Laatbloeier Charles Bradley zong wat hem echt was overkomen

Necrologie

Soulzanger Charles Bradley (68) begon als James Brown-imitator en ontwikkelde zich tot een uniek vertolker van zijn eigen pijn.

Charles Bradley op festival Down the Rabbit Hole in 2016. Foto Piroschka van de Wouw / ANP

Er was niemand op de wereld die Charles Bradley nog boos kon maken. „Wat me ook overkomt, ik heb het allemaal al eens eerder meegemaakt.” Met die doorleefde visie maakte de zaterdag na een dappere strijd met maagkanker overleden Bradley zijn soulmuziek. Hij begon als James Brown-imitator en ontwikkelde zich tot een uniek vertolker van zijn eigen pijn, levenswijsheid en geloof in het goede van de mens.

Het hartzeer in zijn muziek was echt en zijn soul dankte hij aan de diepe overtuiging dat alleen liefde de mensheid vooruit kan helpen. Als jongen van veertien zag hij James Brown optreden in het Apollotheater in New York. Sindsdien wilde Bradley maar één ding: zelf ook soulzanger worden. Na twaalf ambachten en dertien ongelukken maakte hij er als laatbloeier pas in 1996 zijn beroep van. Onder de artiestennaam Black Velvet verwierf hij lokale bekendheid in Brooklyn, de wijk waar hij opgroeide en waar hij na veel omzwervingen door de VS en Canada terugkeerde. Eigen materiaal had hij nog niet, toen platenbaas Gabriel Roth van het Daptonelabel hem in 2002 een eerste plaatje liet maken. Bij repetities met de Menahan Street Band viel alles op zijn plek. Bradley zong wat hem echt was overkomen.

Soul die er vanaf spat

Het zat hem niet mee in het leven. „A brother from the hard licks of life”, noemde Charles Bradley zich met recht. De documentaire Soul of America uit 2012 legde vast hoe hij zich van een imitator met een pruik en van James Brown afgekeken dansmoves ontwikkelde tot een oorspronkelijk soulzanger. Zijn albums No Time for Dreaming en Victim of Love blonken uit door hun authenticiteit en de soul die er vanaf spat. Al zijn ellende, al zijn vreugde, al zijn zorgen zaten in de muziek.

‘The Screaming Eagle of Soul’ werd hij genoemd. Hij was de laatste overlevende van een klassieke soulgeneratie die met Otis Redding en James Brown leek te zijn uitgestorven, maar die door Charles Bradley en geestverwant Sharon Jones een nieuwe ademtocht kreeg. Albumtitel No Time for Dreaming werd Bradley’s levensmotto, nadat zijn moeder overleed en hij voor de zoveelste keer dakloos werd. Geen tijd voor luchtkastelen, vandaag is er een publiek dat naar me wil luisteren. Hij zong met een overwegend blanke begeleidingsband en vond dat soul geen huidskleur heeft. Zijn optredens hadden de rauwheid van authentieke sixtiessoul. Als hij zijn smekende „Why don’t you call me woman?” op zijn knieën tot het publiek richtte, leefde je met hem mee en vervloekte je de hardvochtige vrouw die deze brave goedzak in de kou had laten staan.

Bij zijn laatst verschenen album Changes (2016) deelde hij zijn zorgen. „Mijn muziek brengt liefde en verdraagzaamheid onder de mensen, maar zelf ben ik bang voor intimiteit. Mijn hart is groot en ik deel het met iedereen.” Nooit vergeet ik de warme omhelzing die Charles Bradley gaf aan iedereen die aandacht aan zijn persoon en zijn muziek wilde geven. Een goed mens, een onvergetelijk soulzanger is niet meer.