De hemel is blauw, want God is fan van Napoli

Champions League

Napels is Maradona-territorium. Overal in de stad doet zijn beeltenis herinneren aan de gouden jaren van de club die het dinsdag opneemt tegen Feyenoord: Napoli, het buitenbeentje van Italië.

In de stad waar Diego Maradona wordt vereerd als heilige heeft inmiddels ook voormalig Ajax-spits Arek Milik zijn sporen verdiend. Tegen Feyenoord doet hij echter niet mee wegens een knieblessure. Foto Paolo Manzo/Getty Images

Bruno Alcidi loopt naar de hoek van zijn koffiebar Nilo, in het centrum van Napels. Een mini-altaar is gewijd aan Diego Maradona, heilige in deze katholieke stad. Alcidi wijst op zijn pronkstuk, ‘Capello Miracoloso di Diego Armando Maradona’, het wonderbaarlijke haar van Maradona. Een klein plukje zwarte haren is ingelijst, ter verering van een van de grootste voetballers ooit.

Alcidi (56) staat achter de kassa, een barista bedient de espressomachine. Alcidi – klein, stevig postuur – heeft iets weg van Maradona. Hij vertelt. Het was februari 1990, Napoli verloor met 3-0 bij AC Milan, Marco van Basten scoorde. Op de terugweg zat Alcidi in hetzelfde vliegtuig als Maradona. Toen de Argentijn na de landing uit zijn stoel kwam, bleven een paar haren van hem achter op de hoofdleuning. Alcidi doet het voor. Hij pakte de haarlok, en klemde het tussen een sigarettenpakje en het plastic omhulsel.

Roerige volksclub

Napoli ontvangt dinsdagavond Feyenoord in de Champions League. De Italiaanse club zonk na het Maradona-tijdperk (1984-1991) diep, maar heeft zijn glans hervonden. Società Sportiva Calcio Napoli, roerige volksclub, bijzondere historie, schitterend lichtblauw shirt.

„Er wordt hier gezegd dat de hemel blauw is omdat God een fan is van Napoli”, zegt Alessandro Catalano (36), eigenaar van een fanshop en tifoso. „En zo is het.”

Het zwaartepunt van het Italiaans voetbal ligt in het rijkere noorden met Juventus, Inter en AC Milan – daar waar de industrie van origine zit. Napoli, in het armere zuiden, geldt als buitenbeentje. „In het noorden zeggen ze: in het zuiden zitten de slapers, wij zijn de werkers”, vertelt Ruud Krol (68), die begin jaren tachtig vier seizoenen bij Napoli speelde. „In het zuiden zeggen ze zelf ook: wij zijn de genieters.”

Napoli’s stadionspeaker Daniele Bellini (36) – bekend als radiodeejay onder de naam Decibel Bellini – zegt het zo: „Wij leven met het hart, met de zon. In het noorden zijn ze koeler.” Inwoners van Napels eten graag pizza op de boulevard, vertelt Krol. „Dat is te betalen voor de Napolitanen. Vandaar de pizza napoletana.”

Dat is toch een belediging voor de Napolitanen? Ze worden het hele jaar in hun gezicht geslagen en nu schijnheilig over hun bol geaaid.

Sentiment

Toen Maradona op het WK van 1990 met Argentinië in Napels de halve finale tegen Italië speelde, riep hij de Napolitanen op om voor Argentinië te juichen. Hij speelde slim in op het sentiment. „Italië vraagt Napels steun, maar alleen voor deze wedstrijd zal de stad worden geaccepteerd door de rest van het land”, zei Maradona. „Dat is toch een belediging voor de Napolitanen? Ze worden het hele jaar in hun gezicht geslagen en nu schijnheilig over hun bol geaaid.”

Het was de enige keer dat het volkslied van Argentinië, dat na strafschoppen won, niet werd verstoord tijdens het WK. De tegenstellingen zijn er nu nog, zegt Bellini. „Wij hebben onze eigen taal, onze eigen levensstijl. Wij zijn anders dan doorsnee Italianen. We zijn eerst Napolitanen en daarna pas Italianen.”

