Opinie

Alles wijst erop dat Amerika uit elkaar dreigt te vallen

Amerikanen hechten steeds minder aan democratische normen, schrijft . Dat ligt niet alleen aan Trump. In de praktijk geeft de Amerikaan minder om zijn fundamentele waarden dan in theorie.

Een parachutist van de U.S. Special Operations Command tijdens een vliegshow in Brunswick, Maine. Foto Robert F. Bukaty/AP

Een samenleving met een groeiende middenklasse zal zijn burgers meer rechten moeten geven; een vorm van democratie dringt zich op. Dit was de stelling die de grote politicoloog Samuel Huntington (1927-2008) in zijn werk onderbouwde. Economische ontwikkeling zou leiden tot democratie; er was optimisme over China.

Met het aantreden van Donald Trump als president dringt zich de vraag op – door Huntington niet voorzien – of het omgekeerde ook kan. Als de middenklasse krimpt, komt een democratie dan onder druk te staan? En zo ja, is dit wat er nu in de Verenigde Staten gaande is?

Trumps voorliefde voor autoritaire leiders, van Poetin tot Duterte, is bekend. Zijn gedrag roept ook de vraag op hoe veilig de Amerikaanse democratie is.

Politieke campagnes waren altijd al hard en onsmakelijk. Trump bereikte nieuwe diepten. Hij lapte de normen van de Amerikaanse democratie, ruim als die zijn, aan zijn laars. Hij begon zijn campagne door Hispanics verkrachters en misdadigers te noemen en bleef zijn Republikeinse concurrenten uitschelden. Hij kwam ermee weg. Erger, het uitzonderlijke werd normaal.

Als president ging Trump door op die weg. Journalisten worden verdacht gemaakt en bedreigd. Hij desavoueert de rechterlijke macht die zijn beleid verwerpt, hij ontslaat de FBI-directeur die hem onderzoekt. Hij communiceert via tweets. Halve waarheden en onbewezen beschuldigingen zijn dagelijkse kost. Hij riep de politie op ruwer op te treden, vergoelijkte neonazi’s en verleende iemand die de grondwet had geschonden gratie.

Zijn gedrag houdt enorme risico’s in. Zo communiceren met zijn achterban is gevaarlijk. Zijn tweets, beledigingen en gevechten met vermeende vijanden maken het moeilijk om iets praktisch te bereiken. Het daaruit voortvloeiende wetgevende debacle – na acht maanden heeft hij geen wet van betekenis door het Congres gekregen – is olie op het vuur: Trumps excuus voor mislukking zit ingebouwd in de giftige cyclus. Aanhangers kunnen altijd zeggen dat hij nooit een kans kreeg en dat de media, het Ruslandonderzoek, de deep state – de ‘verborgen’ machtsstructuren in Washington – en andere complotten hem hebben tegengewerkt. Mislukking zal verzet oproepen.

Opinieonderzoeken tonen dat Trumps optreden doorwerkt. Zo bleek een meerderheid van de Republikeinse kiezers bereid om rechters toe te staan nieuwsorganisaties de mond te snoeren als ze vermeend fake news brengen. Ook een flink percentage Democraten vond dat wel best. Een onderzoek in juli 2017 toonde dat een meerderheid van de Republikeinse kiezers bereid was de verkiezingen van 2020 op te schuiven of uit te stellen als zou blijken dat de kiesregisters ‘vervuild’ waren. Een beangstigende vaststelling nu de regering-Trump blijft volhouden dat miljoenen illegale kiezers hem van een enorme overwinning afhielden.

Is het opschorten van verkiezingen een reële mogelijkheid? Kan de president een incident (al dan niet gefabriceerd) gebruiken om een noodtoestand af te kondigen als excuus? Het zou een blamage zijn voor het land dat zelfs tijdens de Burgeroorlog de verkiezingen liet doorgaan. Nooit zijn presidents- of Congresverkiezingen uitgesteld, laat staan afgesteld. Het is onwaarschijnlijk dat dit in 2020 zou gebeuren.

