Dilemma voor de flexwerker: baan of baby?

Moederschap

Hoogopgeleide vrouwen met een tijdelijke of flexibele aanstelling worden minder snel moeder dan vrouwen met een vast contract. Waarom?

Foto Getty Images

Hoogopgeleide vrouwen met een tijdelijk of flexibel arbeidscontract kiezen minder snel voor moederschap dan vrouwen met een vast contract, blijkt woensdag uit onderzoek van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Van de 25.000 deelnemende vrouwen tussen de 18 en 45 jaar kreeg 13 procent van de vrouwen mét een flexibele baan binnen een jaar na deelname een eerste kind, bij degenen met een vast contract was dat 18 procent.

Onderzoeker Jan Latten is niet verbaasd over de uitkomst. Mensen met een flexibel contract zijn namelijk gemiddeld jonger dan mensen met een vaste aanstelling. „Het past bij de trends die we al langer zien, namelijk dat twintigers minder vaak een vaste baan hebben en dat dertigers vaker kinderen krijgen dan twintigers.”

Lees ook: Hectische baan én jonge kinderen? Dat is extra uitdagend als er niet over wordt gepraat op de werkvloer. Maar daar komt langzaam verandering in.

Uit het CBS-onderzoek blijkt niet direct wat de motivatie van de vrouwen is om wel of niet moeder te worden. Toch vermoedt Latten dat het soort arbeidscontract wel degelijk van invloed is. „Voor hoogopgeleide vrouwen is hun baan vaker de zelfverwerkelijking waar ze van dromen. Dus wachten ze met kinderen tot ze daar zekerheid over hebben, bijvoorbeeld een vast contract.” Bovendien bleek uit een eerder CBS-onderzoek al eens dat zowel vrouwen als mannen denken dat kinderen een carrière kunnen hinderen, voegt Latten toe.

Dat een zwangerschap tot problemen kan leiden, constateert ook het College voor de Rechten van de Mens. Uit hun onderzoek blijkt dat 43 procent van de vrouwen op de arbeidsmarkt die in 2016 een kind kregen, te maken hadden met vermeende discriminatie vanwege de zwangerschap. Vrouwen met een tijdelijk en flexibel contract lopen extra veel risico, stelt woordvoerder Marysha Molthoff. „Ze krijgen geen baan, kunnen hun contract niet verlengen en geen promotie maken.”

Niet voor niets startte het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid deze week een landelijke campagne om zwangerschapsdiscriminatie tegen te gaan. Minister Lodewijk Asscher roept werkgevers op om zwangere vrouwen niet anders te behandelen. Zo’n bewustwordingscampagne is een goed begin, zegt Molthoff van het College. Volgens haar moet er daarentegen nog wel meer gebeuren: uitzoeken en aanpakken waarom werkgevers nog steeds discrimineren bijvoorbeeld.

En als je als zwangere vrouw zelf gediscrimineerd wordt? Meld het altijd bij ons, benadrukt Molthoff. „Om twee redenen: zolang het niet verteld wordt, blijft het onder de radar én wij kunnen een onderzoek starten.” Werkt dat laatste? „In zeven of acht van de tien gevallen doet een werkgever iets met onze uitspraak, dan wordt beleid aangepast of worden managers op cursus gestuurd.”

Geen contractverlenging, salarisverhoging mislopen, opeens minder uren krijgen of zelfs ontslag: zwangerschapsdiscriminatie komt vaak voor. Wat kunnen vrouwen ertegen doen?

Joske Platteel: ‘Toen ik zei dat ik zwanger was, kantelde het sollicitatiegesprek’

Toen Joske Platteel uit Zeist in mei solliciteerde als basisschoolleraar, werd ze het nét niet. Toch was de betreffende clusterdirecteur onder de indruk van haar cv, vertelt Platteel.

„Je lijkt me een hele goede leerkracht. Een wonder dat je nog niet bent weggekaapt, zei de directeur me.” Die bleek nog meer scholen onder zich te hebben en wilde haar graag „binnenhalen”.

Een paar weken verder mocht Platteel opnieuw solliciteren op een andere basisschool. In dat sollicitatiegesprek leek het van twee kanten goed te klikken en als laatste punt werd Platteel gevraagd welke klas ze het liefste wil: groep 6 of groep 8. Op dat moment vertelde Platteel dat ze zwanger is. „Ik zou me er ongemakkelijk bij voelen als ze daar pas later achter zouden komen.” Na die mededeling kantelt het gesprek 180 graden, constateert Platteel. „De interim-directeur vroeg nog hoe ik mijn vorige zwangerschap had doorlopen, maar bij de clusterdirecteur die eerst zo enthousiast was, gingen alle luiken dicht”, vertelt Platteel.

„Groep 6 had al veel wisselingen gehad en als ze een zwangere docent voor de klas zouden zetten, ‘zou de pleuris uitbreken’. Groep 8 bleek ineens ook geen optie meer.”

Platteel stapte met een rotgevoel in de auto naar huis. „Ik heb nog gebeld om te zeggen dat ik eventueel ook wel voor de kleuterklas wilde staan.” Een aantal weken hoort ze niks en dan vlak voor de zomervakantie ontvangt ze een mailtje: alle vacatures zijn ingevuld. „Niet netjes. Ik had liever excuses gehad.” Ondertussen is Platteel aangenomen op een basisschool die haar zwangerschap geen probleem vond.

Roos Berkenbosch: ‘Ik kon na mijn verlofperiode opnieuw solliciteren’

Roos Berkenbosch uit Groningen werkte al ruim twee jaar voor een callcenter toen ze zwanger werd. „Mijn tijdelijke contracten waren al twee keer verlengd, omdat het zo goed ging”, vertelt Berkenbosch.

„Mijn leidinggevende had me daarom op een speciale lijst gezet, zodat ik als een van de eersten een vast contract zou krijgen. Het bedrijf zou daar binnen een jaar weer ruimte voor maken.”

In die tussenliggende periode raakte Berkenbosch zwanger. „Ik begon me zorgen te maken, want ik had het al vaker zien gebeuren dat vrouwelijke collega’s geen contractverlenging meer kregen in hun verlofperiode”, vertelt ze. „Mijn leidinggevende was een schappelijke man, dus toen ik hem over mijn zwangerschap vertelde, zou hij het bij personeelszaken navragen.” Het vaste contract blijkt inderdaad van de baan, en ook haar tijdelijke contract kan niet meer verlengd worden, omdat dat al de maximale twee keer gebeurd is. „Ik kon na mijn verlofperiode opnieuw solliciteren, alleen dat bleek een rustige zomerperiode waarin ze geen mensen nodig hadden.”
Berkenbosch laat het er niet bij zitten en komt via het Juridisch Loket en het Discriminatiemeldpunt uiteindelijk terecht bij het College voor de Rechten van de Mens, dat genoeg reden ziet om er een zaak van te maken.

„Ik heb gewacht tot ik was bevallen en ondertussen bewijsmateriaal verzameld: zo had ik al mijn positieve jaarbeoordelingen ondertekend op de mail en een positief terugkomadvies van mijn leidinggevende.”

Het leidt ertoe dat Berkenbosch in april dit jaar door het College in het gelijk gesteld: er was sprake van zwangerschapsdiscriminatie. De uitspraak heeft geen consequenties voor haar werkgever, maar Berkenbosch is desalniettemin blij dat ze de zaak won.

„Het is niet fijn als er zo met je wordt omgegaan, ik wilde laten zien dat dit niet normaal is.”