Geboren in vlees, de toekomst is vega

Zwanenberg

Vleesverwerker Zwanenberg gaat de Unox-fabriek van Unilever in Oss overnemen. Naast rookworsten gaat het ook de Unox-soepen maken. „Vlees blijft belangrijk voor ons. Maar we zoeken de groei in een ander segment.”

Foto Eric Brinkhorst

Het heeft iets weg van bleekroze klei. Of misschien een dikke aardbeienmilkshake. Maar het ís vlees. Bakken van een meter bij een meter met fijngemalen en gekruid vlees staan in de Almelose fabriek van vleesverwerker Zwanenberg te wachten om ingeblikt te worden.

Hier wordt wekelijks tussen de 400.000 en 500.000 kilo vlees verwerkt. Niet allemaal hetzelfde soort, trouwens, al zou een leek het verschil niet zien: op dit moment staat (strikt van elkaar gescheiden) kip en varken klaar, maar het kan ook rund zijn.

Zo’n vijf kilometer verderop zit het hoofdkantoor van Zwanenberg. Hier kan de directie op elk gewenst moment meekijken in de fabriek: via grote schermen in de directiekamers. „Dit is onze war room”, zegt algemeen directeur Ronald Lotgerink (56). Aldo van der Laan (63), directielid en mede-eigenaar, wijst: „Daar zie je een verstoring.” Op de schermen komt in lijn- en staafdiagrammen niet alleen voorbij waar de productie stilligt, maar ook wat er die week verdiend wordt én wat de wereldwijde vleesprijs doet.

In de familie

En er zijn nogal wat productielocaties om in de gaten te houden: zeven stuks in Nederland en ook nog vijf in het buitenland. Historisch gezien heeft Zwanenberg (400 miljoen euro omzet in 2016, 1.600 werknemers) wortels door het hele land.

In 1929 werd het bedrijf opgericht door Theodorus van der Laan in Den Haag, maar het verhuisde 33 jaar geleden naar Twente. En hoewel de aandelen nog volledig in handen zijn van de familie Van der Laan, werd in 1996, na de koop van de Osse slachter en vleesverwerker Zwanenberg (eigendom van Unilever), die laatste naam voor het bedrijf gekozen. Aldo van der Laan was algemeen directeur van 1987 tot 2008, toen Lotgerink die functie overnam. Drie van de vier kinderen van Van der Laan werken inmiddels ook bij Zwanenberg.

En dat hier de wereldwijde vleesprijzen zo goed in de gaten worden gehouden, is niet voor niets. Zwanenberg is al sinds de oprichting een echt vleesbedrijf. Vlees in blik: schouderham, knakworsten of ‘luncheon meat’, een soort boterhamworst. Leverworst van het merk Kips, droge worst van Huls. En binnenkort is Zwanenberg ook de eigenaar van de fabriek waar Unox-rookworsten worden gemaakt.

Het kocht de fabriek in Oss van Unilever, dat wel eigenaar blijft van het merk Unox.

Maar ja, de flexitariër wint aan terrein. Langzaam maar zeker eten we in Europa gezamenlijk iets minder vlees, zo’n 1 of 2 procent per jaar, zegt Lotgerink. In Nederland gaat het nog net iets harder. Een jaar of drie, vier geleden kwam hier in Almelo daarom het besef: de wereld is aan het veranderen en Zwanenberg moet dat ook. Minder vlees, meer vega.

Vleesverwerker Zwanenberg verwerkt wekelijks tussen de 400.000 en 500.000 kilo vlees, onder meer voor de Kips-leverworst Foto Eric Brinkhorst
Foto Eric Brinkhorst
Foto Eric Brinkhorst
Ook wordt in Almelo Zwan-ingeblikt vlees verwerkt Foto Eric Brinkhorst

Een echte vleesbeleving

De afgelopen maanden werden belangrijke stappen gezet. De vleeswarendivisie, met 130 miljoen euro goed voor bijna eenderde van de omzet, wordt verkocht aan het Belgische Ter Beke. De deal moet aan het eind van het jaar rond zijn.

En hoe paradoxaal het ook klinkt, de koop van de Unox-fabriek, draagt juist weer bij aan ‘minder vlees’. Want naast de rookworsten, wordt Zwanenberg nu ook de maker van de soepen en sauzen van Unox en Bertolli.

