Column

Ontzettend vervelend, Iran leeft het nucleaire akkoord na

Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert en scheidt op deze plaats elke week de feiten van de hypes.

Wat ont-zet-tend spijtig dat Iran steeds maar dat akelige nucleaire akkoord blijft naleven! Nee, dat vind ik natuurlijk niet, en u evenmin, vermoedelijk. Want dat garandeert wel dat Iran atoombomvrij blijft, en dat is gezien de toestand met Noord-Korea niet onplezierig. Maar spijt vertolkt president Trumps grondhouding.

Trump heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij af wil van dat akkoord, het resultaat van twaalf jaar onderhandelen, van 2003 tot en met 2015. Weet u nog? De E3 begonnen ermee – Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië – met enig resultaat onder de Iraanse president Khatami, dat door zijn opvolger Ahmadinejad teniet werd gedaan. In 2006 kwamen China, Rusland en de VS, de drie andere permanente leden van de VN-Veiligheidsraad, meepraten en veranderde E3 in P (van Permanente leden) 5 +1 (Duitsland). Onder Obama stapte Amerika af van zijn verzet tegen Iraanse verrijkingsactiviteit. Iran hield daar categorisch aan vast – „verrijken is ons absolute recht” – omdat het nucleaire Non-proliferatieakkoord het de lidstaten nu eenmaal niet verbiedt. In 2015 volgde het akkoord, officieel JCPOA, dat onder veel andere inhoudt dat Iran het meest nucleair geïnspecteerde land ter wereld blijft.

In zijn toespraak tot de VN sprong Trump vorige week zoals we hem kennen van superlatief naar superlatief: „Het Iran-akkoord was een van de ergste en meest eenzijdige transacties die de Verenigde Staten ooit zijn aangegaan”, zei hij. En afgezien van dat akkoord: „Het is tijd dat de hele wereld zich bij onze eis aansluit dat Irans regering haar drang naar dood en vernietiging staakt”.

Wat is er zo verschrikkelijk aan het akkoord? Ja, Obama. Maar het zit vooral in dat zinnetje van „drang naar dood en vernietiging”. Het punt is dat het nucleaire akkoord precies is wat het zegt: een nucleair akkoord. En níét eist wat Trump en niet te vergeten c.s. willen: dat Iran zijn „drang naar dood en vernietiging” in de regio en waar dan ook staakt. Denk aan steun voor Assads regime of Hezbollah in Libanon. Of aan de raketproeven die Iran zojuist weer bekendmaakte ter gelegenheid van de Heilige Defensieweek.

Trump kan niks opzeggen want het is een akkoord van de wereld met Iran. Hij kan het wel drastisch ondermijnen. Hij moet eens in de drie maanden, dit keer op 15 oktober, aan het Congres meedelen of Iran zich aan het akkoord heeft gehouden. Zo niet, dan zal het Congres naar verwachting de sancties herinvoeren die het conform het akkoord heeft ingetrokken.

Omdat er geen twijfel aan is dat Iran het akkoord naleeft, probeert Trump het verschil tussen houden aan letter (ja) en geest (nee) van het akkoord te verkopen. Dat werkt vast bij het Congres, dat net als Trump een pesthekel aan Iran heeft. Wat te maken heeft met de bezetting van de Amerikaanse ambassade in Teheran in 1979-’80 én, durf ik te zeggen, aan het feit dat heel weinig Amerikanen een idee van Iran hebben.

Maar het verschil tussen vóór en ná het akkoord is dat Europa niet meer aan de kant van de VS staat. Het feit dat Europa heel goede zaken met Iran doet, speelt een rol. Maar Europa wil ook geen Noord-Korea in het Midden-Oosten creëren. En ten slotte wil ik ook eens een keer met instemming Boris Johnson citeren: „Wij in het VK denken dat Iran – een land van 80 miljoen mensen, van wie veel jong en potentieel liberaal – kan worden overgehaald tot een nieuwe manier van denken. Ik vind het belangrijk dat ze zien dat er ook economisch voordeel is aan het JCPOA. Daarom willen wij in het VK dat overeind houden.” Hoe gaat dit verder? Het zijn spannende tijden.