‘Ouders zijn te lief voor hun kinderen en dat komt door de pil’

Opvoeden Ouders zijn te lief voor hun kinderen, te begripvol. Dat vinden Dorine Hermans en Els Rozenbroek, die een boek schreven met opvoedadviezen. En het komt door de pil, denken ze.

Illustratie Ellen Mandemaker

Onderhandelen met een kleuter? Nee! Het juiste antwoord op zijn vraag ‘waarom mag dat niet?’ is: ‘Omdat ik het zeg!’ Een baby die de hele nacht huilt? Oordopjes in en het kind in de verste hoek van het huis leggen.

Het is een kleine greep uit de opvoedadviezen van ‘tante Do en tante Els’, twee moeders van in de vijftig. In het hilarische boek Geef dat kind een slok jenever, dat begin oktober verschijnt, gaan ze in tegen alle moderne opvoed-inzichten. Moderne ouders, schrijven zij, relativeren niet, nemen de opvoeding te serieus en gaan veel te sterk uit van de wensen van het kind. Kinderen worden daar vervelend van en dan wenden de ouders zich weer onzeker en wanhopig tot een leger opvoed-adviseurs.

Publicisten Dorine Hermans (twee kinderen) en Els Rozenbroek (één kind) geven als ‘vrolijke opvoedtantes’ antwoord op tal van vragen die lezers van Kek Mama aan hen hebben gesteld voor hun rubriek in dat blad. Wat te doen als je kind liegt, niet slaapt, ruziet met broer of zus, de hele dag wil gamen, niet naar school wil of huilt om niets? De antwoorden, geven ze toe, zouden moderne pedagogen afkeuren. Maar dat maakt niet uit, vinden zij, want miljarden kinderen zijn opgevoed zonder moderne pedagogen. Een voorbeeld: „Als uw zoon huilt om niks – wel even checken of het echt niks is – kletst u gewoon door met uw man en dochter. Of u gaat lekker Netflix kijken.” Over gamen: „Alles in het leven draait om dosering dus ook het aantal game-uren.”

Het boek komt voort uit hun ergernis over de jeugd van tegenwoordig, die zij te beschermd vinden. „Zo slordig als onze ouders opvoedden, zo perfectionistisch opereren hun kleinkinderen”, schrijven ze. „Dat begint al vóór de geboorte. Er wordt een bevallingscursus gevolgd, geen druppel alcohol gedronken, geen kruimel blauwe kaas gegeten, laat staan een sigaret gerookt. Na de geboorte moet de borstvoeding lukken, want flessenkinderen zijn sowieso verloren. Over wel of niet vaccineren worden op websites hele oorlogen uitgevochten. Kinderen worden in de zomer zes keer per dag ingesmeerd met factor 30. Leerkrachten moeten onderhandelen met ouders die zich druk maken om elk stapje dat hun kind op school zet. O wee als er een vmbo-advies dreigt, dan wordt onmiddellijk een peloton hulpverleners ingezet.”

Voor de pil en na de pil

Het komt allemaal door de pil, vertellen Hermans en Rozenbroek. Hermans: „De huidige generatie ouders is zo onzeker omdat ze bewust kinderen kreeg. Ze voelen zich voor alles verantwoordelijk omdat ze kozen voor dat kind.” Je kunt de (westerse) mensheid volgens Hermans en Rozenbroek verdelen in twee groepen: de miljarden die vóór begin jaren zestig werden geboren, toen de pil werd geïntroduceerd, en de miljoenen die sindsdien een ‘bewuste keuze’ zijn. Eigenlijk is die beslissing voor de mens te groot, zeggen de tantes. Hermans: „Aan zo’n gigantisch project begin je alleen als je het gevoel hebt dat je de betrokkene een plezier doet. Zo worden ouders in de rol gedrongen van gastvrouwen en -heren die hun kinderen hebben uitgenodigd op een feest. Als de gasten zich niet uitbundig amuseren, hebben de ouders gefaald.”

Lees ook de rubriek opgevoed, waarin Annemiek Leclaire elke week een lezersvraag over opvoeding voorlegt aan deskundigen.

Hermans en Rozenbroek waren allebei al geboren voor 1960. Hun ouders kozen niet voor kinderen, dat kon toen nog niet. „Onze ouders hoefden zich niet af te vragen of wij het wel leuk vonden geboren te worden. We kwamen gewoon, vaak in groten getale. Dat scheelde veel schuldgevoel, en zijden handschoentjes.”

Zelf kozen de tantes wel voor hun kinderen. Rozenbroek (60) voedde in haar eentje een zoon op, Hermans (58) bracht met haar vrouw twee kinderen groot.

