De AfD? Die heeft vele gezichten

Alternative für Deutschland

Partijprominenten baren opzien met uitlatingen over ‘omvolking’ en ‘quota-neger’, maar de meeste gewone AfD’ers hebben daar niks mee.

AfD-voorzitter Frauke Petry, kort nadat ze maandag bekend had gemaakt dat ze zich niet aansluit bij de AfD-fractie in de Bondsdag. Dat deed ze tot grote verrassing van haar aanwezige partijgenoten. Foto Fabrizio Bensch/Reuters

Als je wilt weten waar de AfD voor staat, kun je bijvoorbeeld kijken naar Jens Maier. Hij is een rechter uit Dresden, actief in de AfD, spreekt op bijeenkomsten van anti-islambeweging Pegida en is zondag gekozen in de Bondsdag. Hij waarschuwt tegen de „productie van mengvolkeren”, waardoor „nationale identiteiten worden uitgewist”.

Maier noemt de neonazistische NPD „de enige partij die altijd pal heeft gestaan voor Duitsland”. En hij kreeg enige landelijke bekendheid toen hij in een bierhal in Dresden de inleiding hield bij een omstreden toespraak van de radicale voorzitter van de AfD-afdeling Thüringen, Björn Höcke, die tekeer ging tegen het Holocaust-monument in Berlijn dat „een monument van de schande” zou zijn.

Maier was een van AfD-kandidaten die de krant Der Tagesspiegel onlangs tegen het licht hield, door onder meer te kijken wat ze zoal op hun Facebook-pagina’s schreven. Een ander was de journalist Nicolaus Fest (zoon van de beroemde historicus en Hitler-biograaf Joachim Fest), die sluiting bepleit van alle moskeeën en die het dragen van een hoofddoekje vergelijkt met het tonen van hakenkruizen. Een andere AfD-kandidaat voor de Bondsdag noemde Obama „een quota-neger”. Weer anderen zien immigratie als doelgerichte poging tot ‘omvolking’, steunen de Identitaire Beweging of geloven in een internationale samenzwering, waar de kerk, de spoorwegen, de CSU en de Groenen bij betrokken zijn om de Duitse maatschappij onder controle van de elite te brengen.

Racistisch- en extreem-rechts

Niet allemaal hebben deze kandidaten de Bondsdag gehaald. Maar de AfD zag er geen probleem in hen op de lijst te zetten. En dat hoeft ook niet te verbazen, want in de top van de partij zijn de uitspraken ook niet altijd makkelijk te onderscheiden van het gedachtengoed van extreem- of racistisch rechts.

Alexander Gauland bijvoorbeeld, een van de twee aanvoerders van de verkiezingscampagne kwam vorige zomer in het nieuws omdat hij over de topvoetballer Jérôme Boateng, die een Ghanese vader heeft, opmerkte dat Duitsers niet naast „een Boateng willen wonen”. Over de minister van Integratie, een in Hamburg geboren vrouw van Turkse komaf, zei hij dat hij hoopte dat ze in Anatolië gedumpt zou worden – waarbij hij zich van het woord ‘entsorgen’ bediende, dat meestal gebruikt wordt voor afval. De andere campagne-aanvoerder, Alice Weidel, bleek in 2013 in een e-mail de regering-Merkel hebben uitgemaakt voor „varkens die marionetten zijn van de overwinnaars van de Tweede Wereldoorlog, met de opdracht het Duitse volk klein te houden”.

De ‘gewone’ AfD-kiezer

Maar als je wil weten waar de AfD voor staat kan je ook heel ergens anders kijken, bijvoorbeeld naar onbekende kiezers en activisten als een gemeenteambtenaar uit Bochum, die niets van dit soort ideeën wil weten. Ze heet Gabriele Walger-Demolsky en is een van de vele AfD’ers met wie deze krant dit jaar heeft gesproken. In 2013 is ze bij de AfD gegaan omdat ze tegen de euro is, vertelde ze dit voorjaar.

Maar later groeide haar betrokkenheid bij de partij omdat ze genoeg heeft van de hoge criminaliteit in het Ruhrgebied, de slechte scholen, de verwaarloosde infrastructuur en het vluchtelingenbeleid. „Ik ben niet tegen vluchtelingen”, zei ze, „maar dat afgewezen asielzoekers vaak toch mogen blijven, vind ik verkeerd.” Veel kiezers van SPD, CDU en andere partijen zouden het haar zo nazeggen.

En wie is de AfD-kiezer dan? Slechts 3 op de 10 van hen koos uit overtuiging voor de partij, schrijft redacteur Marc Leijendekker.

Een andere AfD-activist, oud-journalist Heiner Garbe, veroordeelt de radicale uitspraken van de partijprominenten, vertelt hij maandagmiddag aan de telefoon. Maar hij blijft de partij trouw: hij kent zoveel AfD’ers die gematigd zijn. Het beeld van de AfD wordt voor hem meer bepaald door mensen in zijn nabijheid, die hij kent en vertrouwt, dan door de verre figuren die in het nieuws komen.

Zo heeft de AfD voor verschillende mensen verschillende gezichten. En de partij kan daar goed mee leven. De radicale uitspraken veroorzaken iedere keer ophef in de media en verontwaardiging bij de andere partijen. Maar voor een AfD-kiezer kan het zijn dat die vriendelijke ambtenaar van de eigen gemeente, met haar frustratie over de slechte scholen, veel bepalender is voor het beeld van de partij.

Provocatie is beproefde tactiek

Ondertussen is voortdurend provoceren onder de hogere partijfunctionarissen een beproefde tactiek: iets roepen, bijvoorbeeld over de Tweede Wereldoorlog, dat zeker aandacht oplevert en veel kritiek. Dan is er altijd wel iemand in politiek of media die het verkeerd citeert, en hébbes, daar kan de AfD zich weer verontwaardigd in de slachtofferrol wentelen en afgeven op de leugenachtige pers of de perfide politiek.

Voor de protestpartij AfD is deze aanpak tot nu toe effectief, zonder dat het veel kiezers kost. Voor zover de gematigde kiezers er toch problemen mee hadden, werd geprobeerd ze te sussen met doorwrochte economische betogen over de euro of keurige folders over de wenselijkheid van referenda. Zonder dat daarin ook maar met een woord over de islam wordt gerept of over de noodzaak nu eens op te houden over de Duitse misdaden in de jaren van het nationaal-socialisme.

Correspondent Juurd Eijsvoogel beantwoordde maandag vragen over de Duitse verkiezingsuitslag: