Sagan is de kampioen van het hier en nu

Wegwedstrijd mannen Peter Sagan werd voor de derde keer op rij wereldkampioen. Hij heeft geen koersplan, maar vertrouwt op zijn reactievermogen.

Het peloton onderweg in de wegwedstrijd tijdens de wereldkampioenschappen wielrennen in Bergen. De Slowaakse renner Peter Sagan won de race. Foto Jonathan Nackstrand/AFP

Onophoudelijk ging het de laatste dagen over de te hanteren tactiek in de wegwedstrijd voor mannen op deze WK. Wie moest wanneer en voor wie als bliksemafleider fungeren, welke landen zouden elkaar een loer draaien, hoe kon een numerieke meerderheid worden uitgespeeld op een parcours dat lang en zwaar was, met twaalf keer een heuvel van anderhalve kilometer? De echte sprinters zouden kansloos zijn, net als de geboren klassementsrenners. Het ging om de mannen in het grijze gebied daartussenin, dat was het idee. Maar speculeren had helemaal geen zin.

Want op de finishlijn, na 267 kilometer wedstrijd, was er maar één man op wie geen enkele wielerwet van toepassing is, die alle redeneringen vooraf overbodig maakt. Een renner die geen ploeg nodig heeft om zich uit de wind te laten rijden – hij kiest gewoon een rug die breed genoeg is, zodat hij zes uur lang energie kan sparen. Een sportman die zegt geen druk te kennen, iemand die gewoon lol wil maken, niet meer dan dat. Een man die niet plant, niet vooruitkijkt en ook niet achterom.

Lees ook In het land van Peter Sagan, een uitgebreid profiel van Peter Sagan

Unicum

Die man werd zondag voor de derde keer op rij wereldkampioen wielrennen, een unicum in de sportgeschiedenis. Zijn naam is Peter Sagan.

Hij reed urenlang in het hart van het peloton onzichtbaar zijn rondjes door de glooiende straten van Bergen, twaalf stuks in totaal. De vraag was telkens waar de grote favoriet zich schuilhield, of hij überhaupt in staat was de wedstrijd te volbrengen. Bij de persconferentie van het Slowaakse team, zaterdagochtend, had hij laten optekenen dat hij ziek was geweest, dat hij de voorbije dagen amper op zijn fiets had gezeten. Hij had er zijn schouders over opgehaald, zoals gebruikelijk. Het ging nu toch weer, en hij was hier toch? Dan was er dus niets aan de hand.


Foto: Jerry Lampen/ANP

Of het waar is zullen we nooit weten, al oogde hij wat minder gesoigneerd dan anders; hij had wallen onder zijn ogen, de grappen en grollen waren wat minder energiek, een vervelend kuchje kon hij niet verbergen.

Sagan passeerde de finishlijn zondag eens als honderdste, als zevenenzeventigste, een keer als vierenvijftigste. Terwijl vooraan in de wedstrijd wielrenners met een maximale inspanning probeerden zich los te maken van het peloton, bleef hij kalmpjes en in de luwte zitten, geen idee waar het pad dat hij koos toe zou leiden. Sommige renners was het niet eens opgevallen dat hij nog niet gelost was. „Ik heb geen tactiek”, zou Sagan later zeggen. Hij doet maar gewoon, hij vaart op zijn instinct. En dan ziet hij wel wat er gebeurt.

Maar dat instinct heeft hij wel moeten finetunen, ook hij moet zijn gezonde verstand gebruiken in de belangrijkste eendagskoers van het jaar, tussen de allerbeste wielrenners ter wereld die stuk voor stuk in topvorm verkeren.

Leren doseren

In januari vertelde zijn jeugdtrainer Milan Novosad in geboortestad Zilina dat Sagan als junior smeet met zijn krachten, zó gebrand op de overwinning dat hij de hele dag met zijn neus in de wind op kop reed. De laatste vijfhonderd meter kon hij vervolgens niets meer, was hij leeg. Hij heeft moeten leren doseren, als een roofdier wachten op het juiste moment en dan toeslaan. Dat hij die truc inmiddels beheerst bewees hij zondag maar weer eens. Al was het nipt.

Toen de Fransman Julian Alaphilippe en de Italiaan Gianni Moscon er in de laatste paar kilometer als een speer vandoor gingen, zag Sagan zijn derde titel al aan zijn neus voorbijgaan. Hij zat in een uitgedund groepje van een man of twintig, met daarin ook Tom Dumoulin en Niki Terpsta. „We zouden gaan sprinten om plek twee of drie”, zei de Slowaak. Ook helemaal prima, in zijn wereld.

Maar het duo voorop werd in de laatste kilometer teruggepakt en Sagan kon zich opmaken voor een sprint. Bij het uitwaaieren van de laatste bocht koos hij op gevoel het wiel van de Noor Alexander Kristoff. Of hij dat met een idee deed, wilde een journalist na afloop weten. „Ik plan niet”, antwoordde Sagan. „Ik kijk gewoon wat er gebeurt en reageer dan.”

In de laatste honderd meter zette hij zijn fiets naast die van de Noor en de twee mannen stormden zij aan zij op de finishlijn af. Op het moment dat Sagan uit de rug van zijn tegenstander kwam, nam zijn snelheid af. Even leek het erop dat hij het niet zou gaan redden. Maar de timing van zijn laatste jump – waarmee een renner zijn fiets naar voren gooit, zijn lichaam naar achteren – was perfect.

Zo vaak verloor hij juist vanwege die timing, maar nu pakte hij er de wereldtitel mee, die hij opdroeg aan Michele Scarponi, de Italiaanse renner die op 22 april van dit jaar tijdens een trainingsrit door een busje werd aangereden en ter plekke overleed. Sagan vond in hem een gelijke, iemand die net als hij probeert zo positief als mogelijk in het leven te staan, zei hij op de afsluitende persconferentie. En die was weer typisch Sagan.

Revanche na de Tour?

Hoe bijzonder voelt het dat hij de eerste man in de geschiedenis is die drie keer op rij wereldkampioen wielrennen wordt? „Het is mooi”, zei hij. „Maar ik denk niet dat de wereld er van zal veranderen.” Of hij een gevoel van revanche voelt, nadat hij in de Tour de France al in de vierde etappe naar huis werd gestuurd toen hij Mark Cavendish in de hekken duwde? „Daar heb ik geen moment meer aan gedacht. In het leven gebeuren soms nare dingen, en soms mooie dingen.”

Of hij er al over na heeft gedacht wat zijn aanstaande vaderschap zal betekenen in zijn leven als wielrenner? „Dat is net als een sprint. Je weet nooit wat er precies gaat gebeuren, dus waarom zou ik me daar nu al druk om maken? We zien het later wel. Ik leef bij de dag. En laat me nu maar gewoon genieten van dit moment.”

Peter Sagan, de wereldkampioen van het hier en nu.