Column

Een regenboogtrui als boezemvriendin

Het was even schrikken toen ik na afloop van een middagje mannenfietsen mijn aantekeningen bekeek. Er stond eigenlijk maar één aardige zin bij: ‘Noor zwaait hoog in de bergen met vlag.’ De rest van de krabbels schoof ik terzijde. Natuurlijk, de finale was bijzonder: in de laatste kilometers van de WK wielrennen in Bergen vielen er televisiecamera’s uit en bleef alleen het statische beeld over van een lege asfaltweg met publiek erlangs.

Maar verder? Peter Sagan kreeg zijn derde regenboogtrui op rij omgehangen en brabbelde weer onnavolgbaar Engels. Het voelde aan als een herhaling van zetten.

De eendaagse wedstrijd voor vrouwen was veel opwindender geweest, met een spannend wedstrijdverloop en het Nederlandse team in een hoofdrol. De eerste woorden uit mijn aantekeningen: ‘Putten. Hinken. Hakkenbar.’

Dat behoeft enige uitleg.

De latere winnaar Chantal Blaak viel in een bocht. In het asfalt lagen ronde putdeksels verzonken. Ze glinsterden in de zon, bedekt door kapotte fietsen. Blaak krabbelde op en begon van de pijn te hinken. Ze wankelde als een vrouw op straat die één naaldhak is verloren.

Buiten beeld is de Nederlandse weer op haar fiets gestapt en naar de staart van het peloton gereden. Dat moet een krachttoer geweest zijn. Met de pijn in haar lijf was ze daarna mee in twee beslissende ontsnappingen. Blaak reed in dienst van de kopvrouwen maar rook haar kans toen ze met vaart uit een tunneltje kwam en opeens voorop lag.

Overigens, in datzelfde Noorse tunneltje plasten de heren coureurs een dag later schaamteloos tegen de muur. En dat was dan weer twee dagen na de wildplasactie van vrouwen in Amsterdam.

De demarrage van Blaak behoorde tot die momenten in de wielersport dat alles klopt: ze ontsnapte exact op het juiste moment uit de kopgroep, achter haar werd getwijfeld, Blaak nam honderd meter voorsprong en was opeens kandidaat voor de wereldtitel.

In mijn aantekeningen stonden een paar woorden bij het zien van de juichende Blaak: ‘Shirt kapot na val. Modder op schouder heeft kleur chocolade.’

Vrouwen extra glans geven met hun voorliefde voor chocolade; ik geef toe, het is een clichématige toevoeging, gezien door de ogen van een man.

Het mooiste zinnetje uit de mond van Blaak: „Hij gaat de hele tijd bij me zijn.” Met ‘hij’ doelde Blaak op haar zojuist gewonnen wereldkampioenstrui. Van mij had Blaak best ‘zij’ mogen zeggen tegen het tricot, de regenboogtrui als haar boezemvriendin.

Hij, zij, mannelijk, vrouwelijk. Wat doet het ertoe? Wat beklijft is de zo verdiende gouden medaille, vastgehouden door een hand met rode nagels.

Rode nagels. Stom, ga ik weer de mist in.

Ach, laten we het erop houden dat Blaak en ik enigszins in verwarring zijn in deze genderneutrale tijden.

Wilfried de Jong is schrijver en programmamaker.