Cultuur

Interview

Interview

Het boek, uitgegeven door KesselsKramer Publishing.

Ria van Dijk gaat al 81 jaar naar de kermis voor een schietfoto

Ria van Dijk (97) laat sinds 1936 elk jaar een foto maken als ze raak schiet in de schiettent op de Tilburgse kermis. Deze foto’s zijn te zien geweest in musea en op festivals. „Ja god zeg, die foto’s ken ik van buiten.”

Foto Peter de Krom

‘Wat er zo leuk is aan schieten? Dat je er helemaal in zit! En dan wil je die foto hebben!”

Ria van Dijk (97) zit in haar appartement op de negende verdieping van zorgcentrum Het Laar in Tilburg. Ze toont een schietschijf en een bokaal van de Brabantse schietsportvereniging De Rommert. „Kijk, dit was mijn eerste schot”, zegt ze, met donkere, twinkelende ogen en wijst op de buitenring. „Het tweede schot zat al in de 10. En hier, nog twee in de roos.”

Vorige week werd Van Dijk door De Rommert uitgenodigd om te komen schieten. Dat is geen vreemd verzoek want in Tilburg en omstreken staat Van Dijk al decennia lang bekend als ‘de schietvrouwe’. „Daarstraks nog stond ik in de lift, kwam er iemand van de technische dienst binnen. Die zegt dan: is het veilig bij u?”

Van Dijk, die in 1920 in Tilburg werd geboren als jongste van drie kinderen, hield altijd al van schieten. Haar oudere broer had een luchtbuks waar ze als klein meisje al mee in de weer was in de achtertuin. „Dat was met van die pluimpjes. Ik vond het leuk.” Toen ze op haar zestiende op de kermis de schiettent ontdekte, was ze helemaal verkocht. „Toen is het gebeurd. Het lukte niet meteen, maar ineens schoot ik raak en gingen er allemaal lampjes aan. En dan krijg je die foto. Dat was iets geweldigs.”

Het was 1936 en, wat Van Dijk toen nog niet kon voorzien, was dat die eerste foto de basis zou vormen van een traditie die haar uiteindelijk zelfs roem in het buitenland zou verschaffen. Vanaf dat jaar ging ze namelijk jaarlijks naar de kermis en schoot ze net zolang door tot ze weer een foto van zichzelf te pakken had. Thuis borg ze de printjes op in een laatje en bouwde zo een unieke, verborgen collectie op.

Stedelijk Museum kocht de collectie

Daar kwam in 2006 verandering in. Joep Eijkens, voormalig journalist bij het Brabants Dagblad, ging op bezoek bij Van Dijk nadat hij dat jaar een aantal van haar foto’s had gezien op de Tilburgse kermisexpositie ‘Een eeuw vermaak in beeld’. Getroffen door de uitzonderlijke fotocollectie – te zien is hoe Ria in de loop der jaren ouder wordt en hoe de wereld om haar heen verandert – vroeg hij aan Van Dijk of hij de serie mocht laten zien aan fotografie-verzamelaar Erik Kessels van communicatiebureau KesselsKramer. Kessels, die al langer boekjes samenstelde met hergebruikte foto’s, was geïnteresseerd en bundelde 63 beelden uit de verzameling tot een boekje. Het werd een succes. Diverse kranten brachten de fotoserie onder de aandacht en in 2009 werden Ria’s schietfoto’s geëxposeerd door fotograaf Hans Aarsman tijdens de expositie Off The Record bij Art Amsterdam. In datzelfde jaar kocht het Stedelijk Museum zelfs de fotocollectie aan. Onbegrijpelijk, vindt Ria nog steeds, maar het geld dat ze ervoor kreeg, heeft ze goed besteed. „Ik kreeg geloof ik een paar duizend euro, hoeveel weet ik niet meer precies. Om het te vieren heb ik een bus gehuurd en ben met dertig vrienden naar het orgelmuseum gegaan. Daarna door naar De Schutskuil, mijn favoriete forellenrestaurant in Oirschot. Daar werden we ontvangen met een goedkoop glas bubbels en hebben we gegeten. Ja, we hebben de stemming er goed in gekregen.”

En nog was de aandacht niet voorbij. In 2010 vertrok Van Dijk met Kessels en Eijkens twee dagen naar het fotofestival in Arles waar haar schietfoto’s werden geëxposeerd. Hoe was het om haar collectie terug te zien op zo’n gerenommeerd festival? „Ja god zeg, die foto’s ken ik van buiten, dat hoeft niet hoor. Maar de ontvangst daar was iets geweldig. Allemaal mensen die je willen spreken, en een heleboel fotografen. Ongelofelijk. Toch heb ik liever dat ze me kennen van het schieten, dan dat ze zeggen: ‘Nou, die daar moet je in de gaten houden’.”

Ieder jaar als ze nu naar de kermis gaat – ze zegt het tot haar honderdste te willen volhouden – zijn er wel een paar journalisten die ‘haar schietmoment’ vastleggen. Koppen als ‘Luchtbuks Ria, al tachtig jaar koningin van de schiettent’ en ‘Hoogbejaarde Ria schiet weer raak’ verschijnen dan boven de berichten. Ze geniet van de aandacht, toch hecht ze meer waarde aan het werkende bestaan dat ze in Tilburg opbouwde. „Ik heb vijfentwintig jaar een drogisterij gehad”, vertelt Van Dijk. Ze was dertig toen ze haar eigen zaak opende. „Van een kennis had ik gehoord dat er een pand te koop was aan de Bosscheweg, vlakbij oom Gus, die had in dezelfde straat een sigarenzaak. Ik legde het plan voor aan pa, die begreep wel dat ik zelfstandig wilde zijn.”

