Recensie

Kapitalisme wordt een kinderspelletje in Cosmopolis van Johan Simons

Cosmopolis

Johan Simons verbeeldt in zijn theaterversie van DeLillo’s roman een genadeloze speculant op Wall Street als een verveeld en verwend kind.

Mandela Wee Wee (voor), Pierre Bokma (midden) en Elsie de Brauw in Cosmopolis. Foto Ben van Duin

De genadeloze wereld van het cyberkapitaal is als een speelplaats met zandbak, reuzenschommel en hobbelpaard. Op de voorgrond van het toneelbeeld van Cosmopolis in de regie van Johan Simons staat als speelgoed het schaalmodel van een witte stretchlimousine.

In de industriële entourage van de Jahrhunderthalle in Bochum vertolkt Pierre Bokma de rol van de 28-jarige Eric Packer, een supervermogende speculant op Wall Street. In deze toneelversie van de visionaire roman Cosmopolis (2003) van de Amerikaanse schrijver Don DeLillo speelt de beduidend oudere Bokma, net als Packer, met fatale dromen.

DeLillo beschrijft de ondergang van het kapitalistische systeem waarin geld geen geld is, maar een abstracte getallenreeks. De gewetenloze Packer zet een miljoenenkapitaal in op daling van de Japanse yen, maar zijn opzet faalt. Packer is veroorzaker én slachtoffer van de crisis.

De consequente keuze van Simons voor het kinderperspectief wekt verbazing, zeker wie de verfilming kent door David Cronenberg uit 2012. Voeg daarbij scherpzinnig theateruitvoeringen over de financiële crisis als Die Kontrakte des Kaufmanns van Elfriede Jelinek of Door de bank genomen door De Verleiders, en we zien minder overtuigende kunst.

De sleutel tot Simons’ regie ligt in verveling: Bokma is het verwende jongetje op het schoolplein dat alles heeft. Zijn tegenspeler is Bert Luppes in de rol van Benno Levin, felle anti-kapitalist en latere moordenaar van Packer. In de openingsscène zit Luppes in de zandbak en houdt een dreigende monoloog over hoe hij eens iemand die rijk is zal doden. Verveeld is Bokma ook jegens zijn vrouw Elise Packer, gespeeld door Elsie de Brauw in een rol die steeds aangrijpender wordt omdat zij wél volwassenheid in haar spel brengt.

De weg op

Feitelijk is de roman Cosmopolis een roadnovel: Packer begeeft zich in zijn puissante limousine door Manhattan naar zijn kapper, een van de sterke dubbelrollen van Mandela Wee Wee. Files houden Packer op, zijn auto wordt door anti-kapitalistische demonstranten bekogeld en al rijdend speculeert hij met zijn iPad op de beurs. Hij erkent geen ideologie, behalve die van de zelfverrijking. In de toneelversie is de auto zo goed als afwezig, en dat is jammer. De handeling speelt zich vooral af op een lelijke, halfronde tribune op wieltjes. Moeizaam duwt Luppes het gevaarte voort.

Het duurt lang eer Cosmopolis gestalte krijgt, begeleid door vier saxofonisten van Bl!ndman met Bach, Mozart en af en toe jankende stadsgeluiden. Allengs ontstijgt Bokma de welbewuste naïviteit en filosofeert prachtig over leven, dood en onze onsterfelijkheid in de digitale wereld. Hij is ervan overtuigd dat „met zijn dood de wereld eindigt.”

Een vondst zijn de ratten die als het geld zelf zijn: ze vermenigvuldigen zich razendsnel in de financiële onderwereld, totdat ze met hun verknoopte staarten rattenkoningen worden. In Simons’ visie stuurt Packer aan op zelfvernietiging. Komt die betekenis naar boven, dan wint Cosmopolis aan betekenis. Maar kapitalisme uitbeelden als kinderspel blijft een ernstig gevaar, waarmee de voorstelling zichzelf ondergraaft.