Column

Elke dinsdag naar Morrie

Een trouwe lezeres stuurde mij het boek Tuesdays with Morrie. Ze vond het mooi en vroeg of ik het kende. Dat was niet het geval, maar al de eerste pagina’s maakten me nieuwsgierig genoeg. Het ging over een oude stervende ex-hoogleraar, Morrie Schwartz, die praat over leven en dood met een van zijn vroegere studenten, de sportjournalist Mitch Albom.

Het boek kwam in 1997 uit en werd een wereldwijd succes: een verkoop van 18 miljoen exemplaren in bijna vijftig vertalingen, waaronder ook een Nederlandse. Niemand had dat verwacht. Toen Albom het concept aan allerlei uitgeverijen voorlegde, kreeg hij bijna overal nul op het rekest: te deprimerend. Kon hij als bekende sportjournalist geen opwindender boek maken?

Dat wilde hij niet, want hij was volledig in de ban geraakt van Morrie Schwartz. Schwartz was eind jaren zeventig zijn hoogleraar sociologie geweest aan de Brandeis Universiteit in Waltham, Massachusetts. Een sympathieke, buitengewoon inspirerende hoogleraar die dichtbij zijn studenten stond. Albom verloor Schwartz uit het oog terwijl hij carrière maakte als journalist.

In 1995 zag Albom hem opeens terug, toen Morrie in het tv-programma Nightline van ABC opdook. Morrie bleek ongeneeslijk ziek, hij leed aan ALS, een van de ernstigste aandoeningen van het zenuwstelsel, de ziekte waaraan vorig jaar ook Pieter Steinz overleed nadat hij er in NRC veel over geschreven had. Morrie kreeg thuis op zijn ziekbed bezoek van de bekende presentator Ted Koppel. Het werd een openhartig, meeslepend gesprek dat veel zou losmaken bij de kijkers. Albom keek er ontzet naar en besloot Morrie zo spoedig mogelijk op te zoeken.

In de daaropvolgende maanden bezocht Albom elke dinsdag Morrie thuis, terwijl ook Koppel nog twee keer terugkeerde voor diepte-interviews met de snel aftakelende patiënt. (Die memorabele tv-interviews zijn nog te vinden op YouTube.)

In Tuesdays with Morrie krijgt de gretig luisterende Albom een soort levenslessen van zijn voormalige hoogleraar. Die lessen zijn op zichzelf niet bijster origineel; ze zijn doordesemd van een mengeling van humanistische, boeddhistische en christelijke noties, die af en toe terugleiden naar de maatschappijkritische sfeer op de universiteiten van de jaren zeventig.

„Mensen zijn alleen slecht als ze bedreigd worden’’, zegt Morrie, „en dat is wat onze cultuur en economie doen.” Mensen zijn bang om hun baan kwijt te raken, ze denken alleen nog aan zichzelf. Geld wordt een God. Mensen, pleit Morrie, moeten weer oog voor elkaar krijgen, ze moeten liefde geven en ontvangen, ze moeten zich voor elkaar verantwoordelijk voelen.

Het is allemaal goed bedoeld, en ook niet per se onjuist, maar we hebben het vaker gehoord en het heeft de wereld nog steeds niet veranderd. Wat op mij meer indruk maakte, was de manier waarop de oud-professor en zijn oud-student weer naar elkaar toegroeien, de genegenheid en aandacht die ze elkaar schenken, de morele kracht van de stervende („Deze ziekte zal mijn lichaam krijgen, maar niet mijn geest”) die de ander inspireert, ook al is op de achtergrond steeds die beklemming van de naderende dood.

Tuesdays with Morrie is een troostend boek, ook voor mensen die (nog) niet in een vergelijkbare situatie verkeren.