Iraakse Koerden stemmen over onafhankelijkheid

Referendum

De Koerden spreken zich deze maandag in een referendum uit over de onafhankelijkheid van Irak.

De Iraaks-Koerdische president Barzani hield er tot het laatste moment de spanning in. Pas zondagavond deelde hij op een persconferentie in Erbil mee dat het referendum over onafhankelijkheid van Irak maandag wel degelijk doorgaat.

Barzani (71) hield eerst een lang betoog over het onrecht dat de Koerden de voorbije decennia is aangedaan. „Alleen onafhankelijkheid kan de pijn van de families van de martelaars compenseren”, zei hij.

De internationale gemeenschap trok alle registers open om Barzani op andere gedachten te brengen. Er waren beloften van de westerse landen over steun bij nieuwe onderhandelingen met Bagdad, dreigementen met economische sancties uit Turkije en Iran, en van militair optreden door de Iraakse regering in Bagdad.

In Kirkuk, een olierijke stad die door zowel de Koerden als Bagdad wordt geclaimd, en waar Koerden, Arabieren en Turkmenen elkaar de meerderheid betwisten, wordt angstvallig uitgekeken naar het referendum.

Kirkuk werd in 2014 ingepalmd door de Koerdische ‘pesh merga’-strijders nadat het Iraakse leger op de loop was gegaan voor IS. Nu de strijd tegen IS bijna is afgelopen wil Bagdad Kirkuk, en zijn olie, terug. Dat de stemming ook hier wordt gehouden is door Washington ‘provocerend’ en ‘destabiliserend’ genoemd.

„Ja, wij zijn bang”, geeft Dler Kakawais, 46, toe. Hij wijst naar de winkelboulevard waar hij een zaak in vloertegels uitbaat. „Normaal is dit een van de drukste straten van Kirkuk. Vandaag is het hier uitgestorven. Veel Turkmenen die het kunnen betalen zijn naar Turkije gegaan. Arabische vluchtelingen uit gebied dat onlangs van IS is bevrijd zijn naar huis gegaan.”

Kakawais is Koerd, en stemt maandag overtuigd ‘ja’. „Wij leven al veel te lang in onzekerheid. In zo’n klimaat investeert niemand. Nu zullen wij eindelijk weten of wij bij Koerdistan of Bagdad horen.”

Kakawais is geen fan van de manier waarop politici als Barzani sinds 2005 de Koerdische Regio besturen. Er zijn aantijgingen van corruptie, nepotisme en een economisch wanbeleid dat de regio in een recessie heeft gestort.

De vrees voor geweld is het grootst in Kirkuk. Vorige week is hier een dode gevallen toen de bewaker van een Turkmeens partijgebouw het vuur opende op een voorbijrijdende autokaravaan van Koerdische ja-stemmers.

Ook Malek Yusef Abbas, een 29-jarige Arabische werknemer van Kakawais, is bang voor wat de komende dagen zullen brengen. „Ik ben niet bang voor de gewone Koerden”, zegt hij. „Veel Arabieren uit IS-gebied zijn juist naar Koerdisch gebied gevlucht omdat het hier veiliger is. Als families leven wij vreedzaam samen. Maar ik ben bang voor wat de politieke partijen kunnen aanrichten.”

Aan de andere kant van de stad zit de 44-jarige Jalil Fattah in een kantoortje van het Turkmeense Front. Buiten wapperen blauw-witte versies van de Turkse vlag: de Iraakse Turkmenen zijn afstammelingen van Turkse soldaten die onder het Ottomaanse Rijk hier gedetacheerd werden. Een bord verklaart dat de Turkmenen van Kirkuk ‘absoluut weigeren mee te doen aan het referendum’.

„Er rijden auto’s in optocht door onze buurt met Koerdische vlaggen om ons te jennen”, zegt Fattah, omgeven door een tiental zwijgzame, streng kijkende mannen. „Wij worden beschoten en beledigd en de peshmerga die voor onze veiligheid moeten instaan treden niet op.”

De Iraakse premier Abadi heeft vorige week gezegd dat hij niet zal aarzelen om Iraakse troepen naar Kirkuk te sturen als het referendum tot geweld leidt.

Die troepen zijn vlakbij in het kader van een precies vorige week begonnen offensief tegen het laatste bolwerk van IS in Hawija, ten zuidwesten van Kirkuk. Ook de Hashd al-Shaabi, shi’itische milities die zijn ontstaan in het kader van de strijd tegen IS, zijn in de buurt.

Als dat gebeurt staan Fattah en zijn mannen klaar. „Het is beter als martelaar te sterven dan zo te leven. Ik doe het voor mijn kinderen, zodat zij niet ingelijfd worden in een Koerdisch leger en tegen Bagdad, Iran of Turkije moeten vechten.”

President Barzani zei zondag dat hij geen problemen voorziet. „Als sommige mensen geweld gebruiken dan staan onze pesh merga paraat. Maar waarom zou iemand dat doen? Het is toch geen misdaad als een volk zich in een referendum uitspreekt over zijn toekomst?”