Opinie

Merkels vierde termijn vraagt Nederlandse steun binnen Europa

Hoe kan Duitsland de Franse roep om ‘meer Europa’ het best vertalen? Nederland moet Angela Merkel daarbij helpen, vindt .

Het was een andere wereld waarin Angela Merkel in 2005 voor het eerst kanselier werd. Wie kon twaalf jaar geleden de bankencrisis van 2008 en de staatsschuldencrisis van 2010 voorzien? De Arabische lente, Poetins oorlog in Oekraïne, de vluchtelingencrisis? Brexit en Trump? Zelfs de wereldwijde opmars van de nu alomtegenwoordige smartphone begon pas in 2007.

Het lijkt dus op zijn minst voorbarig om iets te zeggen over Merkels vierde termijn. Maar dat het spannend wordt, is zeker. Omdat zoveel buitenparlementaire onvrede de Bondsdag binnenkomt én de Bondsdag een ruk naar rechts heeft gemaakt.

Wat betekent dat voor de coalitieonderhandelingen? De CSU, de Beierse zusterpartij van de CDU, wil nu vooral het ‘gat op rechts’ dichten om kiezers van de AfD terug te winnen. Volgend jaar gaat Beieren immers naar de stembus. Maar in een nieuwe coalitie zullen partijen, óók de CSU, water bij de wijn moeten doen. Daar staat tegenover dat de kiezers partijen hard zullen afrekenen op wat ze zullen zien als het verwateren van beloftes. Wat dat betreft heeft een nieuw Duits christelijk-liberaal of christelijk-sociaal kabinet veel gemeen met het Nederlandse kabinet in wording.

Duitse en Nederlandse problemen en uitdagingen komen sterk overeen. Berlijn en Den Haag hebben soortgelijke prioriteiten. Nederland kan en moet niet afwachten, maar er nu actief op inspelen.

Natuurlijk moeten we onze rol niet overdrijven. Nederland is qua grootte, bevolkingsaantal en bruto binnenlands product vergelijkbaar met de deelstaat Noordrijn-Westfalen. Toch is Nederland een belangrijke gesprekspartner voor Duitsland. Juist nu kunnen en moeten we geen gelegenheid laten liggen om een constructief gesprek met Duitse politici aan te gaan.

Angela Merkel heeft drie grote uitdagingen. Ten eerste een antwoord bieden op de binnenlandse onvrede in Oost- en West-Duitsland. Ten tweede moet het land een technologieslag maken, met name op het gebied van internet buiten de grote steden. En ten derde zal zij het moment niet willen missen om Europese instellingen sterker te maken, zodat de EU ook een volgende economische crisis overleeft.

Nederland heeft op alle drie de punten een rol te spelen. Onvrede in de samenleving en onrust in het parlement kennen wij immers al langer. Op het gebied van digitale infrastructuur loopt Nederland duidelijk voor op Duitsland, bij snelle internetverbindingen maar ook bijvoorbeeld bij het gebruik van internet op school. En ten slotte hebben Nederland en Duitsland binnen de EU veel gezamenlijke belangen. Daardoor staat Nederland helemaal niet zwak binnen de EU. Maar dan moet de Nederlandse regering niet afwachten, maar blijven meedenken en ingrijpen in het debat over de toekomst van de EU.

Emmanuel Macron zou deze week een aantal voorstellen voor vergaande economische samenwerking in Europa doen. Merkel heeft tot nu toe steeds gezegd open te staan voor Macrons agenda, maar zonder zelf concreet te worden. Vaststaat wel dat Duitsland tot nu toe consequent Franse voorstellen voor een formele, gecentraliseerde gouvernement économique heeft afgewezen.

Hoewel we overal lezen dat Merkel ‘meer Europa’ zou willen, is dat niet zo. Ze wil vooral een versterking van de Europese instituties die zo belangrijk zijn voor een goed functioneren van de eurozone. Merkel zal daarom de Franse voorstellen willen vertalen naar Duitse snit. Als Nederland een bijdrage kan leveren, is het juist op dit vlak: met concrete en kansrijke voorstellen komen voor een effectievere en democratische inrichting van de eurozone. In praktijk betekent dat: aansluiting zoeken bij Duitsland. Dat heeft in het verleden het beste gewerkt.

Zo denkt Merkel vermoedelijk langs de volgende lijnen. Een Europese minister van Financiën? We hebben toch al een voorzitter van de eurogroep? Dat kan dan worden opgetuigd als een vaste voorzitter die ook aanzit bij de Europese Raad, regelmatig langskomt bij de Europese Commissie en verantwoording aflegt aan het Europees Parlement. Een fonds voor de eurozone? Ook dat is er al in de vorm van het Europees Stabiliteitsmechanisme, opgericht om noodlijdende eurolanden te helpen. Duitsland wil deze instelling omvormen tot een ‘Europees Monetair Fonds’ dat zich verder buigt over de Griekse schulden, zonder politieke inmenging en vooral ook zonder het IMF, dat voortdurend hamert op de noodzaak van schuldsanering van Griekenland. Maar dat zou neerkomen op het overnemen van de schulden van een ander land, wat een overtreding is van de zogeheten ‘no bail-out clausule’ uit het Verdrag van Lissabon. Daar wil Duitsland, de CDU/CSU voorop, niet aan meewerken.

Meer parlementaire controle in de eurozone? Dat kan zonder al te veel verandering door binnen het Europese parlement speciale commissies voor de eurozone in het leven te roepen. Een nieuw Europees Verdrag? Dat komt er niet, want te veel landen hebben dan grote moeite om het in eigen land erdoor te krijgen.

In al dit soort vertaalslagen kan Nederland een belangrijke rol spelen, maar dan moet het met eigen voorstellen komen en vooral: niet afwachten wat anderen voor ons beslissen.