Shell investeert in LNG als scheepsbrandstof

Scheepvaart

Shell gelooft in LNG als nieuwe scheepsbrandstof. Milieunormen worden strenger, de tijd dringt. „Het kan snel gaan vanaf nu.”

LNG bunkerschip Cardissa werd dinsdag in Rotterdam gedoopt. Foto Shell

Champagne was er alleen in flutes bij de doop van de Cardissa, dinsdagmiddag in de Rotterdamse Cruise Terminal. Er ging geen fles tegen de boeg. Het LNG bunkerschip van Shell, dat andere schepen op zee van brandstof kan voorzien, was al te water gelaten op de Koreaanse werf waar hij is gebouwd. Het schip arriveerde op 11 augustus in thuishaven Rotterdam en is al ingezet in de Baltische Zee.

Shell koos dit moment voor een feestje met veel mooie woorden. Volgens Marjan van Loon, president-directeur van Shell Nederland, schrijft het bedrijf met de Cardissa „een nieuw hoofdstuk in de maritieme geschiedenis”. Een andere Shell-bestuurder sprak zelfs van „een nieuwe visie voor de wereld”.

Shell gelooft in een grote toekomst voor liquefied natural gas, vloeibaar aardgas, als nieuwe brandstof voor de scheepvaart. De fossiele brandstof LNG is veel milieuvriendelijker dan de stookolie en diesel die schepen nu gebruiken.

Genoemd naar een schelp

De Cardissa, zoals alle Shell-schepen genoemd naar een schelp, kan 6.500 kubieke meter LNG vervoeren. Schepen die op LNG varen kunnen met dit schip in heel Europa worden bevoorraad. Zelf haalt de Cardissa LNG uit de Gate-terminal (Gas Acces To Europe) op de Maasvlakte, een initiatief van tankopslagbedrijf Vopak en de Gasunie.

Zoals veel faciliteiten rond LNG staat de technologie van het tanken (bunkeren) nog in de kinderschoenen. Het maakt de Cardissa tot een grote investering. De kosten wil Shell niet noemen, maar vanwege het pionieren gaf de Europese Unie een bijdrage van 10 miljoen euro.

Tekenend voor het vertrouwen van Shell is dat een tweede bunkerschip al is besteld en er nog drie zullen volgen. Het bedrijf rekent er dus op dat veel rederijen de komende jaren zullen overstappen naar LNG. Het gaat om containerschepen, cruiseschepen en tankers.

Internationale regelgeving zorgt bij die overstap voor tijdsdruk. De maritieme VN-organisatie IMO, die buiten het klimaatakkoord van Parijs wist te blijven, heeft vorig jaar een zwavelnorm vastgesteld. Per 1 januari 2020 mag scheepsbrandstof maximaal 0,5 procent zwavel bevatten. LNG voldoet aan die norm.

LNG heeft veel voordelen. Veel minder uitstoot van vervuilende stoffen en CO2, ruime voorraden (Qatar, Algerije, Nigeria), compacte opslag, minder motoronderhoud.

Foto Shell
Foto Shell
Foto Shell

Toch stappen rederijen nog niet massaal over, en dat is niet alleen omdat de scheepvaart een behoudende sector is die opziet tegen de hoge kosten voor nieuwe motoren. De lage olieprijs maakt aardgas minder concurrerend.

Wereldwijd zijn er nu 250 schepen op LNG in de vaart of besteld, slechts 0,5 procent van de 50.000 grotere zeeschepen. Maar, relativeert Lauran Wetemans, LNG-man van Shell, bij elektrische auto’s gaat het ook nog maar om één procent.

Wetemans: „Alles draait nu om timing, 2020 is vlakbij. Milieunormen zullen verder worden aangescherpt. Anders dan waterstof is LNG klaar om te worden gebruikt, de regelgeving is in orde. Net als bij elektrische auto’s kan het vanaf nu snel gaan.”