Wekelijks in debat over de naam Witte de With

Kolonialisme

De kunstinstelling die is genoemd naar zeevaarder Witte de With gaat publieke debatten organiseren over een nieuwe naam. Een die niet klinkt als ‘witter dan wit’

De zijkant van het Witte de With Center for Contemporary Art Foto Bob van der Vlist

Het Witte de With Center for Contemporary Art begint wekelijkse bijeenkomsten om te discussiëren over de naamsverandering. „Iedereen kan aanschuiven.” Het gaat niet om een geheel nieuwe naam, zegt woordvoerster Milou van Lieshout van het instituut. „De relatie met de naam Witte de With kan blijven.”

De directie van de Rotterdamse kunstinstelling liet eind augustus weten af te willen van de naam die herinnert aan de zeventiende-eeuwse zeeheld uit Den Briel. Witte Corneliszoon de With (1599-1658) was marineofficier in de gouden eeuw toen Nederland een wereldmacht was. Aanleiding voor de beslissing was protest van de Rotterdamse kunstenaar Egbert Alejandro Martina tegen de naam van de instelling en het feit dat deze in 25 jaar nooit ter discussie was gesteld.

Martina schreef daarover een openbare protestbrief en weigerde mee te werken aan een kunstproject van de in Rotterdam gevestigde kunstenaar Wendelien van Oldenborgh over Nederlanders met wortels in Suriname en Indonesië: twee films die te zien zijn tijdens de Biënnale in Venetië. Vervolgens programmeerde het Witte de With Center daar discussies over. De programmeurs, onder wie de bekende anti-Zwarte Piet-activist Quincy Gario, kwamen bijna allemaal uit Amsterdam of andere steden.

Begin september wees de directie de naam ‘Witte de With’ plotseling af. Dat was na de rellen in Charlottesville in de Verenigde Staten tussen extreem-rechtse en extreem-linkse betogers rond de verwijdering van een standbeeld van de pro-slavernij generaal Lee.

„Internationaal is er veel discussie over de manier waarop musea moeten omgaan met kunstobjecten uit de voormalige koloniën”, zegt kunsthandelaar en raadslid Ruud van der Velden van de Partij van de Dieren. „Maar dat speelt hier niet. Het Witte de With Center for Contemporary Art heeft geen eigen collectie. Dus dit slaat nergens op. Ik vind die naamsverandering opportunistische aandachttrekkerij.”

De overigens vertrekkende Turks-Amerikaanse directeur Defne Ayas van de kunstinstelling aan de Witte de Withstraat zegt dat zij niet wil „doorgaan met het beledigen van gekleurde mensen met een naam die klinkt als witter dan wit”. „Dit lijkt Jiskefet wel”, aldus Van der Velden. „Is het dan ook een probleem als je ‘De Zwart’ heet?” Volgens barman Carlos van café de Witte Aap op de Witte de Withstraat reageren Amerikaanse toeristen soms beledigd op de naam van de straat omdat ze denken dat deze ‘witter dan wit’ betekent. „Ik heb dat een of twee keer gehoord.”

In het naastgelegen King Kong Hostal zegt bedrijfsleider Alisa Kokorina dat zij nooit kritiek op de naam hoort. Maar de relatie die de directie van de kunstinstelling legt met de rellen in Charlottesville begrijpt ze.

Raadslid Nourdin El Ouali van de op de islam geïnspireerde partij Nida wil een debat over Rotterdamse straatnamen. Daardoor moet de Witte de Withstraat misschien van naam veranderen. „Dat zou een statement zijn”, zegt Kokorina. „Maar ze moeten dat goed beargumenteren. Deze uitgaansbuurt is bekend onder die naam.”

Raadslid Tanya Hoogwerf van Leefbaar Rotterdam vindt dat de kunstinstelling niet moet meegaan in de politiek van anti-racisme-activisten. „Dit leeft hier niet.” Ruim de helft van de 36.000 bezoekers per jaar komt uit Rotterdam. Zij wil dat de gemeente de 6,5 ton subsidie per jaar intrekt (ruim de helft van het totaalbedrag aan subsidie dat het instituut krijgt). „Ze besteden het geld niet waarvoor het bedoeld is.”