Commentaar

Vrije mening geldt ook buiten de kleedkamer, Mister President

Nadat Donald Trump tot een nationale boycot van de National Football League had opgeroepen, kreeg de Amerikaanse president niet de bijval waarop hij hoopte. Vorige week protesteerden maar enkele sporters tegen racisme en politiegeweld, dit weekend waren het er meer dan honderd. Belangrijker voor Trump is dat zijn politieke vrienden het hoog opnamen. De meeste clubeigenaren, vaak machtige miljardairs die een sterke voorkeur voor Trump hadden, steunden hun spelers.

Dat prominente sporters hun mening kenbaar maken op het sportveld heeft niets te maken met een gebrek aan „respect voor ons land, onze vlag en ons volkslied”, zoals Trump zelf op Twitter liet weten.

Quarterback Colin Kaepernick begon een jaar geleden te knielen toen het volkslied werd gespeeld. Het was een protest tegen institutioneel racisme, en dat is het nog steeds. Juist de ondertoon in Trumps afkeuring – hij kritiseerde tot nu toe alleen zwarte sporters – maakt die kwestie hoogst actueel.

De steun voor de sporters van miljardairs als Robert Kraft (New England Patriots) en Shahid Khan (Jacksonville Jaguars) is minder nobel dan op het eerste gezicht lijkt. Hun eerste belang is de merknaam van de NFL, en dat van hun club. Als Trumps oproep tot een boycot doorzet, verliezen zij nog meer toeschouwers en advertentie-inkomsten dan ze nu al doen. American football wordt de laatste jaren gestaag minder populair, al wordt de Super Bowl elk jaar nog steeds door meer dan eenderde van alle Amerikanen bekeken.

Maar het wringt ook op een fundamenteler niveau. Dat bleek bijvoorbeeld in een verklaring van Robert Kraft, die ooit meer dan een miljoen dollar in Trumps campagnekas stortte. Trump had de sport gepolitiseerd, schreef Kraft, en had daar weg moeten blijven. „Niets verenigt zo sterk als sport, en niets verdeelt zo sterk als politiek.” De NFL sloeg een identieke toon aan. Op zondagavond kregen Amerikaanse tv-kijkers een spotje te zien, dat als titel ‘Eenheid’ had. „We hebben zo onze verschillen, maar er is meer dat ons verenigt”, zegt de voice-over.

Dat is kleurloze FIFA- en IOC-taal. Het is bovendien een miskenning van de politieke rol die sport altijd heeft gespeeld, en altijd zal blijven spelen. Sporters staan vooraan bij grote sociale veranderingen. Van het Black Power-gebaar door John Carlos en Tommie Smith op de Olympische Spelen van 1968 tot de eerste pitch van George W. Bush na de aanslagen van 11 september 2001. Sport ís politiek.

De NFL moet achter haar spelers staan, maar dan wel op zuivere gronden. Steven Mnuchin, de minister van Financiën, zei dat sporters alleen recht op vrije meningsuiting in hun vrije tijd hebben. Daar moet tegen geprotesteerd worden, door te onderstrepen dat de vrijheid van meningsuiting niet in de kleedkamer hoeft achter te blijven. En Colin Kaepernick zit na zijn actie van vorig jaar zonder club. Wie durft hem een contract te geven?

In het Commentaar geeft NRC zijn mening over belangrijke nieuwsfeiten. De commentatoren schrijven deze artikelen in samenspraak met de hoofdredactie.