Column

We dobberen met z’n allen in de plastic soep

Prinses Irene is ontstemd. In een oud boek over afval dat door mijn huis zwerft, vraagt ze zich af hoe we het voor elkaar krijgen er „met zijn allen zo’n soep van te maken”. We gooien afval zomaar in zee, alsof deze onze persoonlijke achtertuin is, schrijft ze in het voorwoord tot het boek Plastic Soep. „Wat een arrogantie.”

De prinses heeft gelijk, vooral omdat ze spreekt namens het Dolphin Fund en daarmee het perspectief kiest van de dolfijn, de buitenstaander die overhoop ligt met het menselijk afval. Toch kleeft aan de verontwaardiging ook een bezwaar, want de lezer had het boek over vervuiling al opengeslagen. Die was al overtuigd van het probleem – wat voegt verontwaardiging dan nog toe?

De recente berichtgeving over het scheiden van plastic laat zien dat je het lastig goed kunt doen in het leven. De meesten van ons gooien de boel niet zomaar in zee. Het journaal toonde hoog opgetaste stapels gescheiden plastic afval als zinnebeelden van burgerlijke bereidwilligheid. Maar een rapport van het Centraal Planbureau had zojuist geleerd dat veel van die stapels bestaan uit mix- en foliecategorieën, wat hoogwaardige recycling bemoeilijkt, en als de kwaliteit van de zooi niet snel toeneemt, belandt alles alsnog in de verbrandingsoven. Mensen blijken dus niet te weinig te doen, maar te veel: ze doen het niet fout, maar denken ten onrechte het goed te doen.

Vanaf dit punt begint de natie, nijver op zoek naar een handelingsperspectief, te zwalken. In Medemblik kopt het medium MedemblikActueel: „Scheiden plastic afval complete onzin, kost meer dan het oplevert”. Maar in Muiden smeekt Muidernieuws.nl: „Blijf plastic afval scheiden”. Website afvalonline.nl heeft zo zijn eigen mening. „De gescheiden inzameling en recycling van kunststof verpakkingen in Nederland is succesvol, vinden het Afvalfonds, de NVRD en de VA.” En nou het CPB weer!

Het is kortom maar net wie je leest. Meldt de eigen krant mismoedig dat recyclen „weinig effect” heeft op het milieu, dan meldt huis-aan-huisblad HCNieuws van Haarlemmermeer dat scheiden van plastic „wél zin” heeft. John Nederstigt, wethouder Duurzaamheid van Haarlemmermeer, heeft het gezegd tijdens de raadsvergadering in antwoord op mondelinge vragen van Forza!-raadslid Michel van Dijk.

Scheikundigen spreken over koolwaterstofmoleculen. Inwoners van Den Helder ondervinden „vaak overlast van ongedierte vanwege opengescheurde zakken”. Nieuwsbron De Doornenburger laat weten dat het scheiden van plastic afval door inwoners van Lingewaard een succes blijkt. „De rolcontainer blijkt echter te klein waardoor mensen het plastic afval gaan aanstampen, met als gevolg dat het spul met moeite uit de container gehaald moet worden.”

Bij zoveel ongelijksoortige informatie en argumentatie is het lastig een beleidslijn te kiezen. Allereerst voor de overheid. Die heeft een tijd ingezet op het criterium ‘hoeveelheid’, maar dat is niet handig. Beloon je burgers voor het aanbieden van zo min mogelijk restafval, dan gooien die burgers uit zuinigheid het plastic bij de groente. Dat is gedrag waarover de prinses terecht haar hoofd zou schudden, maar de prikkel is ook wel erg pervers. Afvalbedrijven worden juist beloond voor grote hoeveelheden, en ook die prikkel is niet de beste, zegt het CPB. De kwaliteit van het vuil lijdt eronder.

Wat moet de individuele burger vervolgens? Stoppen met scheiden? Nee, waarschuwt de Grondstoffen en Afvalstoffen Dienst Gooi en Vechtstreek. Het probleem zit namelijk bij de industrie. Die moet zorgen voor verpakkingen die te recyclen zijn. Stop je met het scheiden van plastic, „dan is voor de verpakkingsindustrie de prikkel weg om werk te gaan maken van het produceren van goed recyclebaar materiaal.”

Minder plastic kopen? Nee, zegt de NOS. „Plastic verpakkingen zijn zinvol als ze bederf en beschadiging voorkomen. De milieu-impact van eten weggooien is groter dan die van verpakkingen.” Wat dan? Minder eten! Hoe minder eten je koopt, hoe minder afval je produceert. En dagblad Metro ziet heil in „het niet stimuleren door gemeenten”.

Al met al heel ingewikkeld. Een bedrijf in Leiden neemt de gelegenheid te baat om reclame te maken met morele verontwaardiging. Het mag vervuild plastic niet in de openbare containers gooien en voelt zich gedwongen plastic afval niet meer te scheiden. „Kafkaiaanse praktijken!” Het Leidsch Dagblad maakt veel ruimte vrij voor deze tragedie, maar vergeet dat morele verontwaardiging de mensheid weinig vooruithelpt als niemand weet hoe het goede te doen. We dobberen met zijn allen in de soep en zullen er alleen door weinig te eten en veel na te denken uit kunnen komen.

Maxim Februari is jurist en columnist.