‘Zijn wij afhankelijk van onze machines?’

Muziektheater

De voorstelling ‘Homo instrumentalis’ van Silbersee verkent de relatie tussen mens en techniek. Het stuk loopt uit in een post-humane klankwolk.

Artistiek leider Romain Bischof maakte Homo instrumentalis op verzoek van de Ruhrtriennale. Foto Caroline Seidel

Heb jij de techniek of heeft de techniek jou? Dat is de slogan van de nieuwe voorstelling Homo instrumentalis van Silbersee. Het vierluik verkent de relatie tussen mens en technologie in een grillige maar dwingende cocktail van zang, dans, video en elektronica. De wereldpremière was vorige week in de Ruhrtriennale. Donderdag begint de Nederlandse tournee.

Silbersee staat voor onorthodox muziektheater met een hoofdrol voor de menselijke stem. Daarvoor zoekt artistiek leider Romain Bischoff (1961) graag de samenwerking met andere disciplines. In dit geval zijn dat vier dansers (onder wie de geweldige breakdancer Carl Refos) en de videokunstenaars van Hangaar. De razend moeilijke muziek wordt voortreffelijk vertolkt door de zangeressen van Silbersee, die bovendien met verve dansen en acteren.

Van de Ruhrtriennale kreeg Bischoff het verzoek een voorstelling te maken rond het één uur durende deconstructietheater Machinations (2000) van Georges Aperghis en de elektro-akoestische revolutiemuziek La fabbrica illuminata (1964) van Luigi Nono. „Ik ga graag in op de wensen van anderen”, vertelt Bischoff na afloop van de première in de Duisburgse Gebläsehalle. Dat zorgt immers voor verrassende nieuwe invalshoeken. In dit geval herkenden Bischoff en zijn team in de combinatie van composities twee hoofdstukken uit de geschiedenis van de mensheid: de industrialisatie en de computerisering. „Er moest nog iets voor en iets na”, zegt Bischoff. „Toen dacht ik: we hebben Yannis nodig.”

‘Ode aan de mens’

Yannis is de Nederlands-Cypriotische componist Yannis Kyriakides, die met zijn „zoektocht naar een nieuwe harmonie” een „nieuw tijdperk” vertegenwoordigt, aldus Bischoff. Kyriakides (1969) schreef nieuwe muziek voor zowel het ‘primitieve’ stadium als voor het speculatieve laatste hoofdstuk, ‘Beyond man’. Daarbij baseerde hij zich op de beroemde ‘Ode aan de mens’ uit Sofokles’ Antigone: zijn kenniszucht en vindingrijkheid zijn formidabel, maar dezelfde kwaliteiten die hem tot grote hoogte brengen kunnen de mens ook te gronde richten.

Het eerste hoofdstuk, ‘Man the maker’, is een statisch geënsceneerd Grieks koor, waarvoor Kyriakides de fonemen van Sofokles’ tekst omzette in een dissonant gebed. De vier zangeressen van Silbersee staan voor op de bühne. Bischoff: „Als godinnen.” Het tweede hoofdstuk, ‘Industrial man’, suggereert een fabrieksopstand, vol schitterende scènebeelden en lichaamssculpturen, waarbij de activistische teksten van Nono’s spetterende elektronische collage op grote projectieschermen verschijnen. Het eindigt met een troostrijke, wonderschoon gezongen solo van Éléonore Lemaire.

Filosofische ondertoon

En dan komt ‘Cyberman’, het omvangrijke derde hoofdstuk. Aperghis’ Machinations is een eindeloze melodie van vocale puf-, sis- en ritselgeluiden, maar tegelijkertijd ook een aaneenschakeling van absurdistische sketches met een filosofische ondertoon. Bischoff heeft zijn zangeressen en dansers hier samengesmeed tot een adembenemende, organisch opererende commando-eenheid.

Het einde van Machinations is een elektronische brul die de stoeltjes doet trillen, terwijl helle schijnwerpers het publiek verblinden. „Dat is de machine die alles opeet”, zegt Bischoff. „In hoeverre zijn wij afhankelijk van onze machines, van onze smartphone? Ik heb lang gezocht naar de overgang naar het laatste hoofdstuk. Wat daarna komt moet iedereen voor zichzelf duiden.”

Tijdens het korte vierde hoofdstuk, ‘Beyond Man’, blijft de bühne leeg. Kyriakides creëerde een spectaculaire soundscape, gebaseerd op opnames van de stemmen uit het eerste hoofdstuk, maar dan letterlijk een miljoen keer verdubbeld. Het resultaat is een verbluffende, post-humane klankwolk die voortdurend beweegt. „Ik wilde geen logisch vervolg op Aperghis”, zegt Kyriakides. „Ik wilde iets wat klinkt alsof het van elders komt.”