Column

Lieve Rotterdammers

Deze week was Eberhard van de Laan ook een beetje mijn burgemeester. Want ja, wat is het inderdaad een lieve, empatishe man en wat was het een geweldige burgervader. Ik ben natuurlijk ook trots op die van ons en zou Aboutaleb voor geen goud willen missen, maar met terugwerkende kracht had ik misschien toch liever Eberhard als burgemeester willen hebben, althans, zo voelde het afgelopen week. Niet dat Van der Laan burgemeester van Rotterdam had moeten worden (hij zou hier niet passen), maar wel vroeg ik me voor het eerst sinds jaren af of Amsterdam als stad misschien toch niet beter bij mij had gepast. Van der Laan heeft gelijk als hij schrijft dat het “de mooiste en liefste stad van de wereld” is, laten we eerlijk zijn. Zoiets zou je over Rotterdam nooit zeggen. Ja, we hebben een stel prachtige bruggen, imposante gebouwen en een indrukwekkende haven en de sfeer is inderdaad beter dan ooit, maar mooi of lief kun je deze stad niet noemen. Het is een stoere stad, masculien en met vooral veel inwoners van het type ‘ruwe bolster, blanke pit’. Maar lief? Nee.

Het was dan ook niet het hartverscheurende woordje “vaarwel” in de brief van Van der Laan dat me zo raakte, maar het was de aanhef: “Lieve Amsterdammers”. Zo warm en aandoenlijk. Zo zou onze burgemeester ons nooit aanspreken, bedacht ik me, het zou zelfs ongepast zijn. Rotterdam mist wat mij betreft die zachtheid, vrouwelijkheid en kwetsbaarheid, zowel in de buitenruimte (staal, steen en auto’s) als bij de Rotterdammers zelf (direct, harde grappen).

De laatste jaren lijkt het in sommige opzichten weliswaar wat beter te gaan (klein voorbeeld: het zachte, gekleurde tapijt op het Schouwburgplein), maar het mag van mij nóg veel vriendelijker en vrouwelijker vooral. Hier en daar meer plukjes van die zachtheid zou het stadse leven veel aangenamer kunnen maken namelijk. En dat geldt ook voor de Rotterdammers zelf. Zo nu en dan een zacht, vriendelijk woord kan toch geen kwaad? Bij een typisch Rotterdamse organisatie (waar ik regelmatig voor werk), probeerden ze op de werkvloer ooit met man en macht een “cultuuromslag-van-hard-naar-zacht” te bewerkstelligen, maar er is nooit wat veranderd. Met een grote mond kom je er nog steeds het verst, de meest kwetsbaren (vaak vrouwen) vallen buiten de boot. En complimentjes geven? Daar zou je alleen maar ‘kapsjones’ van kunnen krijgen, en dat is zó Amsterdams.

Misschien dat ik het allemaal een beetje overdrijf, maar afgelopen week verlangde ik door de afscheidsbrief van Van der Laan meer dan ooit naar een warmere, lievere stad. Een stad waar de politiek en haar inwoners wat minder verdeeld zijn en niet iedereen alsmaar op luide toon „zegt wat ie denkt”. Kortom, lieve Rotterdammers, kan het allemaal wat zachter alstublieft? De stad zou ervan opknappen en u en ik ook.

(@mirjamdewinter) is freelance journalist en stadsgids in Rotterdam.