Op dit moment is Zwanenberg nog voor 90 procent een vleesbedrijf, zegt Lotgerink. Als de verkoop van de vleeswaren rond is, zal dat 75 procent zijn. Uiteindelijk moet het doorzakken tot ongeveer 60 procent.

Lotgerink: „Vlees blijft belangrijk voor ons, we zijn erin geboren. Maar we zoeken de groei in een ander segment.”

Zo groot is die stap niet eens, relativeert Van der Laan. Een kwestie van een andere grondstof kiezen. „We zijn van nature gewend om bereide producten te maken van vlees, dat gaan we nu van plantaardige grondstoffen doen.”

Al blijken vleesvervangers in de praktijk nog niet zo makkelijk te ontwikkelen. Zwanenberg experimenteert op dit moment met producten die, in Van der Laans woorden, „een echte vleesbeleving” hebben. Vegetarisch vlees eigenlijk, denk aan de kipstuckjes van de Vegetarische Slager. De ontwikkeling ervan zit nog in „een pril stadium”, zegt Van der Laan. Directeur Lotgerink vult aan: „We zijn er al twee, drie jaar mee bezig, het is echt lastig.” Niet alleen de smaak, maar ook de structuur moet dan op vlees lijken.

Twee jaar terug introduceerde Zwanenberg al wel verschillende groenteburgers. Supermarkt Jumbo had de primeur, maar heeft de groenteburgers inmiddels uit het assortiment gehaald omdat ze volgens een woordvoerder „niet succesvol” waren. De burgers worden wel bij supermarkt Deen verkocht. Volgens Lotgerink en Van der Laan slaat de burger in Noord-Europa wel aan. Vooral de Noren zouden er dol op zijn.

Bezoek aan soepfabriek. Foto John van Hamond
Foto John van Hamond
‘Operator’ Ronald Verhagen geeft een rondleiding door de worstfabriek. Foto John van Hamond
Foto John van Hamond
Foto John van Hamond

Niet hip en niet sexy

Groenteburgers of niet, in de Almelose productielocatie even verderop, wordt gewoon ouderwets vlees ingeblikt. Dag en nacht, als het nodig is. Een robotarm tilt bakken op en keert ze om. Een medewerker haalt de laatste resten fijngemalen vlees uit de hoeken met een forse schraper. Het kippenvlees gaat met 210 stuks per minuut het blikje in. Verderop wordt het in een enorme tank gesteriliseerd en gegaard.

Omdat in de fabriek steeds meer geautomatiseerd is, moeten werknemers ook meer verstand hebben van gecompliceerde technische systemen. Zo makkelijk vind je die niet, merkt Zwanenberg, zeker niet nu de economie aantrekt.

Ook functies in de marketing zijn soms niet eenvoudig te vullen. Voor veel jonge mensen is een vleesbedrijf niet echt hip, beaamt Lotgerink. „Je bent niet sexy. Dat is gewoon zo. En je zit hier in het oosten, dat vinden heel wat mensen uit de Randstad ook minder sexy.” Zwanenberg heeft inmiddels iemand in dienst die op zoek gaat naar de meest geschikte personen.

Blikboeren

Grote kans dat het halalkippenvlees dat vandaag wordt ingeblikt naar het Midden-Oosten gaat. Juist voor die regio, en dat geldt in Afrika net zo, is blik een uitkomst, zegt Lotgerink. Het is makkelijk te vervoeren, het bederft niet. Bovendien: in West-Europa eten we misschien minder vlees, maar elders stijgt de vraag alleen maar, vanwege groeiende welvaart.

Blik was en is erg belangrijk voor Zwanenberg. Lotgerink: „Van vroeger uit zijn wij zijn blikboeren, om het oneerbiedig te zeggen.” En ook al klinkt blik niet echt modern, Zwanenberg heeft er nog steeds veel vertrouwen in. Naast vegetarisch en snacks (mini-knakworstjes en -kipsateetjes) maakt het bedrijf daar nu juist een speerpunt van, óók voor de Nederlandse markt.

Waarom? Blik past binnen de duurzaamheidstrend, zegt Lotgerink. „Met blik heb je geen verspilling. Wij gooien op deze aarde misschien wel 20 procent van ons voedsel weg.” „30 procent”, vult Van der Laan aan.

En denk niet dat bij houdbaar eten niet geïnnoveerd wordt. Want tegenwoordig komt de soep gewoon in zak. Voor de consument is dat belangrijk, zegt Lotgerink. Dat geeft ‘versbeleving’. Maar, blikboeren of niet: „voor ons maakt het niet uit.”