Ze kennen de twijfels en angsten van ouders wel. Ben ik niet te streng, te onverschillig, te hard? Juist daarom spreken ze jongere generaties toe. Je moet maling hebben aan de gangbare opvoedadviezen, vinden ze. Al is het maar omdat die elke paar jaar veranderen.

Rozenbroek somt met ironische stem de diverse actuele stromingen op: „De draagdoek stroming: alle kinderen jarenlang op je rug. De attachtment-stroming: kinderen bij je in bed en nooit een oppas. Die niet-nee-stroming: gezinnen waar het woord ‘nee’ nooit mag vallen. Echt! Dat zijn allemaal hoogopgeleide mensen, die de verkeerde boeken hebben gelezen.”

Geregeld aangebrand eten

Hun eigen moeders waren sloddervossen, de één had zes kinderen, de ander vier. Zij werden in de jaren vijftig en zestig geacht een keurig huishouden te hebben, de kinderen pico bello te kleden, hun man dagelijks lekker eten voor te schotelen en ’s nachts te bevredigen. Dat stond allemaal beschreven in de encyclopedie Baedeker voor de huisvrouw – die de moeders van Do en Els niet lazen. Els kreeg elke dag hetzelfde te eten en Do kreeg geregeld aangebrand voedsel. Hun moeders kwamen uit gegoede families die vóór de Tweede Wereldoorlog (toen personeel nog goedkoop was) een kok, een huishoudster en een kindermeisje in dienst hadden. Hun moeders hadden dus nooit geleerd hoe je huisvrouw wordt en daardoor hadden Dorine en Els een „heel gelukkige jeugd”.

Een van de problemen van moderne ouders, die allebei werken, of gescheiden zijn en allebei werken, is tijdgebrek. Ze hebben weinig tijd om hun kinderen op te voeden. Voelen zich schuldig over hun afwezigheid en vinden vervolgens alles goed: elke dag een ijsje, laat naar bed, bord niet leeg eten. Ze zijn ook vaak moe. Komen thuis van een lange dag op kantoor en stellen geen grenzen. Dat kost maar energie.

Toch had ook de ‘buurvrouw van tante Do’, mevrouw Hupperts (90), weinig tijd. Zij voedde negen kinderen op en wordt in het boek vaak aangehaald als nuchtere tegenhanger van hedendaags geweifel. „Geef hem gewoon een draai om de oren”, zegt zij in reactie op een jongen van negen die volgens de huisarts kerngezond is maar ‘piept over pijntjes’ en steeds niet naar school wil. En op de vraag wat te doen met een kind van 14 maanden dat voortdurend wegloopt, antwoordt mevrouw Hupperts: „Heeft die mevrouw een boom in de buurt? Ik bond mijn weglopertjes altijd vast aan een boom, met wat speeltjes.” Mevrouw Hupperts, verzekeren ze, bestond echt en is twee jaar geleden overleden.

Het gaat dus niet alleen om tijdgebrek. Rozenbroek: „Ik denk dat mevrouw Hupperts minder tijd had voor haar negen kinderen dan wij nu voor die oogappels. „Het gaat om de pil. De keuze. Het gevoel dat je álles goed moet doen omdat je hebt gekozen.”

Een pittige peuter die de baas is

De adviezen zijn ook serieus te nemen. Aan de moeder die zich geen raad weet met haar „pittige peuter” die „nu al de baas is in huis”, schrijven ze: „U en uw man zijn vast hoogopgeleid, u bent verbaal begaafd en u streeft naar een open verhouding met uw kind. Dat kunnen belemmerende factoren zijn in de opvoeding.” Ze wijzen op docenten van „scholen in Amsterdam-Zuid” die „kampen met extreem assertieve leerlingen die ooit allemaal pittige peuters waren”. Dat komt volgens Hermans en Rozenbroek „omdat hun ouders met hen overleggen. Ze vragen bijvoorbeeld: ‘Wat vind je zelf een goede bedtijd?’” De twee geven vervolgens „een peptalk” die „u vaak moet herlezen”, want het dwingt respect af bij kinderen. „Kinderen die intuïtief voelen dat ze nergens mee wegkomen, stoppen minder tijd en energie in verzet”, schrijven ze.

Heeft u vragen over opvoeding? NRC legt ze voor aan deskundigen

„Daar gaat-ie: een peuter de controle laten overnemen, grenst aan kindermishandeling. In zijn hart vindt hij dat namelijk doodeng. De wereld is groot en onbekend, kinderen snakken naar veiligheid. Die krijgen ze alleen als u de baas bent.”