De weerzin tegen met name Juventus is groot. Dat is versterkt sinds zij vorig jaar spits Gonzalo Higuaín voor 90 miljoen overnamen van Napoli. Bij Bar Nilo is een foto te zien van Higuaín die in een wc-pot zit en er is in Napels is ook toiletpapier te koop met zijn beeltenis. „Hij is een judas”, zegt Alcidi. Higuaín deed wat Maradona in zijn tijd weigerde. Bellini: „Berlusconi wilde hem naar AC Milan halen, Agnelli wilde hem bij Juventus. Maar hij bleef hier.”

Rebelse club

Maradona is nooit ver weg als je door historisch Napels loopt. Zijn beeltenissen sieren de straten – muurschilderingen, posters, shirts met zijn naam. Soms een Argentijnse vlag. Ze vonden elkaar in een machtige symbiose, de rebelse club en de onnavolgbare voetballer. Napoli, de club die nooit kampioen werd, won onder regie van Maradona de landstitel in 1987 en 1990 – en de Uefa Cup in 1989.

Het koffiebarretje van Alcidi is uitgegroeid tot een klein bedevaartsoord voor Maradona-fans. Alcidi plaatst Maradona op gelijke hoogte met Sint Januarius, een bisschop in de derde eeuw, die onder de kathedraal van Napels ligt. „Zij zijn de twee heiligen van Napels.” Wedstrijden bezoekt Alcidi niet meer. Hij wijst naar zijn hart en doet alsof hij instort. „Ik heb te veel emotie en ik heb hartproblemen.”

Je voelt de wisselwerking tussen stad en club. „Bij goede resultaten broeit het, bij verlies heerst treurstemming”, zegt Krol. Bellini zit maandagmiddag in het oude, vervallen stadion San Paolo, met traditionele sintelbaan. Dinsdagavond zal hij daar langs het veld de doelpuntenmakers met veel vocaal geweld omroepen. „Napoli is het leven, en net zo belangrijk als je vriendin of je moeder.”

Onze tijd is aangebroken. We wachten al bijna dertig jaar, dat is te lang. Dit is ons seizoen.

Faillissement

De tragiek is dat na Maradona’s vertrek het verval inzette. In 2004 werd Napoli failliet verklaard, als gevolg van een schuld van zo’n 70 miljoen euro. Een doorstart volgde onder een andere naam en de club werd teruggezet naar de Serie C, het derde niveau. Te lang is geteerd op het Maradona-verleden, knikt Bellini. Krol: „Er is slecht beleid gevoerd.”

In 2006 speelde Napoli nog in de Serie C. De steun van de tifosi bleef, in die donkere jaren. Napoli heeft het recordaantal toeschouwers in een Serie C-duel, met 51.000. Onder voorzitter Aurelio De Laurentiis, de excentrieke en uitgesproken filmproducent, werd de opmars ingezet. Dat resulteerde onder meer in twee tweede plekken de afgelopen vier jaar. Krol: „Hij heeft Napoli teruggebracht waar ze horen.”

Napoli speelt volgens velen het beste voetbal van Italië, met veel beweging, combinaties en druk. Met de Belgische aanvaller Dries Mertens (voorheen PSV, FC Utrecht, AGOVV) in een sleutelrol. Napoli is nog ongeslagen in de Serie A en staat eerste. Bellini: „Onze tijd is aangebroken. We wachten al bijna dertig jaar, dat is te lang. Dit is ons seizoen.”

Aardbevingen

Warm, gastvrij maar ook explosief, noemt Krol de Napolitanen. Hij vertelt over een 3-1 thuisnederlaag in 1982 tegen AS Roma, in een slechte periode. „Toen braken ze het stadion af, we moesten bij wijze van spreken rennen voor ons leven.”

Zijn mooiste herinnering gaat terug tot het najaar van 1980. Door twee aardbevingen kort achter elkaar konden ze geen competitiewedstrijd in het beschadigde San Paolo spelen. Krol: „Een paar weken later haalden we het duel in op een woensdag, om 15.00 uur. Dat tijdstip was toen nog verplicht. Zaten er 90.000 mensen, ze braken de poorten af. Dat is de Napolitaanse loyaliteit.”