Waarom de Rolling Stones nog niet afgeschreven zijn

Poplegendes live

De Rolling Stones weten van geen ophouden. De rockende zeventigers komen weer naar Nederland, zaterdag voor een uitverkochte show in de Amsterdam Arena en op 15 oktober in de Gelredome, Arnhem. Niets pensioen. Vijf redenen waarom de vier rockhelden absoluut nog niet afschreven zijn.

De No Filter Tour in Zürich, 20 september Foto’s Arnd Wiegmann/Reuters
  1. Nu of nooit

    Keith Richards. Foto Arnd Wiegmann/Reuters

    Laten we het meest afgezaagde argument maar meteen bij de kop pakken. Want de laatste kans om rockroyalty van deze orde nog in levende lijve te treffen, ja, hoe vaak is dat al niet gezegd? En logisch, de Stones worden er bepaald niet jonger op: zanger Mick Jagger is nu 74 jaar, gitarist Keith Richards 73 jaar, gitarist Ron Wood 70 jaar. Drummer Charlie Watts is met zijn 76 jaar de oudste. Dit zou, volgens de Wikipedia-site die alle tournees registreert, gerekend vanaf hun eerste show in de Marquee Club in Londen in 1962, hun 48ste tournee zijn. Dat is een krankzinnige hoeveelheid.

    Goed, de tournees zijn op verzoek wat korter geworden dan de vijftig shows op rij die de Stones gewend waren, liet drummer Watts zich ontvallen tegen The Australian. En ondanks dat er in augustus nog een tumor uit de longen van gitarist Wood – net weer vader van een tweeling overigens – is verwijderd, staat hij er gewoon weer. Tijdens de Bigger Bang-tournee (2005-2007) had Jagger al een zuurstoftank in zijn kleedkamer.

    Dit kán dus de laatste tour zijn. Maar voor het laatst is pas het láátst als de Stones het zeggen. In 1968 zei Jagger al tegen het Britse muziekblad NME: „O ja. We worden zo snel oud, voordat je het weet doen we dit vanuit onze rolstoelen. Sterker, het schijnt dat live-optredens wel een ding worden in de toekomst.”

  2. Hun onvermoeibaarheid

    Mick Jagger en Charlie Watts. Foto Arnd Wiegmann/Reuters

    First day back at the office”, schreef Mick Jagger op Instagram onder een foto van zichzelf op het podium in Hamburg op 9 september. De No Filter Tour was begonnen, dertien shows in totaal. Afgaande op de talloze filmpjes die sindsdien online te vinden zijn, klinkt het vertrouwd in de oren: „Pleased to meet you, hope you guess my name” („Woo-woo”) uit de openingssong ‘Sympathy for the Devil’. Het podium: hoog en massief, omhuld door rookwolken en indrukwekkend lichtwerk. De kokette bewegingen van de charismatische Mick in zijn zilveren glitterjasje. Het nonchalant losse ‘Start Me Up’-riffje van band-aandrijver Keith. Het immer stoïcijnse rockdrummen van Charlie. En de melodische toevoegingen van Ron.

    Je zou er nostalgisch van kunnen worden. Moeiteloos transformeren de veteranen in hun liveshows weer tot die gretige jonge band bij wie het vuur altijd aan is, niet gehinderd door hun onderlinge ergenissen. Dat die er zijn lazen we in de autobiografie van Keith Richards, waarin hij onder meer zei de kleedkamer van Mick tnooit meer te bezoeken. Hij noemde ’m „onuitstaanbaar”. En het is ook geen geheim dat elk lid van de Stones een eigen ‘kleedkamergebied’ heeft, of dat er apart wordt gereisd.

    Maar ondanks alle rivaliteit kondigen ze steeds weer tournees aan; naast John Pasches fameuze Stones-logo met de uitgestoken tong het lucratiefste aspect van het Stones-imperium. In 2014 waren ze plots zeer te interesseren voor een ereronde langs de grote Europese muziekfestivals. In Nederland kreeg Pinkpop ze, voor een slordige miljoen per Rolling Stone. Door die headliner op zo’n hoge sokkel werden vaste Pinkpopgangers onder de voet gelopen door Stones-ticketjagers. Saillant wapenfeitje: in 1979, op het tiende Pinkpopfestival, smeerde Jagger ’m – een minuut voor zijn duet met Peter Tosh in ‘Don’t Look Back’.

  3. De geoliede kwaliteit

    Ron Wood. Foto Arnd Wiegmann/Reuters

    Wat viel er te verwachten van een band die zijn artistieke hoogtepunten inmiddels wel achter de rug heeft, bij shows vooral op routine en klassieke evergreens drijft, en toen ineens weer hun eerste studioalbum in tien jaar aankondigde? Weinig.

