Recensie

Furie ingebed in een meditatieve sfeer

Candida Thompson Foto Simon van Boxtel

Amsterdam Sinfonietta en het Nederlands Kamerkoor openen het seizoen in het teken van het einde: met een programma van verschillende ‘requiems’. De tournee voerde al door Zuid-Amerika en eindigt dinsdag in Amsterdam.

Het Nederlands Kamerkoor begon in een opstelling rondom het publiek met de slimme Bach-hommage Immortal Bach van de Noor Nystedt. Door de stemmen van Bachs lied Komm, süßer Tod in verschillende tempi te zetten creëerde hij een sensatie van tijdloosheid. Bachs Chaconne, hoewel gloedvol gespeeld door concertmeester Candida Thompson, werkte minder goed. Bach componeerde de vioolsolo mogelijk ter nagedachtenis aan zijn vrouw. Die ‘requiem’-context werd benadrukt in een bevreemdende versie met zes zangers én tekst. Trage koraalmelodieën vertroebelden het zicht op de uitgepuurde vioolpartij.

Echt ijzersterk was Sjostakovitsj’ zwaarmoedige Kammersinfonie, op. 110a (een requiem voor hemzelf), ingebed tussen tweemaal Da pacem Domine van Arvo Pärt (ter nagedachtenis aan de aanslagen in Madrid in 2004). De zorgvuldig opgebouwde meditatieve sfeer werd op het juiste moment doorbroken met Sjostakovitsj’ furieus gespeelde Allegro molto. De soli van celliste Kaori Yamagami waren verrukkelijk van toon en frasering. Theatraal goed gevonden was het één voor één opstaan van de koorleden tegen het slot.

Na de pauze vonden koor en orkest elkaar in het Requiem van Fauré. Daarin voert niet de tragiek de boventoon, maar blijmoedige berusting. In het originele arrangement van Wijnand van Klaveren zorgde het harmonium voor een kerstgevoel. De ster was bariton Thomas Oliemans. Hij zong zijn twee soli met een naturelle, meeslepende voordracht. Oliemans’ tweede lied, Libera me, groeide uit tot een algeheel hoogtepunt.