Allemaal mensen die je willen spreken, en een heleboel fotografen. Ongelofelijk

In 1950 opende ze de deuren en het duurde niet lang of ze was een begrip in de stad. „Ik had fijne meisjes in dienst en zorgde ervoor dat alle klanten me kenden.” Tegenwoordig is dat wel anders, benadrukt ze. „Als je nu in de winkel komt, kennen ze je niet. Het is allemaal van dat jonge personeel en het interesseert ze niet wat je te vertellen hebt. Bij mij was dat heel anders.” Achterin de winkel had ze nog een kamer, vertelt ze, en die plek fungeerde soms als ‘biechtstoel’. „Wat ik daar deed was sociaal werk. Maar ik vond dat normaal. Mijn moeder zat vroeger bij Weldadigheidsvereniging St. Elisabeth, daar deed ze liefdewerk voor de armen. Bij ons thuis wisten we: je bent er voor de ander.”

Toen ze de drogisterij net had, woonde Ria nog in de Goirkestraat. Maar in 1956, na het overlijden van haar moeder, verhuisde ze met haar vader naar een flat in een ander deel van de stad. „Ik ben tot aan zijn dood bij hem blijven wonen.” Ze wijst naar het schilderij aan de muur dat ze rond die periode van haar vader liet maken. Vanaf het doek blikt hij met identiek twinkelende ogen de kamer in, een brandende sigaar tussen zijn vingers. „Hij rookte er maar één per dag, zei hij. Maar er lag altijd een sigaar aan de rand van zijn bed. Hij stond ermee op en ging ermee naar bed. Ja. Het was een fijne man. Hij nam ’s avonds ook altijd een neut. Net als ik trouwens.”

Haar vader stierf in 1968 op 81-jarige leeftijd. Ze vertelt dat haar moeder in 1952 overleed. „Ze had suikerziekte, net als mijn broer en zus. Die ziekte tast je karakter aan. Mijn moeder was aan het einde van haar leven niet meer zo vrolijk, ze was een ander mens geworden.”

Haar broer en zus zijn inmiddels al jaren geleden overleden, maar als ze nu terugdenkt aan vroeger heeft ze een ‘mooi thuis’ gehad. „Er werd altijd veel muziek gemaakt. Mijn zus kon goed pianospelen, mijn broer was een geweldig violist. Het was altijd feest.” Ze herinnert zich ook de optredens van haar ouders op bruiloften en partijen. „Ik zie ze nog staan. Mijn moeder was een medium en mijn vader stond naast haar met een vuur in zijn handen. Hij zei dan: ‘O medium, o zeg mij, wat is uw gedachte? Wat zien thans uw heldere ogen? Dan begon mijn moeder van alles te vertellen over de mensen op het feest. Ja, ze hadden een leuk huwelijk.”

Nooit getrouwd

Zelf is Van Dijk, in tegenstelling tot haar broer en zus, nooit getrouwd. „Nee, ik heb geen kennis gehad, maar ik blijk wel heel verliefd te zijn geweest op een vriend van mijn broer. Na jaren zag ik die een keer terug in de kerk. Ik zong daar in het koor, samen met zijn zus, en hij liep daar rond. Die avond kreeg ik in bed een huilbui. Toen wist ik het pas: ik was verliefd op die man geweest. Maar ja, hij was al getrouwd, had ook kinderen, dus dat is niks geworden.” Verder heeft ze, zoals ze het zelf noemt, ‘weinig aantrekkingskracht gehad’. „Ik heb één nadeel: een harde stem. Toch heb ik het altijd goed kunnen vinden met mannen. Toen ik begon met de drogisterij kwamen ze wel op me af. Dan kwam er zo’n vertegenwoordiger koffie drinken. Die wou dan iets meer. Maar ik zei: ‘Nee dat hoeft niet.’ Ik had er gewoon geen zin in. Het waren geen harde werkers maar van die types die dachten: nou, bij Ria kom ik wel rond.”

Foto Peter de Krom

In 1975 stopte Van Dijk met de zaak. De concurrentie van ketens zoals Etos en Kruidvat werd te groot. Ze stortte zich in het verenigingsleven en werkte nog acht jaar bij de gemeente. „Maar op mijn 63ste heb ik gezegd: ik houd het voor gezien.” Nog steeds heeft ze een katholieke praatclub waar ze maandelijks naartoe gaat. Ze kijkt ernaar uit want nu ze zo oud wordt, is contact nog belangrijker geworden. „Dat je telkens mensen om je heen verliest, dat is vreselijk. Er blijft niemand meer over die je van vroeger kent, dat vind ik heel erg.”

Vanaf haar appartement op de negende verdieping gaat ze nog wel met de lift naar beneden om te eten of een praatje te maken. „Maar het contact met de buurtbewoners is niet meer hetzelfde als met de vrienden die ik hier voorheen had. Degenen die hier nu binnenkomen, zijn al negentig of niet meer helemaal honderd procent. Maar ik heb nog steeds een hele heldere geest. Dat is eigenlijk best vermoeiend.” Ja, ze mag dan ieder jaar gaan schieten op de kermis en op zo’n moment even in de spotlights staan, maar dat alleen zijn is niet leuk. „Daarom zeg ik ook: als je nog oude ooms of tantes hebt, zoek ze op. Dat vind ik heel belangrijk.”