Maar de opinieonderzoeken geven nog twee dingen aan. Ten eerste dat het laagje vernis van de democratische rechtsstaat flinterdun is: de gemiddelde Amerikaan geeft in de praktijk minder om zijn fundamentele waarden dan in theorie. Ten tweede laat het zien dat als je een boodschap maar lang genoeg herhaalt, partijdige kiezers hem geloven. Voormalig vice-president Dick Cheney blijft volhouden dat Saddam Hoessein betrokken was bij ‘11 september’, al is er geen bewijs. Een meerderheid van de Amerikanen gelooft dat inmiddels ook. Amerikanen zijn volgzamer dan gedacht. Als Trump zegt dat de Russen prima lui zijn en Poetin een respectabele vent, dan vinden zijn kiezers dat ook, zelfs nu vaststaat dat ze de verkiezingen probeerden te beïnvloeden.

De in 2013 overleden socioloog Juan Linz, specialist in autoritaire staten, ontwikkelde een ‘lakmoesproef’ om anti-democratische politici te identificeren. Zijn indicatoren waren onder meer: onwil om geweld te verwerpen, bereidheid om burgerlijke vrijheden van tegenstanders te beperken en ontkenning van de legitimiteit van gekozen regeringen. Trump is niet de eerste Amerikaan met autoritaire tendensen, maar wel de eerste die president is geworden. De meeste Amerikanen – en de rest van de wereld – vertrouwen op het systeem van checks and balances.

Dat kan te optimistisch blijken. Democratische instellingen bestaan bij de gratie van informele normen, ongeschreven regels die een minimum van beschaafdheid en samenwerking verzekeren en voorkomen dat politieke gevechten ontsporen. Die regels lijken steeds minder te betekenen. Een voorbeeld: toen Obama een rechter voordroeg voor het Supreme Court, weigerden de Republikeinen zelfs maar met de kandidaat te praten; een verzaking van hun grondwettelijke plicht.

De democratische basisnorm dat er zoiets is als een legitieme oppositie wordt eveneens bedreigd. In een democratie moeten rivalen elkaars bestaansrecht accepteren, het recht om te concurreren en afwisselend te regeren. Ook als Democraten en Republikeinen intens van mening verschillen, moeten ze elkaar zien als loyale Amerikanen en accepteren dat de andere kant ook verkiezingen kan winnen.

De afgelopen jaren suggereerden rechtse columnisten en roeptoeters, en zelfs politici, dat progressieven verraders zouden zijn van alles waar Amerika voor staat. De legitimiteit van Obama’s presidentschap werd betwist. De Republikeinse conventie scandeerde: „Lock her up”. Clinton was geen legitieme rivaal, iemand met een andere mening, maar een crimineel.

Trump opereert niet in een vacuüm. Alles wijst erop dat Amerika niet alleen sterk verdeeld is, maar zelfs uit elkaar dreigt te vallen. Niet enkel politiek, maar ook sociaal-economisch. Er is geen interesse meer voor wat er elders gebeurt. Er lijkt geen ‘samen’ meer in de Amerikaanse samenleving. Gevaarlijker nog dan vijandschap is desinteresse.

De ontwikkelingen van de laatste jaren zouden Huntington verontrust hebben. Het aantal democratieën is teruggelopen, autoritaire landen lijken aan geloofwaardigheid te winnen. Een ontwikkeling naar democratie is niet meer vanzelfsprekend. Het omgekeerde proces is heel wel denkbaar, zelfs in de belangrijkste democratie van de wereld.

De geschiedenis leert dat je de Verenigde Staten nooit moet afschrijven. Het land heeft een opmerkelijke vaardigheid om zichzelf opnieuw uit te vinden, vooral als de problemen het gevolg zijn van eigen excessen. Maar de huidige toestand van Amerika doet eraan twijfelen of dit ook nu weer het geval zal zijn. De Amerikaanse democratie is minder veilig dan we zouden wensen en Donald Trump is van dat probleem niet de oorzaak maar een symptoom.