Turkse Rotterdammers op de thee bij Aboutaleb

Bijeenkomst Burgemeester Aboutaleb had alle Turkse Rotterdammers uitgenodigd om te komen praten. Maar de rust in de gemeenschap is nog niet wedergekeerd. Turkse Nederlanders in Rotterdam durven niet te komen of juist niet weg te blijven.

Turkse Nederlanders demonstreerden in maart bij het Turkse consulaat aan de Westblaak in Rotterdam. De Turkse minister Fatma Betul Sayan Kaya van Familiezaken wilde daar een toespraak houden over het Turkse referendum, maar werd de toegang geweigerd. Foto David van Dam

De bewakers aan de deur en de politiewagen naast de Maassilo op Zuid illustreren waar burgemeester Aboutaleb van Rotterdam deze zondag over in gesprek gaat: de rust is nog lang niet weergekeerd in de Turks-Nederlandse gemeenschap in Rotterdam.

Dat bleek al uit de voorbereiding van deze bijeenkomst. De uitnodiging, die via social media breed werd verspreid, was gericht aan alle inwoners van de stad met een Turkse achtergrond, niet alleen aan belangenorganisaties. Wie wilde komen, moest zich per mail aanmelden. Vervolgens kreeg de gemeente veel berichten van mensen die met het onderwerp begaan zijn, maar bang zijn om daar openlijk over te spreken. Zeker als er Erdogan-aanhangers aanwezig zijn.

Aan de andere kant kreeg Aboutaleb ernstige verwijten: de bijeenkomst zou te laat zijn, en te weinig voorstellen. Online gingen commentaren rond als deze: „Eerst vernederen en nu net voor de verkiezingen weer pepernoten uitdelen? Turken zijn niet dom.” Volgens de politieke partij Denk heeft Aboutaleb partij gekozen tegen de Turken. Dat zou onder meer blijken uit het politieoptreden op 11 maart tegen de demonstranten bij het consulaat.

Vlak na de poging tot staatsgreep in Turkije, op 15 juli 2016, deed de Rotterdamse burgemeester ook al een bemiddelingspoging. Die mislukte omdat een aantal Turkse organisaties wegbleef. Volgens Denk durven Turkse organisaties nu niet weer weg te blijven bij de bijeenkomst van Aboutaleb, omdat ze bang zijn dat de gemeente de organisaties dan zal dwarszitten. Dat zei DENK-Kamerlid Selçuk Öztürk tegen online magazine DutchTurks.nl.

Couppoging

Bijna een jaar geleden kwamen de verhoudingen in de Turks-Nederlandse gemeenschap op scherp te staan door de mislukte couppoging in Turkije. Turkse Nederlanders lieten op de Erasmusbrug talloze Turkse vlaggen wapperen om zich solidair te betonen met president Erdogan. In de maanden daarna werden mensen bedreigd die sympathisanten van Fethullah Gülen zouden zijn. Deze Turkse imam die sinds 1999 in de Verenigde Staten woont, is volgens Erdogan verantwoordelijk voor de couppoging.

Dit voorjaar braken ernstige rellen uit bij het Turkse consulaat aan de Westblaak, waar een Turkse minister werd tegengehouden toen zij Turkse Nederlanders wilde toespreken over het Turkse referendum om Erdogan meer bevoegdheden te geven. Ze werd onder begeleiding van de politie het land uit gezet, naar Duitsland.

Momenteel mogen naar schatting enkele tientallen Nederlanders met ook de Turkse nationaliteit Turkije niet meer verlaten na een bezoek aan dat land.

Niet iedereen is bang. Durak Altiok loopt met een groepje heren gedecideerd naar RAAF voor het gesprek met Aboutaleb. Hij geeft zonder meer zijn naam en zijn mening. Hij vindt het vooral zorgelijk dat de Turks-Nederlandse gemeenschap zo verdeeld is. „We zijn allemaal Nederlanders, allemaal Rotterdammers”, zegt hij. Zelf woont hij 38 jaar in Nederland en is hij 35 jaar ondernemer. De laatste tijd als bestuurder bij thuiszorgorganisatie Izah. „Ik neem daar mensen aan die goed zijn, het maakt me niet uit bij welke Turkse groepering ze horen. Dat zou niemand uit moeten maken.”

