een verbod stop je de club niet. „Als justitie alle energie die het nu steekt in een verbodsverklaring zou steken in het aanpakken van individuele leden, zou dat stukken effectiever zijn.”