Kritiek op footballspelers keert zich tegen Trump

Trump vs. sporters

De Amerikaanse president Trump botste de afgelopen dagen hard met sportlieden, die uit protest tegen racisme en politiegeweld knielen tijdens het volkslied.

Spelers van de Baltimore Ravens knielen zondag 24 september als het Amerikaans volkslied wordt gespeeld tijdens een NFL-wedstrijd. Foto Matt Dunham/AP

Donald Trump weet zijn vijanden meestal slim te kiezen. Maar dit weekeinde verrekende de Amerikaanse president zich volledig, toen hij een cultuuroorlog probeerde te ontketenen tegen een instituut dat veel populairder is dan hij: de Amerikaanse sportwereld. De woede die hij opwekte, een belangrijk bestanddeel van zijn succes, richtte zich deze keer tegen hem.

Met Twitterstormen en een donderspeech in Alabama riep Donald Trump de afgelopen dagen op tot een boycot van American-footballwedstrijden waarbij spelers weigeren op te staan bij het spelen van het volkslied. Ook moest de NFL spelers schorsen of ontslaan die niet opstaan. Tijdens zijn toespraak zei Trump: „Zou het niet heerlijk zijn als de eigenaren in de NFL [de National Football League, red.] zeggen, zodra iemand onze vlag niet respecteert: ‘Haal die son of a bitch [hoerenzoon, red.] meteen van het veld. Hij is ontslagen. Hij is ontslagen!’”

Trump hoopte volkswoede te zaaien tegen meestal Afro-Amerikaanse sporters die knielen zodra het volkslied gespeeld wordt. Dat begon een jaar geleden, toen een quarterback van de San Francisco 49ers, Colin Kaepernick, knielde tijdens het zingen van het volkslied. Kaepernick zei toen: „Ik ga geen trots tonen voor een vlag van een land dat Afro-Amerikanen en mensen van kleur onderdrukt.” Kaepernick doelde op racisme en politiegeweld. Zijn protest werd op kleine schaal nagevolgd door andere sporters. Kaepernicks contract werd niet verlengd, hij is nog altijd werkloos.

Ik ga geen trots tonen voor een vlag van een land dat Afro-Amerikanen en mensen van kleur onderdrukt.

Banden tussen sport en politiek

Sport en politiek zijn in de VS sterk verbonden. Elke president gebruikt populaire sporten als football en honkbal voor eigen gewin, maar gaat er nooit de strijd mee aan. American Football is een conservatieve wereld, waar vlagvertoon en vaderlandsliefde tellen. Veel clubeigenaren zijn miljardairs, vaak nog bevriend met Trump ook. Zeven clubeigenaren doneerden elk meer dan 1 miljoen dollar aan Trumps campagne. Gelovige sporters als Tom Brady zijn mateloos populair onder Trumps aanhang. De voormalige Football-trainer Rex Ryan sprak in 2016 voor Trump op een campagnebijeenkomst.

Maar er kwam dit weekeinde geen boycot door fans, geen steunbetuiging aan Trump van de clubeigenaren en zeker 150 sporters kozen zondag voor openlijk verzet. Spelers van de Seattle Seahawks en Tennessee Titans bleven tijdens het zingen van het volkslied achter in de kleedkamer. Hetzelfde deden de Pittsburgh Steelers, op één speler na met een verleden in het leger. Tom Brady en zijn clubgenoten van de New England Patriots haakten elkaars armen vast, als teken van protest. Bij de Detroit Lions knielde zelfs de zanger van het volkslied – uniek in de geschiedenis van het American Football.

De spelers kregen steun van 24 van de 32 NFL-clubeigenaren én de Footballbond, met wie ze vaak in onmin leven. NFL-voorzitter Roger Goodell noemde Trumps woorden „respectloos”. Robert Kraft, een donateur van Trump en eigenaar van de New England Patriots, schreef in een verklaring dat hij „diep teleurgesteld” is in „de toon van de opmerkingen” van Trump. Kraft: „Niets verenigt zo sterk als sport, en niets verdeelt zo sterk als politiek.” Coach Rex Ryan, die zo enthousiast campagne had gevoerd voor Trump, zegt nu na diens „verschrikkelijke opmerkingen” spijt heeft.

Sympathie in honkbal en basketbal

Commerciële belangen spelen hierbij uiteraard ook een rol. Een echte boycot zou de NFL in nog grotere problemen brengen – en de kijkcijfers dalen toch al licht. Maar weinigen ontging het dat Trump zich de laatste dagen uitsluitend tegen zwarte sporters richtte. Bovendien ging het om sporters die, door te knielen, nu juist protesteerden tegen racisme.

Afgelopen vrijdag viel de president basketballer Stephen Curry van de Golden State Warriors aan, die een uitnodiging om langs te komen in het Witte Huis had afgeslagen. Trump trok vervolgens zelf die uitnodiging op Twitter nog eens in. En Trump eiste het ontslag van de eveneens zwarte presentator Jemele Hill van sportzender ESPN. Zij had Trump in een uitzending van racisme beschuldigd.

Spelers herhaalden die beschuldiging dit weekeinde. De zwaar geëmotioneerde Michael Thomas (Miami Dolphins) zei: „De leider van de Vrije Wereld die ons uitmaakt voor Sons of Bitches. Als Afro-Amerikaan trek ik me dit persoonlijk aan.” Trump zelf zei hierover: „Dit heeft niets te maken met ras. Dit gaat om respect voor je land.”

Trump bleef zondag via Twitter het ontslag eisen van de opstandige sporters. Maar het verzet lijkt er alleen maar groter door te worden. Ook in het honkbal en basketbal klinkt sympathie voor de football-spelers. Trump heeft de Amerikaanse sport verenigd. Zoals Steve Kerr, trainer van de Golden State Warriors, tegen Sports Illustrated zei:

„Ik ben kapot van Trumps woorden. Bedenk waar die spelers tégen protesteren: excessief politiegeweld en raciale ongelijkheid. Dat zijn goede dingen om je tegen te verzetten. En ze doen het zonder geweld. Dat predikte Martin Luther King, toch?”