Burgemeester Aboutaleb, zegt hij, zou de gemeenschap meer bij elkaar moeten houden. „Hij zou meer moeten benadrukken dat we allemaal bij elkaar horen. Als je maar respect hebt voor elkaars denkbeelden.” Volgens Altiok doet de burgemeester dat onvoldoende.

Niet naar Turkije op vakantie

Veel Turkse Nederlanders bij de bijeenkomst geven hun naam niet. Zoals de twee broers, die wel willen maar uit het zicht van iedereen. Ze noemen zichzelf ‘links’, maar zijn geen lid van enige politieke partij. „Het gaat gewoon om mensenrechten.” Zij vinden Erdogan een dictator en vinden het belachelijk dat Turkse Nederlanders zich zo door Turkije laten beïnvloeden. En ze weten dat die opvatting gevaarlijk is. „We worden zo vaak uitgemaakt voor overlopers, landverraders, hielenlikkers”, zegt een van hen. „Binnen de Turkse gemeenschap moeten we erg oppassen wat we zeggen. Zelfs binnen onze eigen familie zijn tantes en ooms te vinden die lijnrecht tegenover ons staan.” De broers zijn dit jaar dan ook niet naar Turkije op vakantie geweest.

Enes Yiğit is geboren in Enschede en woont nu al ruim tien jaar in Rotterdam. Hij studeerde sociologie en bestuurskunde aan de Erasmus Universiteit en deed een master Arbeid, Organisatie en Management. En hij is voorzitter van de jongerenafdeling van Denk, Oppositie, met zo’n 600 leden.

Hij mag niet naar binnen omdat hij niet op de juiste manier is aangemeld. Dat geldt overigens voor meer jongeren die boos voor de deur staan. Enes Yiğit had vooral willen luisteren, zegt hij, ook om aan de andere leden te kunnen vertellen hoe de bijeenkomst verliep.

Een vrijwilliger bij jongerenafdeling Oppositie vindt dat er met twee maten wordt gemeten in Nederland. Zo is het voor hem onmogelijk, zo vertelt hij, om ook maar iets positiefs over Erdogan te vertellen. „Ik ben Nederlander, dit is mijn land. In Turkije ben ik een toerist. Maar mijn roots liggen in Turkije, dat is nu eenmaal zo. Maar als ik hier ergens een Turkse vlag laat wapperen… O jee, dan ben ik niet loyaal. Ik heb hier gestudeerd, ik heb een baan, ik doe mijn best, ik doe vrijwilligerswerk, ik draag bij aan de maatschappij. Wat moet ik meer doen, vraag ik me wel eens af. Ik moet mijn identiteit afleggen, mijn geloof afzweren en mijn haar blonderen om er bij te horen. Alleen met vrienden kan ik hierover praten. Als op mijn werk gevraagd wordt wat ik van Erdogan vind, of van de situatie in Turkije, dan zeg ik: ‘Sorry, daar weet ik echt niets van’.”

‘Goede gesprekken’

Na ruim twee uur druppelen de deelnemers aan de bijeenkomst naar buiten. Ze hebben binnen met elkaar gesproken in groepjes van acht tot tien mensen. De meningen zijn verdeeld. Sommige deelnemers vonden het gesprek open en eerlijk. Anderen vonden dat Aboutaleb zijn eigen straatje schoonveegde door nog eens te herhalen dat hij goed had gehandeld toen hij de Turkse minister niet toestond bij het consulaat te spreken.

Aboutaleb vertelde na afloop van de bijeenkomst dat het goede gesprekken waren geweest. De opkomst was niet heel groot, nog geen vijftig mannen en vrouwen. Maar iedereen had in een “veilige omgeving” zijn mening kunnen geven. En inderdaad, hij had ook de bal teruggekaatst toen er kritiek was op zijn rol bij de Turks-Nederlandse rellen. Want dat een Turkse minister naar Nederland kwam, was een Turks besluit, terwijl Turkije wist dat ze niet welkom was. Aboutaleb: “Mensen mogen kritiek uiten op mij. Maar ik spreek ze ook aan op hún rol.”