Uitbreiding Rotterdampolis onzeker

Ziektekostenverzekeraars

Het loopt minder soepel dan gehoopt, het plan om de Rotterdamse zorgverzekering voor (bijna) alle Rotterdammers open te stellen. VGZ biedt hoop.

De Rotterdampolis is bedoeld voor mensen met een relatief laag inkomen, tot 130 procent van het minimumloon. Foto RM

Verzekeraars zijn niet geïnteresseerd in het aanbieden van een uitgebreide versie van de zogeheten Rotterdampolis. Alleen VGZ, die de huidige polis aanbiedt, wil met de gemeente in gesprek over het aanbieden van de polis aan meer Rotterdammers. Nu is de Rotterdampolis alleen beschikbaar voor mensen met een inkomen tot 130 procent van het minimumloon.

Dat blijkt uit een rondgang langs verzekeraars die wethouder zorg en onderwijs Hugo de Jonge (CDA) de afgelopen maanden heeft gemaakt. Deze week besprak de gemeenteraadscommissie Zorg, Onderwijs Cultuur en Sport de Rotterdampolis.

De meest kritische en fundamentele vraag kwam van VVD-raadslid Simon Becker. Waarom wil de gemeente hierin een rol spelen, als de markt in de vraag voorziet?

Eigenlijk was dat vragen naar de bekende weg, omdat De Jonge dat al heeft toegelicht toen hij dit voorjaar de plannen voor de uitbreiding van de bestaande polis aankondigde. Volgens hem heeft de polis door zijn specifieke eigenschappen voor de huidige doelgroep veel voordelen, en is aannemelijk dat ook andere groepen daar baat zij kunnen hebben. De polis is bedoeld voor mensen met een relatief laag inkomen, tot 130 procent van het minimumloon. Zij zijn financieel kwetsbaar en willen geen onverwachte medische kosten. Ook wil de gemeente voorkomen dat deze mensen zorg mijden om financiële redenen. „In dit stelsel is de solidariteit onvoldoende verankerd”, zegt De Jonge. „Er blijkt een grote behoefte te zijn aan dit soort verzekeringen, en wie moet het anders doen? De gemeente is de aangewezen partij, ook minister Edith Schippers (Volksgezondheid, VVD) is enthousiast.” In het huidige pakket is het eigen risico 50 euro, in plaats van het wettelijk eigen risico van 385 euro. Voor de allerarmsten is er zelfs helemaal geen eigen bijdrage. Ook is het een brede polis: naast de basiszorg is er een aanvullende verzekering en zijn tandarts en fysiotherapie verzekerd. Daarnaast is de eigen bijdrage in de thuiszorg en Wmo meeverzekerd.

De keerzijde is dat de polis met een maandbedrag van ruim 150 euro niet goedkoop is. „Maar dat zijn vaste kosten, daar kun je rekening mee houden. Het gaat niet alleen om zorgkosten, maar ook om ontzorgen. Deze polis ontzorgt”, zegt De Jonge. Volgens de wethouder zouden ook andere groepen, zoals ouderen of chronisch zieken baat bij zo’n polis kunnen hebben. Maar het kan ook aantrekkelijk zijn voor mensen die meer verdienen dan 130 procent van het minimum. Nu hebben 56.000 Rotterdammers deze polis.

Een wezenlijke vraag over de mogelijke effecten van het uitbreiden van de doelgroep kwam van PvdA-raadslid Marco Heijmen: wat betekent dat voor de minima? Blijven de oorspronkelijke uitgangspunten van voorspelbare en lage kosten in stand? Het ligt immers voor de hand dat de premie stijgt als bijvoorbeeld ouderen en chronisch zieken tot de polis worden toegelaten.

Dat is inderdaad een punt van zorg, gaf De Jonge toe. In de onderhandelingen met VGZ over de nieuwe, uitgebreide Rotterdampolis worden verschillende mogelijkheden besproken. „Je zou twee basispakketten kunnen maken, voor mensen die meer of minder dan die 130 procent van het minimum verdienen. Of je kunt differentiëren in het eigen risico.”

Het wekte wat argwaan bij de gemeenteraad dat andere verzekeraars niet geïnteresseerd zijn, en VGZ wel. De Jonge zei dat hij bij de anderen heeft nagevraagd wat ze weerhoudt, en de polis zou volgens andere verzekeraars te verliesgevend zijn door het hoge percentage chronisch zieken. Waarom geldt dat dan niet voor VGZ?

De Jonge zei dat VGZ gelooft dat juist de samenwerking met de gemeente een goede manier is om de zorgkosten omlaag te brengen. Bijvoorbeeld in het geval van diabetes, een veel voorkomende aandoening in Rotterdam. Juist de gemeente kan zorgen dat er genoeg openbare voorzieningen zijn voor sport en beweging.