Jongeren Schilderswijk: ‘Die agenten geloven ons nooit’

Jongeren in de Schilderswijk

Socioloog Corina Duijndam bekeek hoe jongeren in de Schilderswijk denken over de politie. „Die verhalen hebben enorme invloed.”

Politie op mountainbikes controleert in de Haagse Schilderswijk. Foto Patrick Post

Wat haar en haar collega’s op de Haagse Hogeschool opviel, vertelt Corina Duijndam, was het verschil tussen de rapporten over de politie en wat ze in de naastgelegen Schilderswijk hoorden. „Elk onderzoek dat de afgelopen jaren naar de politie in Den Haag is gedaan, concludeert dat de politie niet discrimineert”, vertelt ze. Hoe kwam het dan dat de jongeren op straat in die wijk heel andere verhalen vertelden? Verhalen over onnodige ID-controles, hardhandig optreden, willekeurige boetes?

De afgelopen jaren kwam het in de Schilderswijk meermaals tot confrontaties tussen jongeren en politie – bij rellen naar aanleiding van demonstraties voor en tegen IS, in 2014, en de dood door politiegeweld van Mitch Henriquez, een jaar later.

De wijk huisvest veel mensen met een niet-westerse achtergrond: 90,5 procent, tegenover gemiddeld 51,2 procent in Den Haag. In de Schilderswijk zijn jongeren lager opgeleid: 40,7 procent van hen krijgt vmbo-advies (elders in de stad 31,7 procent), 31,2 procent kan naar havo of vwo (tegen 53,4 procent). De werkloosheid onder 20- tot 24-jarigen ligt er hoog: in 2014 was 16,4 procent van hen werkzoekend, tegenover 10,6 procent in de stad als geheel.

Corina Duijndam (1983) is socioloog en gespecialiseerd in diversiteit. Voor de Haagse Hogeschool onderzocht ze de verhalen die in de Schilderswijk over de politie rondgaan. Ze interviewde 49 18- tot 27-jarigen, op straat of op hun werk, allen met een niet-westerse achtergrond. Deze maandagavond wordt het resultaat op een debatavond in de wijk gepresenteerd aan jongeren en agenten.

Waarom ligt in dit onderzoek de focus op subjectieve verhalen in plaats van harde feiten?

„Omdat verhalen enorme invloed hebben. Voor deze jongeren wordt het oordeel over de politie gevormd door wat ze meemaken, maar ook door wat ze van vrienden horen en aan video’s zien. Ongeacht of die verhalen kloppen, vormen ze hun werkelijkheid, bepalen ze hoe jongeren naar de politie kijken.”

Voor het onderzoek zijn 180 verhalen opgetekend. Welk verhaal is u het meest bijgebleven?

„Dat zijn er twee. Samia, had al heel vaak gehoord hoe hardhandig kennissen waren behandeld door de politie, en had dat op filmpjes gezien. Hoewel ze zelf niet veel in aanraking is gekomen met de politie, zag ze agenten als mensen die het willekeurig op je voorzien kunnen hebben. Ze was bang voor hen. Dit laat zien hoe door verhalen een bepaald beeld van de politie ontstaat.

„Het andere verhaal is van Ravi, die op straat door een agent om zijn ID werd gevraagd. Hij gaf zijn ID, maar vroeg wel waarom. Ravi kreeg een boete wegens het niet opvolgen van bevelen. Hij ging daartegen in beroep en kreeg gelijk van de rechter. Hoe hij daarover sprak, raakte me. Hij was zó blij dat iemand hem eindelijk geloofde. Zijn verhaal is tekenend voor de onmacht die jongeren in de Schilderswijk ervaren: agenten geloven hen nooit, zeggen ze.”

De Universiteit Leiden concludeerde in 2014 na onderzoek naar etnisch profileren dat de politie niet discrimineert. Hoe verhoudt zich dit tot deze verhalen?

„Bij de meeste onderzoeken naar de werkwijze van de politie is de ‘standaard burger’ uitgangspunt, het potentiële slachtoffer. Maar jongeren in de Schilderswijk, vooral de jongens, zijn eigenlijk altijd potentiële daders; althans zo voelen ze zich benaderd. Ze hebben vaak te maken met preventieve ID-controles en samenscholingsverboden. Daardoor ontstaat een natuurlijke vijandschap tussen hen en de agenten.

„In reactie op klachten uit de wijk zwaaide de politie lang met de onderzoeken waaruit bleek dat er geen sprake is van misstanden. Dat loste die vijandige relatie niet op, maar maakte het juist erger: de jongeren voelen zich nog minder gehoord. Pas sinds de rellen in 2015 wordt binnen de Haagse politie serieuzer werk gemaakt van het verbeteren van die relatie, door bijvoorbeeld terughoudender te zijn met ID-controles.”

Zijn de verhalen die jongeren elkaar vertellen niet ook voor een deel opschepperij?

„Dat maakt de invloed niet minder. Als je hebt gehoord dat een vriend van je vorige week is neergeslagen door de politie, en een agent vraagt jou uit het niets om je ID, dan zul je niet heel aardig reageren.”

Het zou goed kunnen dat bij de politie net zulke spannende verhalen rondgaan over de jongeren in de wijk…

„Zeker. Van veel jongeren hebben we gehoord dat agenten zich in de Schilderswijk gedragen als ‘krijgers in de jungle’, ongetwijfeld opgefokt door verhalen van collega’s en door berichten in de media.”

Wat kan de politie in de Schilderswijk leren van dit onderzoek?

„Dat het handelen van de agenten op straat een grotere impact heeft dan ze misschien denken. Voor een agent is het vragen om een ID niet meer dan een standaard controle, maar voor een jongere is zoiets heel bepalend voor de manier waarop hij naar de politie kijkt.”