    Maar op het vorig jaar verschenen Blue and Lonesome, twaalf goedgekozen covers van klassieke bluessongs uit de jaren 1937 tot 1971 waarin de Stones helden als Jimmy Reed, Little Walter, Howlin’ Wolf uit hun vormende jaren eerden, klonken ze behoorlijk geïnspireerd. „Authentieker dan ze in twintig jaar geklonken hebben”, oordeelde deze krant vorig jaar. Niet ongebruikelijk is dat artiesten op een zekere leeftijd naar de jazz of de blues grijpen. Wel opvallend is hun diepere connectie met hun materiaal. De band vond het heerlijk terug te blikken op de tijd dat Keith en Mick elkaar ontmoetten, begin jaren zestig, en in hun Londense appartement plaatjes draaiden en zelf de blues speelden. Ook het langverwachte solo-album van Keith Richards in 2015 waarop hij zijn liefde voor blues, rock-’n-roll, country, soul en reggae uitdroeg, werd hoog gewaardeerd.

    Of de Stones er nu wat van laten horen wisselt sterk. De hitscarrousel draait onverstoorbaar door met geoliede klassiekers ‘Gimme Shelter’, ‘Paint It Black’, ‘Jumpin’ Jack Flash’, ‘Tumbling Dice’ en ‘Brown Sugar’. Slechts een segment van zo’n vier songs zet per concert een ander (bluesy) signatuur. Afgelopen zondag in Lucca speelden ze Buddy Johnsons ‘Just Your Fool’ en Jimmy Reeds ‘Ride ’Em On Down’.

  4. Hun hoge entertainmentwaarde

    Foto Arnd Wiegmann/Reuters

    Roestvast is de reputatie nog van de zelfbenoemde ‘greatest rock ’n roll band in the world’. De Stones staan voor spektakel, hoeveel ouder ze ook zijn geworden. Zeker bij stadionconcerten wordt volvet uitgepakt met showdecors en hightechvideo waarvoor de band, al sinds de Steel Wheels-tour in 1989, de beste teams inhuurt.

    Hun opvallende podiumontwerpen, zoals bijvoorbeeld het reusachtige, van vreemde vormen bulkende fort met telescopische brug voor de Bridges to Babylon-tour, zijn architectonisch en technologisch maatgevend voor grote rockconcerten op alle continenten geworden. Mede – want U2 kan er ook wat van.

    Deze No Filter-tournee heeft visueel een modern, minimalistisch uitgangspunt: tegen een achtergrond van vier forse led-zuilen van elk 22 meter hoog speelt de band onder een glazen overkapping. Onmisbaar natuurlijk: de catwalk voor contact en interactie.

  5. Hun aangewakkerde engagement

    De Stones op Cuba, 2016. Foto Alejandro Ernesto/EPA

    Sinds de revolutie van Fidel Castro in 1959 was de muziek van de Stones en in het algemeen westerse muziek verboden in Cuba. Dat de rockband met zijn ‘gezagsondermijnende’ muziek vorig jaar een groot gratis concert gaf voor honderdduizenden Cubanen was wereldnieuws. Ware rock-’n-revolution!

    Dichter bij huis was Mick Jaggers expliciete stellingname met twee solosingles afgelopen juni opvallend. Het stevige bluespopnummer ‘Gotta Get a Grip’ en ‘England Lost’ schetsten een somber beeld van zijn geboorteland sinds het uit de Europese Unie wil treden. De zanger, die sinds 2001 geen solosong meer had uitgebracht, gaf de liedjes in één klap samen uit omdat hij zich bepaald niet „politiek optimistisch” voelt. Hij wilde ze niet bewaren voor het nieuwe album van de groep. „Als ik ze zou bewaren tot volgend jaar zou de impact misschien weg zijn”, schreef hij in een bijbehorend statement.

    In ‘England Lost’, een uitgesproken anti-Brexit-song op zompige beats met rapper Skepta, vergelijkt Jagger het huidige politieke klimaat met een verloren voetbalwedstrijd. „I went to see England, but England lost”. En hij refereert aan het anti-immigratiesentiment. „I think I’m losing my imagination/ I’m tired of talking about immigration/ You can’t get in and you can’t get out/ I guess that’s what we’re all about.”

    Niet eerder roerde Jagger zich in de discussie over de Brexit. Zijn mening staat haaks op die van oud-Beatle Ringo Starr, die keihard vóór het verlaten van de EU is. Dat zou een „great move” zijn, zei Starr vorige week.

    Correctie (29 september): in een eerdere versie van dit artikel is het logo van de Stones met de uitgestoken tong toegeschreven aan Andy Warhol. Dit is gecorrigeerd naar John Pasche.