Opinie

Zonder nee-campagne houdt Catalonië een schijnreferendum

De onafhankelijkheidsgezinde regering in Barcelona lapt de wet én democratische spelregels aan haar laars, schrijft .

Een Catalaanse vlag van kaarsen tijdens een demonstratie voor onafhankelijkheid in Llivia, een Spaanse enclave in de Pyreneeën, eerder deze week. Foto Raymond Roig/AFP

De Catalaanse regering wil onafhankelijkheid, er is voor 1 oktober een bindend referendum uitgeroepen. Welke democraat kan daar nu tegen zijn? Vooral als de Spaanse regering alleen maar kan reageren met verboden en straffen, zelfs jegens gekozen politici: zie je wel, die Catalanen hebben gelijk, Madrid kan inderdaad alleen maar onderdrukken.

Toch klopt dat beeld niet. Ik woon en werk sinds zeven jaar in Barcelona en in die tijd heb ik de onafhankelijkheidsbeweging zien groeien van een klein plukje mensen tot de massabeweging van vandaag. En ik heb tegelijk het fanatisme zien groeien met als climax dit referendum. Dat is namelijk, ondanks de slogans, allesbehalve democratisch.

Om te beginnen mist de Catalaanse regionale overheid de bevoegdheid om zo’n referendum uit te roepen. De Catalaanse regering en het Catalaanse parlement gaan willens en wetens hun boekje te buiten door dezelfde rechtsorde waarop ze hun autoriteit baseren te ondergraven met een beroep op de ‘wil van het volk’. Ter rechtvaardiging spreekt men over een volk dat leeft „onder het juk van een buitenlandse bezetter”. In werkelijkheid is Catalonië een van de rijkste regio’s van Spanje, kunnen de Catalaanse taal en cultuur vrijelijk worden geuit, heeft Catalonië een eigen regering, een eigen parlement, eigen politie en een eigen burgerlijk wetboek. Allemaal op basis van een autonomiestatuut voor Catalonië.

Lees ook: Sommige Catalanen willen een eigen land. Welke voordelen zien zij? 10 redenen

Ondanks het voortdurende beroep op de volkswil, gaat de Catalaanse regering juist aan die wil voorbij. In 2015 vonden in Catalonië verkiezingen plaats die door de voorstanders van onafhankelijkheid werden gepresenteerd als een referendum daarover. Een stem op hen zou worden geteld als een ja-stem, bij een meerderheid zou de onafhankelijkheid worden uitgeroepen. Het ja-kamp verloor; het kreeg 48 procent van de stemmen. Einde oefening, zou je zeggen. Maar dankzij een archaïsch districtenstelsel verkreeg de onafhankelijkheidsbeweging wel een meerderheid in het Catalaanse parlement.

Die parlementaire meerderheid is nu misbruikt om alsnog een referendum te organiseren. Daarmee wordt het autonomiestatuut in feite afgeschaft. Dit vereist een tweederde meerderheid voor statuutswijzigingen, maar dat wordt simpelweg genegeerd. En alsof het niet erg genoeg is, is de noodzakelijke regelgeving ook nog eens binnen één dag door het parlement geloodst: zonder voorbehandeling in een Kamercommissie, zonder de behandeling zelfs maar op de agenda te zetten, zonder een serieus debat toe te staan, en zonder dat de oppositie in de gelegenheid is gesteld om de juridische dienst van het parlement om advies te vragen. Met andere woorden, een krappe parlementaire meerderheid drukt haar wil door zonder de rechten van de oppositie en zonder de geldende regelgeving in acht te nemen.

Het geplande referendum heeft dus geen rechtsstatelijke basis. En er ontbreekt een democratische grondslag. Er bestaat namelijk – en dat is misschien nog wel het belangrijkste probleem – geen akkoord over het houden van een referendum. Niet tussen de Catalaanse en Spaanse overheid en niet tussen de voor- en tegenstanders van onafhankelijkheid.

Het referendum wordt exclusief georganiseerd door het ja-kamp. Het nee-kamp is verdeeld tussen mensen die nee gaan stemmen en mensen die niet gaan stemmen omdat ze de wettigheid of legitimiteit van het referendum niet erkennen. Er is geen nee-campagne, terwijl de ja-campagne al maanden geleden is begonnen. De uitslag van het referendum wordt zo geen uiting van de wil van het volk, het is op zijn hoogst een weergave van het enthousiasme van de voorstanders van onafhankelijkheid en van de verdeeldheid van de tegenstanders. Iedereen weet dat.

Het is bovendien onduidelijk wat er met de uitkomst van het referendum moet gebeuren. De Catalaanse overheid stelt dat ze bij winst binnen 48 uur de onafhankelijkheid uit zal roepen. Iedereen weet dat dit niet ook maar bij benadering realistisch is. Stapt Catalonië uit de EU? Verwacht men dat de internationale gemeenschap, te beginnen met Spanje, Catalonië als zelfstandige staat zal erkennen? En hoe zal het verder gaan? Zullen alle problemen van het land, zoals de nationalisten suggereren, daarna opeens als bij toverslag zijn opgelost? Hoe dan? De vraag ‘ja’ of ‘nee’ voor onafhankelijkheid is, kortom, misleidend. De echte vraag is ‘ja’ of ‘nee’ voor nog meer frictie en nog meer confrontatie met Madrid.

Lees ook: Internationale waarnemers zien in Catalonië hoe de spanning rond het referendum oploopt. Ex-diplomaat Daan Everts: “Ik luister naar beide partijen.”

De Catalaanse nationalisten stellen dat dit alles te wijten is aan de Spaanse overheid die iedere vorm van referendum onmogelijk maakt. Daar zit een kern van waarheid in. Maar moeten de talloze Catalanen daarvoor boeten die tegen onafhankelijkheid zijn maar die best een (eerlijk) referendum willen houden? Is het een reden om dan zelf ook maar een minimum aan democratische waarden te laten varen? Helaas, als het puntje bij het paaltje komt, blijkt de roep om democratie slechts een cynisch middel te zijn om koste wat het kost het eigenlijke doel te bereiken: de onafhankelijke Catalaanse republiek.

Correctie (27 september 2017): eerder schreven wij de naam van de auteur als Stijn Baggen.