Makers Fokke & Sukke: ’We willen niet overtuigen. Alleen maar grappig zijn’

Inktspotprijs 2017

De makers van Fokke en Sukke wonnen de prijs voor de beste politieke tekening. Maar ze zíjn helemaal niet politiek, vinden ze zelf.

De makers van Fokke en Sukke, vanaf links: Geleijnse, Reid en Van Tol, met de Inktspotprijs, dinsdag in Den Haag. Foto David van Dam

Ze zouden zich „nóóit” politiek cartoonist noemen. Toch wonnen Jean-Marc van Tol (50), John Reid (49) en Bastiaan Geleijnse (50) dinsdagavond de Inktspotprijs, de prijs voor beste politieke tekening van het jaar. De mannen achter Fokke & Sukke wonnen met de prent waarin de eend en de kanarie ‘aanslagmoe’ zijn, gepubliceerd op 28 juli 2016 in NRC. Ze noemen zich daarentegen „humoristen”, zeggen ze na de uitreiking in perscentrum Nieuwspoort. „Wij reageren op wat gebeurt. Dat is op dit moment heel weinig in de politiek.”

Zijn jullie bang een politiek standpunt in te nemen?

Van Tol: „Dat is moeilijk als je met z’n drieën bent. We spreken elkaar al 25 jaar, zes dagen per week, maar hebben niet dezelfde standpunten.”

Reid: „Wij willen alleen maar grappig zijn. We willen niemand overtuigen, dragen geen verontwaardiging uit. Sterker nog, verontwaardiging is een slechte bron van humor. Daar komt niks grappigs uit. Voor humor heb je afstand nodig. Comedy is tragedy plus time, zei een grote denker ooit.”

 

Hoe verloopt jullie doorsnee dag?

Reid: „We bellen om 8.33 in.”

Geleijnse: „Zodra het weerbericht begint op de radio.”

Van Tol: „Dan gaan we het over het nieuws hebben. Alsof je in het café zit, maar dan half negen ’s ochtends. Op een gegeven moment maakt iemand een grap. Dan ga ik tekenen.”

Verschillen jullie vaak van mening?

Van Tol: „Vroeger vaker. Nu stuiten we wel eens op dezelfde tunnelvisie. We zitten in dezelfde bubbel.”

Reid: „Bastiaan en ik werken sneller zonder Jean-Marc. Als we een onderwerp hebben, valt binnen een minuut een grap. Jean-Marc lacht minder snel. Zijn gevleugelde woorden zijn: ‘Is dit leuk?’ Waardoor het alleen maar beter wordt natuurlijk.”

En als er nou niks grappigs komt?

Reid: „Dan is het hard werken.”

Van Tol: „Maar dat is nog nooit gebeurd. Nog nóóit.”

Waarom staan jullie al 18 jaar in NRC?

Van Tol: „We geloofden nóóit dat namen als Fokke en Sukke in de krant van hockeyend Nederland zouden komen.”

Geleijnse: „We willen graag grappen maken die we zelf een beetje interessant vinden. Als iedereen je begrijpt, maak je grappen voor Telegraaf-lezers.” En: „Bij NRC bemoeit niemand zich met ons.”

Nooit?

Reid: „Twee keer. In 18 jaar. Omdat toen een adjunct-hoofdredacteur – ik noem geen namen – de scepter zwaaide. Die ging ineens een mening hebben. Een hoofdredacteur is veel te druk en heeft te veel aan zijn hoofd om zich ermee te bemoeien.”

Hoe lang gaan jullie nog door?

Geleijnse: „Ik wil langer door dan Marten Toonder.” In 1947 begon de Nieuwe Rotterdamsche Courant de avonturen van Olivier B. Bommel en Tom Poes af te drukken, opvolger NRC stopte met de reeks in 1998.

Van Tol: „Dat haal ik niet, hoor.”

Gaan jullie nu meer over politiek tekenen?

Reid: „Het begint wel te kriebelen. Wilders heeft nu zo weinig getweet. Er is niemand die ergens wat van vindt. Hoeveel orkanen en kernproeven kun je nog becommentariëren?”