Column

Waarom werkgevers u een loongolf gunnen

De werkgevers zien geld op tafel liggen bij de overheid. Het begrotingsoverschot biedt ruimte.

Zou werkgeversvoorzitter Hans de Boer ook stiekem vakbondslid zijn geworden? Net als eerder minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën, PvdA). En zou De Boer daarom voordat er serieuze cao-onderhandelingen zijn begonnen al een loonstijging van „zo’n procent of 3, door de bank genomen” in het vooruitzicht hebben gesteld?

De VNO-NCW-voorzitter heeft in elk geval de verwachtingen in sommige vakbondskringen waargemaakt. De Boer geldt daar als een man die opeens stellige uitspraken kan doen die juist het vakbondskamp een vrolijke dag bezorgen. „Ons geheime wapen” zei een FNV-onderhandelaar eerder hoopvol. Totaal anders dan zijn altijd beheerste voorganger Bernard Wientjes, die graag nog eens uitlegde hoe zwaar werkgevers het hadden en dat er geen ruimte was voor andere dan minimale loonstijgingen.

De Boer heeft een andere stijl, maar hij behartigt natuurlijk dezelfde belangen. Die van werkgevers, om te beginnen de grote. De belangen blijven dezelfde, maar de strategie van de werkgevers wijzigt. Verklaart dat zijn gulle 3 procent?

Voordat die vraag een antwoord krijgt, eerst het FNV-lidmaatschap van Dijsselbloem. Hij was dus géén lid. Dat illustreert de moeite van de FNV om nieuwe en ook hoger opgeleide leden te winnen. Het zegt ook iets over het kader van de Partij van de Arbeid. De ‘rode familie’ waarin iedereen lid was van de PvdA, van vakbond NVV (nu FNV), omroepvereniging Vara en een abonnement had op het Vrije Volk bestaat al lang niet meer. Maar toch…, je zou toch wat meer solidariteit verwachten. Hoeveel PvdA-ministers en staatssecretarissen zijn wel lid van een vakbond?

Geen vakbondslid? Je zou van bewindslieden van de PvdA meer solidariteit verwachten

Het lidmaatschap van Dijsselbloem en zijn pleidooi voor hogere lonen is des te opvallender, omdat hij als minister van Financiën de beste positie had om dat te regelen. Niet die lonen, maar wel de hogere koopkracht die daaruit voortvloeit.

Kijk maar naar de spectaculaire cijfers over 2016, die het Centraal Bureau voor de Statistiek onlangs publiceerde. Werknemers gingen er vorig jaar 4,9 procent op vooruit, de hoogste stijging in vijftien jaar.

Hoe kon dat? Hogere cao-lonen (1,8 procent stijging), bijna nul inflatie én miljarden euro lastenverlichting. Dus waarom hebben de PvdA én de VVD-ministers geen én-én beleid gevoerd? En lid van een vakbond worden én de werknemers- en werkgeverslasten blijven verlagen?

Daar heb ik maar één antwoord op: de fixatie op het begrotingstekort. Hoe kleiner hoe beter. Nederland voert de Europese afspraken stipt uit, ook al bewijzen sommige grotere landen louter lippendienst aan die Europese norm. Wat dat betreft mogen Nederlandse politici wel wat minder technocratisch denken en wat populistischer handelen.

En dát heeft Hans de Boer goed in de smiezen. Mensen willen delen in de economische hausse en dan is een hoger loon zichtbaarder, en dus effectiever voor het vertrouwen in de economie, dan fiscale lastenverlichting. Hogere lonen, dus meer koopkracht, past ook prima in het eigen ‘verkiezingsprogramma’ van VNO-NCW. De werkgevers zien geld op tafel liggen bij de overheid. Het begrotingsoverschot biedt ruimte.

De investeringskansen zijn er ook. Denk aan duurzame energie, woningisolatie, mobiliteit en onderzoek en ontwikkeling. Daar moet juist de overheid als financier de aanjager zijn. Dat is ons aller belang, vinden de werkgevers. Niet toevallig zijn het ook investeringen waar bedrijven wat aan hebben. In die groei-agenda past een (kleine) loongolf. Meer economische groei vraagt meer koopkracht. Geld moet rollen.

Menno Tamminga schrijft op deze plaats elke dinsdag over ondernemingsbeleid en economie