Opinie

Canon van Nederland is slechts de aanmaaklimonade van de geschiedenis

De Canon van Nederland is voorbeeldig ingericht, maar het is slechts de ‘winkeldisplay’ van de echte canon, ziet . En die leeft in ándere musea, websites en verhalen.
Illustratie Hajo

Als je een nieuw venster zou moeten toevoegen aan de vijftig die in 2006 zijn aangewezen als de ‘canon van Nederland’, is ‘Mislukte Werken’ geen slechte keuze. Fyra, HSL, Betuwelijn, het persoonsgebonden budget, ICT, de Nationale Politie: stof genoeg voor een treffend hoofdstuk in onze geschiedenisboekjes.

Dat het nooit gebouwde Nationaal Historisch Museum – destijds bedoeld als het ‘huis van de canon’ – daar zeker niet in mag ontbreken, klopt prachtig. Het is een schoolvoorbeeld van de keerzijde van het poldermodel. Al vanaf het begin, meer dan tien jaar terug, was het bakkeleien en hakketakken tussen te veel bestuurslagen, belanghebbenden, betweters en rekenmeesters. En uiteindelijk – ook heel Nederlands – konden we het plan toch niet laten schieten, zodat het er nu toch is. In afgeslankte vorm. Een compromis-museumpje, dat is de Canon van Nederland, dit weekend geopend in het entreepaviljoen van het Arnhemse Openluchtmuseum.

Lees hier de hele Canon

Het is vooral een tech-tuin en een filmwand, aangevuld met vitrinestukken. In touchscreens kun je op hertenjacht, wereldzeeën verkennen of met Romeinen handelen. Op wandvullende schermen tonen acteurs het dagelijks leven van destijds. Swipend, gamend, quizend, taggend en klikkend tuimel je door de tien ‘tijdvakken’ die de canoncommissie heeft afgebakend, met een selectie uit de vensters, keurig en correct in balans. Slavernij naast de VOC-tijd, de Koran in één vitrine met een Pim Fortuynvlag; er heerst patriottisme noch wroeging. Geen redelijk mens zal er aanstoot aan nemen.

Allereerst: het is prachtig gemaakt. Je doet de ongekende technologische kwaliteiten van de uitvoerders tekort met ook maar het geringste onvertogen woord. Dit kunnen ze wel, die musea van nu. Ik heb kinderen in de basisschoolleeftijd, dus ik weet hoe goed de musea erin slagen hen entertainend het verleden in te trekken, van Archeon tot het Zuiderzeemuseum. Daarbij vergeleken waren mijn eigen museumuitjes, drie decennia eerder, nog ware bezoekingen.

Juist daarom vroeg ik me steeds meer af: in welke lacune voorziet deze canoncarrousel nu eigenlijk? Het is een vogelvluchtpresentatie van wat elders uitgebreider en beter is te zien. Het is compact en ultrageconcentreerd: de geschiedenis als aanmaaklimonade in tien smaakjes.

Filmfragmenten

Ga je naar entoen.nu, de pas vernieuwde website van de canon, dan krijg je per venster allerlei linkjes naar leuke filmfragmenten, schooltv-uitzendingen, relevante musea – dát is het hart van de canon, zoals die bedoeld is, en zoals die ook verankerd is in het onderwijs.

De canon van Nederland bestond allang, en beter, inhoudelijker, zo diepgravend als je maar wilt, als een spoor door ons land, en die website verbindt er de zenuwbanen van. Je kunt beter een aantal van die gespecialiseerde musea bezoeken – van het type Oudheden en Volkenkunde – dan dit rondje langs de oppervlakte maken.

O, er zitten genoeg verrassende stukken bij. Het skelet van onze oudste teruggevonden bewoonster, Trijntje. Een in Jakarta vernield portret van Wilhelmina. Een sigarenhouder van koning Willem II in de vorm van de eerste stoomtrein. Toch is dit nieuwe expositiehoekje in wezen niets meer dan de winkeldisplay van die historische canon die – terecht – elders leeft.

We leven in een beeldcultuur dus de teksten zijn summier, zelfs als je de extra informatie aanklikt. Opvallend en mooi om te zien was dat veel ouders uitleg stonden te geven aan hun kinderen. Over de spoorlijnen. Over bonnenboekjes in de oorlog. Over Willem van Oranje. Over de eerste computers. Van aanmaaklimonade moet je zelf nog iets maken.

Leraren

Vraag iemand wat hem van de geschiedenis is bijgebleven, en hij zal zich waarschijnlijk leraren herinneren die steengoed waren in verhalen vertellen. Zelf herinner ik me er ook een aantal, van basisschool tot universiteit (waarbij ik trouwens ook aan Frits van Oostrom denk, die de basis legde van de hele canon). Dat is geen achterhaald verschijnsel. Ook mijn kinderen herinneren zich – alle hightech ten spijt – vooral de verhalen die ze van leerkrachten of grootouders horen. Of van die ene boswachter, die over de ijstijd vertelde op de Drentse hei. Of van die man die in Archeon lesgaf in de Romeinse school.

Het heeft iets prettig geruststellends dat voor cultuuroverdracht kennelijk geldt dat je het het beste van echte, levende mensen leert. Niet alleen uit boeken, van apps of van YouTube-kanalen. Ondanks alle gadgets blijft het kampvuurmodel blijkbaar een onvervangbare kern. Verhalen vertellen is een niet te versnellen proces dat tijd en aandacht creëert en dat, in handen van de meest getalenteerde vertolkers, een ervaring oplevert. In plaats van de beleving in de techtuin.

Burgemeester Ahmed Marcouch beweerde dit weekend dat nieuwe Nederlanders naar dit canonmuseum moeten gaan omdat ze daardoor beter integreren. Hartverwarmend, dat een bestuurder nog zoveel wonderen verwacht van een tentoonstellingsbezoek. Waar hij absoluut gelijk in had, is dat we de integratie verder helpen door de canon toe te passen in het onderwijs.

Maar dat gebeurt al. Sinds 2010 is de canon opgenomen in de kerndoelen van primair en voortgezet onderwijs. Dat kan misschien meer, en beter. Wat dat betreft kun je een interessant gedachtenexperiment doen. Stel je eens voor dat we ál die overheidsmiljoenen, ál die energie van ál die jaren overleggen, ruziën en nadenken nu eens hadden gestoken in het opleiden van adembenemende vertellers. Want de aanmaaklimonade kan nog zo betoverend ogen, zonder kraanwater ben je nergens.